Darryl Amankwah en Sigrid van Aken
Darryl Amankwah en Sigrid van Aken - Foto: Dirk Kome

Filantropie op zoek naar nieuwe moraal

Corporate Power: ‘Echt vertrouwen geven, daar gaat het om’

Door: Floris Kappelle
25-05-2026
  • (Social) impact
  • Verslag

In de marmeren ontvangsthal van InsingerGilissen klinkt het zachte gerinkel van glazen, even later gevolgd door musicerende kinderen van het Leerorkest dat voorzichtig inzet. Buiten glinstert de Herengracht in de avondregen; binnen verzamelen private bankers, filantropen en fondsdirecteuren zich rond een thema dat fundamenteel aanvoelt: trust-based giving.

Tijdens het symposium Corporate Power, georganiseerd door Wereld van Filantropie, draait alles om de vraag of filantropie opnieuw menselijker kan worden. En of geven weer gebaseerd kan zijn op vertrouwen in plaats van controle. Minder spreadsheets en KPI’s, meer langdurige relaties. Minder projectsubsidies, meer ongeoormerkte steun. Trust-based giving heet dat inmiddels in de bestuurskamers. Maar achter het jargon schuilt een fundamentele discussie over macht, controle en de rol van vermogen in de samenleving.

Gastheer Martijn Storsbergen, CEO InsingerGilissen, schetst hoe filantropie zich de afgelopen jaren van randonderwerp tot strategisch gespreksthema binnen private banking heeft ontwikkeld. ‘Het zit inmiddels echt in onze haarvaten’, zegt hij tegen een volle zaal. Waar private bankers vroeger vooral spraken over rendement, fiscaliteit en vermogensoverdracht, gaat het nu steeds vaker over maatschappelijke betekenis. Zeker nu de komende decennia duizenden miljarden euro’s aan familievermogens naar volgende generaties verschuiven. Volgens Storsbergen verandert daarmee ook de rol van banken die steeds vaker optreden als verbinder tussen families, fondsen en maatschappelijke initiatieven. Filantropie is allang geen aardig extraatje meer, maar een onderwerp dat aan de bestuurstafel thuishoort.

Derde pijler

Wanneer Adriana Esmeijer, voorzitter van de redactieraad van Wereld van Filantropie en directeur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, het podium betreedt, krijgt de avond een nadrukkelijk maatschappelijk accent. In haar openingswoord positioneert zij filantropie als een volwaardige maatschappelijke kracht. ‘Filantropie is de derde pijler naast overheid en markt’, zegt ze stellig. ‘Waar overheid en markt ophouden, begint vaak de echte verandering.’ Volgens Esmeijer verliest de samenleving zonder die derde kracht haar evenwicht. Tegelijkertijd wijst zij erop dat de sector zichzelf lang te bescheiden heeft opgesteld en daardoor maatschappelijk onvoldoende zichtbaar is gebleven. ‘Een sector zonder stem blijft onzichtbaar. En wat onzichtbaar is, wordt onderschat.’

Daarmee zet Esmeijer meteen de centrale thematiek van de avond neer: de zoektocht naar een zelfbewustere en invloedrijkere filantropische sector. Zij pleit voor wat zij omschrijft als de ‘nieuwe filantropie’, gebaseerd op ongeoormerkt, langjarig en trust-based geven. ‘Geen controle achteraf, maar vertrouwen vooraf,’ vat zij samen. Wereld van Filantropie wil daarbij nadrukkelijk fungeren als platform en stem van de sector, met journalistieke aandacht voor de rol van maatschappelijke initiatieven in binnen- en buitenland. Esmeijer wijst op een groeiend netwerk van betrokken financiers en bestuurders dat werkt aan een steviger positie van het maatschappelijk middenveld. Zichtbaarheid, stelt zij, is daarbij ‘geen luxe, maar invloed’.

In de knel

Ook het verhaal van Menno Tummers weet de zaal te raken. De kersverse directeur van FIN, Fondsen in Nederland, schetst een samenleving die steeds meer vanuit wantrouwen opereert. Subsidiesystemen, verantwoordingsformulieren en fiscale regels zijn volgens hem zo dominant geworden dat maatschappelijke vernieuwing juist in de knel raakt. ‘Fondsen praten vaak over vertrouwen, maar sturen uiteindelijk op controle’, zegt Tummers. ‘Uiteindelijk moet de staat van baten en lasten kloppen. En nemen we niet te veel risico? Vanuit alle goede bedoelingen wordt heel prudent gewerkt.’

Dat klinkt verstandig, erkent hij, maar precies daarin schuilt volgens hem het probleem. ‘Als je alleen de voorzichtige weg bewandelt, blijven mooie dingen liggen. Soms spreken initiatiefnemers jouw taal niet, maar hebben ze wel fantastische ideeën.’ Zijn analyse krijgt extra lading door recente discussies rond strengere interpretaties van de ANBI-regels door de Belastingdienst. Fondsen die buitenlandse journalistiek, noodhulp of maatschappelijke organisaties ondersteunen, merken dat de ruimte voor experiment kleiner wordt. ‘Die open norm van de ANBI-wetgeving schuurt nu met trust-based philanthropy’, zegt Tummers. ‘Terwijl maatschappelijke transities juist vragen om ruimte en vertrouwen.’ Hij noemt het de fundamentele paradox van deze tijd: terwijl maatschappelijke problemen complexer worden, organiseren instituties zichzelf steeds meer rondom beheersbaarheid en risicomijding. ‘De centrale vraag van deze tijd is niet hoe we meer controle organiseren, maar hoe we verantwoord vertrouwen organiseren.’

Karel Hendriks, Sigrid van Aken en Darryl Amankwah - Foto: Dirk Kome

NextGen

In de zaal wordt instemmend geknikt. Tegelijkertijd blijft voelbaar hoe ingewikkeld dat loslaten in de praktijk is. Want vertrouwen klinkt aantrekkelijk, totdat er geld mee gemoeid is. Na de keynote verschuift de aandacht van theorie naar praktijk. Aan tafel nemen twee zwaargewichten uit de sector plaats, scherp maar soepel bevraagd door journalist en Next Gen-vertegenwoordiger Darryl Amankwah. Het gesprek ontvouwt zich in drie bedrijven: vertrouwen als fundament, samenwerking in de praktijk en de grillige publieke opinie.

Hoofdgast is Sigrid van Aken, CEO Postcode Lottery Group, actief in vijf Europese landen en moederhuis achter onder meer de Nationale Postcode Loterij en de VriendenLoterij. Ze spreekt met de rust van iemand die opereert op internationaal niveau, maar opvallender is haar overtuiging: maatschappelijke verandering vraagt om vertrouwen vóór controle, en om lange adem boven kwartaaldenken. Filantropie, zo klinkt tussen de regels door, is geen spreadsheet maar een relatie. Van Aken geldt al jaren als voorvechter van meerjarige, ongeoormerkte financiering. Haar boodschap deze avond is eenvoudig: donoren moeten zich minder bemoeien met de uitvoering. ‘Wij willen niet dat organisaties informatie creëren puur voor ons’, zegt ze. ‘We gebruiken de informatie die er toch al is: jaarrekeningen, bestaande rapportages, gesprekken. Het gaat erom dat je elkaar informeert als er iets speelt, niet dat je elkaar controleert.’

Toezicht

Goed intern toezicht hoort daarbij. De loterijgroep ziet zichzelf nadrukkelijk niet als impactpolitie. ‘Wij zijn absoluut geen expert in impactmeting’, zegt Van Aken bijna luchtig. ‘Gebruik ons geld om risico’s te nemen. Experimenten mogen mislukken. Anders bereik je nooit echte verandering.’ Daarmee raakt de discussie een gevoelige snaar binnen de sector: is impactmeting nog een middel om maatschappelijke verandering mogelijk te maken of vooral een vorm van reputatiemanagement geworden? Impact investing lijkt vaak nog een brug te ver.

Naast Van Aken zit Karel Hendriks, directeur Artsen zonder Grenzen Nederland. Geen bestuurder die zich verschuilt achter jargon, maar een veldwerker pur sang. Bangladesh, Irak, Myanmar, Nigeria, jarenlang werkte hij in crisisgebieden. ‘Ik ben geen governance expert’, zegt hij bijna verontschuldigend. ‘Ik ben een hulpverlener.’ Juist daardoor komt zijn verhaal binnen. Artsen zonder Grenzen draait vrijwel volledig op privaat geld: een klein aantal grote donoren en een enorme groep kleine gevers. Vertrouwen is daarmee geen abstract begrip, maar letterlijk de kurk waarop de organisatie drijft. ‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’, aldus Hendriks, zichtbaar bewust van de kwetsbaarheid van reputatie en geloofwaardigheid. Zijn organisatie kiest er bewust voor geen overheidsgeld aan te nemen. Niet uit ideologie, benadrukt Hendriks, maar om hulpverlening uitsluitend te kunnen baseren op medische noodzaak.

Grote beweging

In een tijdperk waarin instituties steeds vaker worden gewantrouwd, klinkt die onafhankelijkheid bijna radicaal. Opvallend is hoe vaak woorden als gelijkwaardigheid, nabijheid en menselijkheid vallen gedurende de avond. Zowel Van Aken als Tummers pleiten voor een filantropie die zichzelf minder centraal stelt. Minder branding, minder korte-termijnlogica, minder bemoeizucht. Van Aken noemt het zelfs de grootste reflex van de sector: ‘Op de stoel van de ontvanger gaan zitten.’ Tummers formuleert het bijna filosofisch. ‘Waar geld is, is macht. Dat blijft altijd. Maar je moet streven naar gelijkwaardigheid. Het gaat om echte betrokkenheid en waarachtig handelen. Het gaat om de grote beweging.’

Later op de avond ontspinnen zich geanimeerde gesprekken. De energie uit de zaal verplaatst zich moeiteloos richting bar. Na alle warme woorden over vertrouwen blijft wel de vraag hangen of de nieuwe filantropen daadwerkelijk los kunnen laten. Voorlopig lijkt het antwoord ergens tussen idealisme en controlezucht in te liggen. Maar dat filantropie zichzelf opnieuw probeert uit te vinden, staat buiten kijf. Minder transactioneel, maar wel menselijker en misschien ambitieuzer dan ooit.

Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen