
Grensoverschrijdende filantropie en het echte vermogen
Lessen van de Amerikaans Lilly Family School of Philanthropy
- Filantropie
- Opinie
Zowel in de Verenigde Staten als in Nederland wordt de donateursbasis smaller, schrijven de filantropieadviseurs Louise Stefels-Wijsmuller en Jay Hunsberger. Wat zit hier achter? En welke rol speelt familiefilantropie?
Louise Stefels-Wijsmuller en Jay Hunsberger, twee filantropie adviseurs, de een werkzaam in Nederland en de ander in de Verenigde Staten, ontmoetten elkaar in maart 2026 tijdens het programma Empowering Generosity van de Lilly Family School of Philanthropy aan de Indiana University. Sindsdien spreken zij elkaar geregeld over hun gedeelde passie voor filantropie. Hier volgt hun betoog.
Wat Empowering Generosity meer maakte dan alleen studie, waren de contacten, de gesprekken en de uitwisseling die daarna doorgingen. Dat het Nederlandse en het Amerikaanse systeem van elkaar verschillen, wisten we. Maar ons werk in de filantropie is in beide landen grotendeels hetzelfde. Zeker wanneer je tegenover een familie of een echtpaar zit: de gesprekken, de motieven, zelfs de betekenisvolle aarzelingen en stiltes zijn universeel.
Dat zegt veel over de kracht die de menselijke adviseur inbrengt. Wij zijn filantropie adviseurs, geen historici maar toch beginnen we met de historische achtergrond. Van de Amerikaanse filantropie wordt vaak gevraagd te doen wat de overheid niet doet. Van de Nederlandse filantropie wordt van oudsher gevraagd aan te vullen wat de overheid al doet.
Dat verschil bepaalt de omvang van het geven, wie de gever is, hoe legitiem private invloed wordt gevonden en welke rol fiscale prikkels spelen. De tegenstelling is niet absoluut: ook de Verenigde Staten kennen omvangrijke publieke sociale uitgaven, en Nederland heeft een diepgewortelde geeftraditie. Maar het uitgangspunt verschilt. In het ene land is filantropie de eerste lijn, in het andere de aanvulling.
Amerika versus Nederland
In november 2024 gaf Reinette Klever (PVV), voormalig minster van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, een krachtig signaal af aan de Nederlandse goede-doelensector: word minder afhankelijk van de staat en meer van gevers, eigen inkomsten en andere private middelen. Daarmee begon Nederland te bewegen richting het Amerikaanse model, maar zonder de volgroeide Amerikaanse infrastructuur van 'majorgiftenwerving', fondsen en donor-advised funds.
In de Verenigde Staten spelen drie dingen tegelijk. Het geven beweegt steeds sterker mee met de financiële markten en met een klein aantal megadonoren. Non-profits krijgen te maken met bezuinigingen en onzekerheid over overheidsfinanciering. En de donateursbasis wordt smaller. Daar komt vanaf 2026 de One Big Beautiful Bill Act bij, die het eerste deel van elke gift niet-aftrekbaar maakt: 0,5 procent van het inkomen voor particulieren, 1 procent van de belastbare winst voor bedrijven. Juist het kleine, regelmatige geven wordt daarmee het duurst. Sandra Swirski, oprichter en CEO van Integer, LLC, sprak tijdens Empowering Generosity over de pogingen van de Amerikaanse overheid om de filantropische sector ingrijpend te beïnvloeden.
In juni publiceerde platform Wereld van Filantropie een artikel met de vraag of Nederland een alternatief onderdak kan worden voor Amerikaanse non-profits die onder druk staan. Een terechte vraag. Maar het antwoord ligt in diepere verschuivingen in beide landen.
De 501(c)(3) en de ANBI lijken elkaars tegenhangers. Waar ze uiteenlopen is bij de zeggenschap. Een Nederlands familiefonds mag niet worden bestuurd alsof het vermogen van de familie zelf is: geen bestuurder mag de meerderheid van de zeggenschap hebben en beleidsbepalers krijgen alleen onkosten en een bescheiden vacatiegeld. In Amerika kan de familie het bestuur volledig in handen hebben en mogen bestuurders gewoon betaald worden.
Misschien zit het grootste verschil wel in de regels rond impact investeren. Het Nederlandse besluit uit 2024 beschouwt een impactinvestering alleen als algemeen nuttig wanneer commerciële partijen het project vanwege het risico niet willen financieren. Stappen commerciële investeerders later alsnog in, dan kan dat erop wijzen dat de investering niet langer primair op het algemeen nut is gericht. In de Verenigde Staten is het juist gangbaar en legitiem om filantropisch kapitaal in te zetten om een project van risico te ontdoen en zo commercieel kapitaal aan te trekken.
Van Bakel, Detiger en De Jager konden in juni wijzen op Britse cijfers: ruim tweehonderd Amerikaanse non-profits meldden zich in één jaar aan voor registratie als charity, aldus de Financial Times. Zulke cijfers zijn er voor Nederland nog niet. Wat we hier hebben is een bank die een tiental nieuwe non-profits ziet binnenkomen, belangstelling in Den Haag en adviseurs die casussen uit de eigen praktijk beschrijven. Dat wijst ergens op, maar het is nog geen bewijs.
Er gebeurt iets. Hoe groot het is, weet niemand, en de meesten van ons die het beschrijven hebben er beroepsmatig belang bij dat het groot is.
Het menselijk verschil
Wanneer een Amerikaanse non-profit naar Nederland wil verhuizen of hier een zusterorganisatie wil oprichten, is het juridische deel niet het moeilijkste. Het gaat erom dat duidelijk is wie je moet bellen voor betrouwbare informatie. Welke notaris begrijpt grensoverschrijdend werk? Wat betekent de ANBI-toets in de praktijk voor een organisatie zonder Nederlandse wortels?
Die kennis zit in professionele relaties en die ontstaan op een handjevol plekken, zoals het programma Empowering Generosity van de Lilly Family School. Een handjevol is te weinig. Wat de sector mist is een werkende doorverwijslaag over de grens, en die ontbreekt precies op het moment dat geld, organisaties en families die grens vaker oversteken dan ooit.
De cijfers vertellen één verhaal in twee talen: recordbedragen aan filantropie in de Verenigde Staten en in Nederland het laagste aandeel van het bbp sinds de metingen begonnen. Onder beide liggen dezelfde drie bewegingen. Minder mensen die geven. Ieder van hen die meer geeft. En nalatenschappen die sneller stijgen dan wat dan ook in het veld.
De Nederlandse overheid vraagt de goede-doelensector minder op de staat te leunen. In de Verenigde Staten ontdekken non-profits juist dat hun onafhankelijkheid van de overheid altijd voorwaardelijk was. Tegengestelde bewegingen en toch wordt in beide landen de donateursbasis smaller. Wat hier achter zit, is dus meer dan beleid of belastingregels. Kijk naar de forse stijging van het geven via nalatenschappen. Dat is geen toeval. De vraag is of families de volgende generatie genoeg hebben voorbereid op het vermogen dat zij zullen erven.
Rol filantropie-adviseur
Beide landen zijn nu afhankelijk van een kleiner aantal grotere giften die steeds vaker via nalatenschappen binnenkomen van families die er onderling nooit hardop over hebben gesproken. Dat lossen goede doelen niet op met betere campagnes, en de wetgever niet met betere regels. Het is een gespreksprobleem en dat gesprek hoort te beginnen voordat er een richting is gekozen, laat staan juridisch of fiscaal vastgelegd.
Dat gesprek houdt niet op bij de grens. De families evenmin. De volgende generatie van een Nederlandse familie heeft een diploma uit Boston en een appartement in Lissabon. De Amerikaanse gever heeft een kleinkind in Amsterdam. In beide landen rekent de filantropie op geld dat via nalatenschappen zal binnenkomen, van mensen die nog leven en aan wie het nog niet is gevraagd. Daar ligt de hele kans, en die verloopt.
Louise Stefels-Wijsmuller is oprichter van LS Filantropie Strategie, een onafhankelijke filantropie adviespraktijk in Nederland. Zij werkt met particulieren, families en fondsen.
Jay Hunsberger is medeoprichter van H&H Advising in Californië, Verenigde Staten. Hij helpt mensen al zijn hele loopbaan ontdekken wat er werkelijk toe doet en hun handelen daarop af te stemmen.
Bronnen en literatuur
1. Giving USA 2026: The Annual Report on Philanthropy for the Year 2025, onderzoek door de Indiana University Lilly Family School of Philanthropy, uitgegeven door de Giving USA Foundation, juni 2026.
2. ‘Geven in Nederland 2026’, Centrum voor Filantropische Studies, Vrije Universiteit Amsterdam, 26 juni 2026.
3. 2025 Bank of America Study of Philanthropy, in samenwerking met de Lilly Family School of Philanthropy.
4. The Philanthropy Outlook 2026: ‘Estimating Effects on Charitable Giving from the One Big Beautiful Bill’, Lilly Family School of Philanthropy met CCS Fundraising, maart 2026. Let op: deze studie schat het effect op ongeveer 5,69 miljard dollar minder giften maar circa 8 miljoen meer donateurs, aanzienlijk afwijkend van andere gepubliceerde ramingen.
5. Belastingdienst, ‘Aan welke voorwaarden moet een ANBI voldoen? Onder meer de 90%-eis, het bestedingscriterium (beperkt eigen vermogen), de zeggenschapseis en de beloningsbeperking voor beleidsbepalers.
6. Besluit algemeen nut investeringen, Staatssecretaris van Financiën, 15 maart 2024, nr. 2024-6086, Staatscourant 2024, 8860. Voorwaarden opgesteld in overleg met een werkgroep vanuit de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF).
7. Rijksoverheid, aankondiging bezuiniging ontwikkelingssamenwerking, november 2024.
8. Van Bakel, Detiger & De Jager, ‘Nederland alternatief voor Amerikaanse non-profits?’ Wereld van Filantropie, 18 juni 2026.
9. J. Spero & J. Miller, Financial Times, ‘US philanthropists move hundreds of millions to UK to avoid Trump threats’, oktober 2025.
10. Washington Philanthropy Update, 29 juli 2026, Integer, LLC.
Abonneer je op ons gratis Journaal:

