
Belgische Koning Boudewijnstichting pakt flink uit
‘Oceaan aan kansen’ voor Belgisch-Nederlandse samenwerking
- Filantropie
- Verslag
BRUSSEL – Een ware happening. Het driejaarlijkse congres ‘BE Philanthropy’ trok maar liefst 1.500 deelnemers uit heel Europa. Het besef dat maatschappelijke vraagstukken grensoverschrijdend zijn en filantropie internationaler moet opereren domineerde. Nieuw: de veelbelovende toenadering tussen Belgische en Nederlandse deelnemers. Juist in de Lage Landen liggen kansen voor het oprapen.
De Koning Boudewijnstichting (KBS) neemt in het ecosysteem van de Belgische filantropie een centrale plaats in. Het congres bracht filantropen, notarissen, beleidsmakers, vermogensadviseurs en vertegenwoordigers van bedrijven en stichtingen samen rond de impact van filantropie in de samenleving.
De editie 2026 kreeg bijzondere betekenis wegens het 50-jarig bestaan van de KBS die projecten ondersteunt inzake armoede, gezondheid, democratie, erfgoed en klimaat. Onder de aanwezigen: koningin Mathilde van België, VN-secretaris-generaal António Guterres en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Denis Mukwege.
Kwaliteiten combineren
Op het eerste gezicht verschillen de filantropische landschappen van België en Nederland aanzienlijk. Nederland kent een sterke traditie van particulier initiatief, met vermogende families die eigen fondsen oprichten en beheren. België daarentegen heeft een meer gecentraliseerd model, waarin een groot deel van de filantropie samenkomt onder de paraplu van de KBS.
Volgens Stefan Schäfers, chief programme officer van de stichting, zit daar precies de kracht en de kans. ‘Nederland is ondernemend en gedecentraliseerd, België is gestructureerd en verbindend. Combineer die kwaliteiten en er ontstaat iets sterks.’ Hij ziet dat samenwerking nu vooral op Europees niveau plaatsvindt, bijvoorbeeld via internationale netwerken. ‘Maar bilateraal tussen Nederland en België gebeurt er nog relatief weinig. Terwijl juist daar de lijnen kort zijn, de cultuur vergelijkbaar is en de impact snel zichtbaar kan zijn.
Grenzeloos geven
Dat potentieel wordt inmiddels concreet in de praktijk gebracht. Bij Rabobank ziet het filantropieteam steeds vaker dat klanten internationaal willen geven en daarbij tegen praktische barrières aanlopen. ‘Een Nederlandse klant die buitenlandse goede doelen wil steunen, wil dat fiscaal efficiënt doen’, zegt Niels Kattenberg. ‘Via Belgische structuren, zoals die van de KBS, kunnen we dat mogelijk maken zonder dat fiscale voordelen verloren gaan.’
Het resultaat: constructies waarin Nederlandse en Belgische systemen elkaar aanvullen in plaats van beconcurreren. Die samenwerking vraagt om vertrouwen, kennis van regelgeving en vooral: bereidheid om over grenzen heen te kijken. Opvallend is dat Rabobank deze dienstverlening kosteloos aanbiedt. Niet uit strategische overwegingen, maar vanuit een sectorbrede visie. ‘Hoe sterker het ecosysteem, hoe groter de impact. Zeker internationaal.'
Intensiever inspireren
Samenwerking hoeft niet altijd complex te zijn. Soms begint het met iets eenvoudigs als goed kijken naar wat elders werkt. Caroline George van de KBS noemt de aanpak van dakloosheid als voorbeeld. In België ontwikkelde de stichting samen met onderzoekers de zogeheten point-in-time-telling, een methode die het aantal daklozen nauwkeurig in kaart brengt. Het model werd opgepikt door het Nederlandse Kansfonds en toegepast in meerdere steden. ‘Dat is precies de kracht van samenwerking’, zegt George. ‘Je kunt voortbouwen op wat er al is.’ Andersom kijkt België ook nadrukkelijk naar Nederland, bijvoorbeeld op het gebied van schuldenproblematiek onder jongeren en de samenwerking tussen overheid en filantropie. ‘We inspireren elkaar over en weer’, aldus George. ‘Maar dat kan echt nog intensiever.'
Centrum met inhoud
Dat samenwerking niet vanzelfsprekend is, merkt ook Jean de Crane, directeur van de Belgische Federatie van Filantropische Stichtingen. Zijn organisatie zoekt actief contact met Nederlandse tegenhangers zoals FIN, maar stuit soms op praktische en culturele drempels. ‘Wet- en regelgeving verschilt en belastingregimes sluiten niet altijd op elkaar aan’, zegt hij. ‘Maar eerlijk gezegd zijn dat niet de grootste obstakels.’ Volgens De Crane zit de echte uitdaging in iets minder tastbaars: relaties. ‘Filantropie is een sector van vertrouwen. Je moet elkaar begrijpen en weten te vinden. Dat kost tijd.’ Daarin ziet hij een duidelijke rol voor congressen zoals Be Philanthropy. Als inhoudelijk platform, en vooral als ontmoetingsplek.
Voor Jan Briers, oud-gouverneur van Oost-Vlaanderen, is samenwerking geen abstract begrip maar dagelijkse praktijk. Zijn betrokkenheid bij de Kurt Defrancq Stichting in Gent laat zien hoe ideeën zich over grenzen verplaatsen. Het project, een woonoord voor gepensioneerde kunstenaars, is geïnspireerd op het Rosa Spier Huis in Laren. Met steun van een legaat van ruim vier miljoen via de KBS krijgt het initiatief nu vorm. ‘Zulke inspiratie is goud waard’, zegt Briers. ‘Je ziet iets werken in Nederland en vertaalt het naar de Belgische context. Door kennis en netwerken te delen, maak je initiatieven robuuster.'
Bruggen bouwen
Volgens Kristel van den Bergh, manager van het Prins Albert Fonds binnen de KBS, ligt de sleutel tot succesvolle samenwerking in het vermogen om te verbinden. ‘Filantropie gaat allang niet meer alleen over geld’, zegt ze. ‘Het gaat om kennis en netwerken. En vooral om het bij elkaar brengen van de juiste partijen.’ Daarin ziet zij een rol voor België, dat traditioneel sterk is in het faciliteren van samenwerking. ‘Wij zijn gewend om bruggen te bouwen, ook institutioneel.’
Dat gaat verder dan de landsgrenzen, met thema’s als klimaat, democratie en sociale cohesie. ‘Als we die effectief willen aanpakken, moeten we onze filantropie internationaliseren.’ Tegelijkertijd waarschuwt ze voor het verlies van lokale verankering. ‘Impact ontstaat altijd ergens concreet. Internationaal denken mag nooit losstaan van lokaal handelen.'
Investeren in relaties
De Belgisch-Nederlandse samenwerking in filantropie bevindt zich in een vroege fase, met veel losse initiatieven, en nog weinig structurele verbinding. Toch zijn de ingrediënten aanwezig: gedeelde waarden, vergelijkbare maatschappelijke uitdagingen en complementaire systemen. De vraag is hoe samenwerking verder kan worden verdiept.
Dat vraagt om meer dan goede intenties. Het vereist investeringen in relaties, het overbruggen van juridische barrières en het creëren van platforms waar ontmoeting en uitwisseling vanzelfsprekend zijn. Be Philanthropy laat zien dat die beweging op gang is. Gestaag en
Proeftuin
Aan het einde van het congres blijft het beeld hangen van een sector die haar grenzen verkent en verlegt door ze bewust te overstijgen. Voor beide landen ligt daar een kans. Door hun nabijheid, culturele verwantschap en complementaire structuren kunnen zij uitgroeien tot een proeftuin voor grensoverschrijdende filantropie in Europa. Of, zoals Caroline George het verwoordt: ‘We staan nog maar aan het begin, maar de beweging is ingezet. Er ligt een oceaan aan kansen voor cross-border filantropie.’
Een metafoor die lijkt op een uitnodiging aan alle stakeholders om verder te kijken dan hun eigen systeem en samen te bouwen aan een groter geheel. Want tussen Oostende en Delfzijl ligt een ruimte die nog lang niet benut is, waar ideeën sneller reizen dan regels, en waarin samenwerking de sleutel kan zijn tot grotere impact. Een oceaan aan kansen, maar alleen voor wie bereid is de oversteek te maken.
Abonneer je op ons gratis Journaal:
Gerelateerde artikelen
- Buitenland
- Nieuws
ERNOP: giften in Europese filantropie minstens 104,5 mrd euro op jaarbasis
- Bert Koopman
- (Social) impact
- Interview
'De nood is zo hoog dat elk fonds democratie en journalistiek zou moeten steunen'
- Suzette de Boer
