
‘Alles verandert, niets gaat teloor’
Rijksmuseum verrast met tentoonstelling ‘Metamorfosen’
- Cultuur
- Profiel
Mensen, kunst en geschiedenis verbinden. Dat is de missie van het Rijksmuseum. De tentoonstelling ‘Metamorfosen. Ovidius en de kunsten’ past daar naadloos in. Het museum laat zien hoe kunstenaars zich al eeuwen laten meeslepen door het hoofdwerk van deze exuberante Latijnse dichter. Passie, verlangen, jaloezie, list en bedrog strijden om voorrang.
Het is de talk of the town. Zelden zijn zoveel topwerken uit zoveel eeuwen op één plaats – ’s lands nationale schatkamer – bijeengebracht. We zien er werken van onder anderen Titiaan, Correggio, Cellini, Caravaggio, Rubens, Rodin, Brancusi, Magritte en Bourgeois. De fraaie tentoonstelling, voor een belangrijk deel tot stand gekomen met filantropisch geld, is gemaakt in samenwerking met Galleria Borghese in Rome, waar zij deze zomer te zien zal zijn.
Achter de tentoonstelling schuilt een staaltje ondernemerschap. Het museum wist samen te werken met een kleine dertig bruikleengevers uit binnen- en buitenland. De expositie werd mede mogelijk gemaakt door The Bennink Foundation / Rijksmuseum Fonds, Blockbusterfonds, Rijksmuseum International Circle en Rijkmuseum Patronen. Daarnaast noemt het museum het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Videogames
Frits Scholten, conservator Beeldhouwkunst en mede-samensteller van de tentoonstelling, schrijft in het openingsessay van de catalogus, getiteld ‘Ovidius' Metamorfosen nu’: ‘De mythen die Ovidius heeft vastgelegd, zijn kleurrijke vertellingen waarin alles mogelijk is en die thuis lijken te horen in romans of in de fantasiewereld van sciencefiction en videogames.’
Om daar aan toe te voegen: ‘Toch bevat Ovidus’ verzameling van transformaties van goden in mensen, mensen in dieren of planten, enzovoort, talloze voorbeelden van (boven)menselijk gedrag die nog steeds herkenbaar zijn, of beter: herkenbaarder zijn dan ooit’. Het is de actualiteit van het tijdloze. Alles verandert continue, maar niets verdwijnt helemaal.
Veranderlijk
Dat mythen uit de Oudheid nog altijd actueel kunnen zijn, danken ze volgens Scholten aan hun kameleontisch gedrag: ze metamorfoseren constant, schrijft hij, ze passen zich moeiteloos aan andere tijden aan, ook aan de onze. De moderne wereld is 'nog nooit zo veranderlijk en grensoverschrijdend geweest. Bovendien zijn de schaal en de snelheid waarmee die mondiale veranderingen en transformaties zich voltrekken ongekend.'
Ovidius gold niet alleen als een autoriteit in de klassieke Oudheid, ook in de Middeleeuwen genoot hij prestige. Middeleeuwse auteurs, geworteld in de christelijke godsdienst, maakten graag gebruik van de ‘buit’ behaald op de ‘heidenen’ (spolia paganorum). Zoals de Franse geleerde Bernard van Chartres het in de twaalfde eeuw verwoordde: ‘Wij zijn als dwergen op de schouders van reuzen’ (d.w.z. de antieke schrijvers).
Bijbel voor kunstenaars
In Metamorfosen beschreef Ovidius een wereld vol gedaantewisselingen van goden en mensen in dieren, planten of stenen. De Vlaamse kunstschilder en schrijver Karel van Mander noemde Metamorfosen in zijn Schilder-boeck uit 1604 een ‘Bijbel voor kunstenaars’. Na de Heilige Schrift waren de Metamorfosen eeuwenlang een rijke bron voor schilders, beeldhouwers, graveurs, schrijvers. dichters en componisten.
Veel verhalen gaan over de omgang van goden en stervelingen. Liefde speelt een grote rol, lang niet altijd met wederzijdse instemming. Geweld en bedrog komen geregeld om de hoek kijken. De tentoonstelling belicht de verbeelding van iconische fabels. Denk aan de schepping van de kosmos en de wereld uit vormeloze chaos. Of aan de weefster Arachne die door de jaloerse godin Minerva in een spin wordt veranderd om eeuwig haar webben te weven.
Topstukken
De tentoonstelling kent vele topstukken waaronder Tosnini’s Leda. We zien hoe Jupiter in de gedaante van een zwaan de mooie Leda verleidde. Opmerkelijk aan haar hoofd zijn de verfijnde, weelderige diademen die worden gedragen op een complex kapsel met linten en edelstelen. ‘Hier speelt de schilderkunst een uitdagend spel van materiële transformaties: haar wordt goud, ogen worden edelstenen, stoffen worden huid’, lezen we in de catalogus.
En wat te denken van Caravaggio’s Narcissus die wordt gestraft door de wraakgodin Nemesis omdat hij de nimf Echo heeft afgewezen. Een ‘psychologisch icoon’. Zijn straf was dat hij verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld in het water, een onmogelijke liefde die tot gedaantewisseling en de dood zou leiden. Hoe vaak heeft zij zijn armen in het water gedompeld om vergeefs de hals die hij zag te grijpen?
Rodins marmeren Pygmalion et Galatée is van een andere orde. In Ovidius vertelling is Pygmalion de beeldhouwer die verliefd wordt op zijn eigen schepping: een ivoren beeld van een schone jonge vrouw (Galathea) dat dankzij de interventie van Venus tot leven komt. Haar verliefde schepper is uitgebeeld als een oude baardige man. Een zelfportret van Rodin? Volgens de catalogus zet Rodin het spel met metamorfosen listig voort.
Wie is wie
Aan de catalogus is veel aandacht besteed. Handzaam is een ‘Wie is wie in de Metamorfosen’ aan de binnenzijde van de flappen. Met daarin onder anderen Jupiter, opperheerser van de Olympus en god van de donder; Apollo, de god van de zon, poëzie en profetie; Minerva de godin van wijsheid en strategie, Venus, de godin van de liefde die ook vaak hartzeer veroorzaakte en Vulcanus, de manke smid onder de goden, ongelukkig in uiterlijk en in de liefde.
De catalogus bevat 103 gedetailleerde beschrijvingen bij afbeeldingen. Maar voor het aanschouwen van de authenticiteit, glans en uniciteit van de echte kunstwerken moet men toch echt in het museum zelf zijn. Cultuurfilosoof Walter Benjamin heeft dit verschijnsel knap verwoord in zijn essay ‘Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit’ uit 1936. Daarin rept hij van de ‘aura’ van het echte kunstwerk.
Wever
Ovidius zag zichzelf als wever, schrijft conservator Scholten in het essay ‘Metamorfose als schepping, schepping als metamorfose’. Zijn Metamorfosen zijn een tapijt waarin talloze verhalen zijn geweven en verweven: ‘Een fijndradig weefsel waarin de draden woorden zijn, die alles met alles verbinden.’ De tentoonstelling dwingt de bezoeker zijn verschillende relaties met het verleden – altijd een samenspel – opnieuw onder ogen te zien.
Mensen worden door het verleden beïnvloed nog voor ze erover na gaan denken. Hun relaties met het verleden – bijvoorbeeld epistemische, morele, politieke, esthetische of materiële – reiken dimensies aan van het historisch denken. En dat met thema’s als kennis, rechtvaardigheid, macht, schoonheid of traditie. De Duitse denker Wilhelm Dilthey heeft dit mooi verwoord: ‘We zijn in de eerste plaats historische wezens, alvorens we beschouwers van de geschiedenis zijn, en slechts omdat we het eerste zijn, kunnen we het tweede worden.’
Fake
Gelijktijdig met ‘Metamorfosen’ is de tentoonstelling ‘Fake’ te zien. In een tijd waarin beeldmanipulatie met AI volop in de belangstelling staat, toont deze tentoonstelling dat het bewerken van beeld van alle tijden is. Meer dan vijftig historische voorbeelden uit de collectie van het Rijksmuseum tonen hoe fotomanipulatie zich ontwikkelde vanaf het ontstaan van de fotografie tot aan de Tweede Wereldoorlog en welke motieven daaraan ten grondslag lagen.
De tentoonstelling Metamorfosen is tot 25 mei te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam en van 23 juni tot 20 september in Galleria Borghese in Rome. De catalogus ‘Metamorfosen. Ovidius en de kunsten’, onder redactie van Francesca Cappelletti en Frits Scholten, is vormgegeven door Irma Boom Office.
Abonneer je op ons gratis Journaal:
