
ING symposium voor stichtingen en instellingen:
Filantropie vandaag vraagt om visie, vertrouwen en lef
- Filantropie
- Verslag
Ruim honderd bestuurders van stichtingen en maatschappelijke organisaties en voorts relaties van ING kwamen op 28 oktober bijeen in het Rijksmuseum Amsterdam voor het jaarlijkse ING Stichtingen en Instellingen evenement, mede georganiseerd door de FIN.
Centraal stond de vraag hoe filantropie haar maatschappelijke rol kan versterken in een wereld van geopolitieke spanningen en toenemende polarisatie terwijl de overheid zich op onderdelen terugtrekt. Het werd een middag vol dilemma’s, schuivende perspectieven en een gezamenlijke oproep tot meer maatschappelijke daadkracht.
Bron van betrokkenheid
In het auditorium van het Rijksmuseum werd duidelijk dat maatschappelijke financiering veel meer omvat dan geld alleen. Hoeveel verantwoordelijkheid kunnen vermogensfondsen en goede doelen dragen wanneer publieke middelen onder druk staan? Hoe blijven zij trouw aan hun missie wanneer tegenstellingen toenemen? En hoe vinden zij de balans tussen acute nood en duurzame verandering?
Keynote-spreker Thom de Graaf, voormalig vicepresident van de Raad van State, oud-vicepremier en minister voor Bestuurlijke Vernieuwing, plaatste deze vragen in een brede maatschappelijke context. Hij schetste een wereld waarin de internationale rechtsorde wankelt, en polarisatie en bestuurlijke versnippering hun sporen nalaten.
Zijn boodschap was krachtig: ‘Voor mij zie ik een zaal vol experts in wat de samenleving echt een samenleving maakt: de bereidheid tot het om elkaar geven.’ Volgens De Graaf zijn vrijwilligerswerk, verenigingen, stichtingen en filantropie uitingen van een fundamentele maatschappelijke waarde. Juist nu overheidsfinanciën onder druk staan en subsidies onzeker worden, is het belangrijk opnieuw na te denken over de verhouding tussen overheid en samenleving.
‘De samenleving behoort de bron te zijn van alle sociale relaties en onderlinge steun’, benadrukte hij. Dat betekent niet dat filantropie overheidstaken moet overnemen. Essentiële voorzieningen mogen niet afhankelijk worden van de vrijgevigheid van particulieren of de voorkeuren van filantropen.
Wel moeten we ons afvragen welke verantwoordelijkheid burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties zelf kunnen nemen. ‘Alleen maar klagen over overheidsreductie is weinig productief’, stelde De Graaf. Zijn oproep: benut de kracht van de samenleving en durf opnieuw na te denken over de maatschappelijke opdracht van fondsen en instellingen
Verantwoordelijkheid overdragen
Jasmijn Melse, expert vermogensfondsen en familiefilantropie, wees op een opvallende paradox. Terwijl de maatschappelijke behoeften toenemen, verandert onze geefcultuur. Het aantal huishoudens dat geeft, neemt af en jongere generaties verbinden zich minder vaak aan maatschappelijke initiatieven. Tegelijkertijd staan we aan de vooravond van een omvangrijke overdracht van particulier vermogen. Dat biedt kansen, maar maatschappelijk betrokken vermogen ontstaat niet vanzelf. Melse verlegde daarom de discussie van de vraag of filantropie meer geld moet bijdragen naar een fundamentelere kwestie: hoe dragen we ook verantwoordelijkheid over aan volgende generaties? Hoe betrekken we jongeren bij maatschappelijke vraagstukken? Voor bestuurders betekent dit: kritisch kijken naar hun eigen strategie, hun geefcultuur en de manier waarop zij nieuwe generaties ruimte geven.
Meer ruimte voor filantropie
Menno Tummes, directeur van de FIN, waarschuwde ervoor filantropie te beschouwen als oplossing voor een terugtrekkende overheid. Vermogensfondsen zijn geen verlengstuk van de overheid, maar een zelfstandige maatschappelijke kracht. Hun toegevoegde waarde ligt juist in de mogelijkheid om risico’s te nemen, nieuwe initiatieven te ondersteunen en langdurige verandering mogelijk te maken. Steeds vaker stellen fondsen niet alleen geld beschikbaar, maar ook kennis en netwerken. Samenwerking en meerjarige financiering winnen daarbij aan belang. Tegelijkertijd vraagt de toenemende regeldruk om aandacht. Transparantie en verantwoording zijn noodzakelijk, maar mogen maatschappelijke organisaties niet opzadelen met onnodige administratieve lasten. Tummers formuleerde het scherp: de overheid moet niet meer van filantropie verwachten, maar filantropie vooral meer ruimte geven. Een stabiel fiscaal klimaat en heldere afspraken zijn daarvoor onmisbaar
Oor voor de ander
Rina Molenaar, directeur-bestuurder van Woord en Daad, bracht het perspectief van internationale solidariteit in. Geopolitieke spanningen en de nadruk op nationale belangen zetten ontwikkelingssamenwerking onder druk. Ook klinkt vaker de vraag waarom geld naar mensen ver weg gaat terwijl er in Nederland eveneens grote behoeften bestaan. Molenaar wees op de verbondenheid tussen beide werelden:
‘We wonen niet achter een dijk.’ Maatschappelijke organisaties hebben volgens haar de taak om het gesprek met burgers te blijven voeren en ruimte te bieden aan verschillende overtuigingen. ‘Luisteren levert altijd verrassende inzichten op’, vertelde zij over de aanpak van Woord en Daad.
Lokale partners moeten meer zeggenschap krijgen over prioriteiten en middelen. Gelijkwaardigheid en leiderschap zijn daarbij essentieel. Samenwerking tussen fondsen en organisaties kan bovendien versnippering tegengaan, mits partijen bereid zijn hun eigen profilering soms los te laten en de mensen voor wie zij werken centraal te stellen
Gedeelde verantwoordelijkheid
In het panelgesprek met De Graaf, Melse, Molenaar en Tummers kwamen de verschillende perspectieven samen. Moet filantropie financieel meer bijdragen nu de overheid zich terugtrekt? Moeten stichtingen meer durf tonen en hun statuten aanpassen om urgente noden aan te pakken? Hoe bereiken goede doelen jongere generaties? En hoe kan de sector via de FIN pleiten voor minder regels en meer vertrouwen? De discussie draaide om lastige afwegingen. Fondsen moeten kiezen tussen acute hulp en structurele verandering, terwijl politiek gevoelige onderwerpen vragen om zorgvuldigheid en de moed om trouw te blijven aan de eigen missie. De rode draad was helder: de sector hoeft niet overal hetzelfde over te denken. Juist de verscheidenheid aan fondsen en maatschappelijke doelstellingen is een kracht. Wel vraagt de tijd om bewuste keuzes, transparant bestuur en samenwerking die daadwerkelijk resultaat oplevert.
Frisse blik
Na het inhoudelijke programma bezochten de deelnemers de spraakmakende tentoonstelling over de Nederlands-Amerikaanse schilder Willem de Kooning die bekend werd om zijn expressieve en krachtige schilderijen. Een inspirerende afsluiting die uitnodigde om vertrouwde perspectieven los te laten en met nieuwe ogen te kijken. Precies wat ook de filantropische sector nodig heeft in een veranderende wereld. De bijeenkomst liet zien hoeveel kennis en daadkracht aanwezig zijn. De uitdaging is om die kracht om te zetten in concrete actie, zonder de eigen onafhankelijkheid te verliezen.
De Graaf eindigde met een oproep: ‘Van het politieke klimaat in binnen- en buitenland moet u het niet per se hebben; wel van nieuwe vitaliteit in de samenleving en zeker van uw eigen verantwoordelijkheidsgevoel.’
Filantropie hoeft de overheid niet te vervangen om van grote betekenis te zijn. Zij kan verbinden en vertrouwen geven waar dat nodig is. Juist in onzekere tijden vraagt dat om visie, samenwerking en lef. De Graaf riep ook op om de sector en het maatschappelijk middenveld anders te organiseren, om aan te sluiten bij de tijdgeest. Net als Tummers die aangaf dat brancheverenigingen en koepels elkaar beter zouden moeten vinden om de grote uitdagingen het hoofd te bieden.
De kracht van filantropie ligt ten slotte in haar vermogen om onafhankelijkheid te verbinden aan gezamenlijke verantwoordelijkheid. Juist door elkaar op te zoeken, nieuwe verbindingen te leggen en vanuit eigen kracht in actie te komen, kan de sector van betekenis zijn en bijdragen aan een vitale samenleving.
Abonneer je op ons gratis Journaal:
Gerelateerde artikelen
- Vermogensfondsen
- Interview
'Vertrouwen geven en krijgen is ons belangrijkste kapitaal'
Door Bert Koopman



