
Natuurlijke rust, harmonie en schoonheid?
De historische buitenplaats als zeldzaam en zorglijk erfgoed
- Cultuur
- Interview
Met hun cultuurhistorische en architectonische waarde kregen buitenplaatsen terecht een plaats in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Veel monumentale lusthoven openen nu deuren die lang gesloten bleven. Ze hebben aandacht en steun nodig voor hun behoud. Een impressie.
Kunsthistoricus René Dessing, oprichter van stichting Kastelen, Historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL), ontvangt in Huis Landfort in Megchelen, een dorpje in de Achterhoek op de Nederlands-Duitse grens. Daar was hij tot maart 2024 directeur van de ANBI-stichting Erfgoed Landfort. Het buiten dankt zijn naam aan een doorwaadbare plaats in de Oude IJssel en is bekend sinds 1434. Oeroude weelde.
Huis Landfort, met zijn classicistische elementen, is eigendom van de stichting en wordt financieel mogelijk gemaakt door het echtpaar Ger en Sonja Vijfvinkel – Bruinega. Vijfvinkel vergaarde zijn vermogen met de productie van medische ooginstrumenten.
In nauwe samenwerking met Dessing, kenner van historische buitenplaatsen, kwam in de periode 2018 – 2023 een ingrijpende restauratie van het gehele ensemble tot stand. Naast de financiële inbreng van het echtpaar verwierf de stichting miljoenen euro’s van overheden, fondsen en particulieren – dankzij succesvolle crowdfunding. Dessing ontwikkelde een visie en vervatte deze in een beleidsplan dat hij succesvol realiseerde.
Zeggingskracht
Opmerkelijk aan het schitterend gerestaureerde Huis Landfort zijn de twee gebogen zijvleugels Ooit bevond zich in een van deze vleugels een voor Nederland bijzondere inpandige orangerie. Het landhuis is historisch ingericht en bevat een interessante kunstcollectie met veel porselein, schilderijen, meubilair en objets d’art.
In het oog springen voorts het monumentale koetshuis, de achtkantige Ottomaanse duiventoren, het landschappelijk huispark, ontworpen door J.D. Zocher jr., alsook de monumentale moestuin waartoe een negentig meter lange leifruitmuur behoort. De kleine boomgaard omvat talrijke historische fruitrassen.
Bewoners
De geschiedenis van het huis kende een va et vient van bewoners. Een prominente eigenaar was de Duitser Johann Albert Luyken (1785 – 1867), heer van Sonsfeld-Wittenhorst, oogarts, gynaecoloog en botanicus. Als dendroloog plantte Luyken vele bijzondere bomen. De laatste particuliere eigenaar was Albert Carl Jonas Luyken (1923 – 2012). Hij was genoodzaakt het vervallen Huis Landfort als gevolg van oorlogsschade in 1970 te verkopen aan stichting Geldersche Kasteelen.
Dessing bewoont de buitenplaats, samen met zijn levenspartner Wim Dröge, voormalig TV producent/regisseur. Eerder bewoonden zij lange tijd Huis te Manpad in Heemstede. Deze gaaf bewaarde ‘Amsterdamse’ buitenplaats behoorde bijna twee eeuwen toe aan de familie Van Lennep, onder wie de vermaarde schrijver/politicus Jacob van Lennep ( 1802 – 1868). Daar leerde Dessing het echtpaar Vijfvinkel kennen, een ontmoeting met grote gevolgen.
Rijke Amsterdamse kooplieden gaven de buitenplaatsen destijds een impuls?
Dessing: ‘De elite uit de zeventiende en achttiende eeuw – kooplieden en regenten – bracht een deel van het jaar graag door op hun pleasure grounds buiten de rumoerige en stinkende steden. Kooplieden verdienden hun geld met de handel en spendeerden dat onder meer aan hun buitens. Langs waterwegen zoals de Vecht lagen ooit tweehonderd buitenplaatsen. Een gordel van rijkdom.’
En de bijna honderdjarige Natuurschoonwet (NSW)?
‘Dankzij deze wet zijn in Nederland vele historische ensembles met hun omringende bosrijke landschappen bewaard gebleven. De NSW is uniek in Europa. Het is een wet die eigenaren van landgoederen, waaronder historische buitenplaatsen van meer dan vijf hectare, onder voorwaarden fiscale voordelen biedt bij de overdracht naar een volgende generatie.’
‘De wetgever wilde voorkomen dat bij verkrijging of vererving van een landgoed overdrachtsbelasting of successierecht betaald moest worden waardoor eigenaren genoodzaakt waren een deel van hun grond te verkopen. Daarnaast danken wij nog bestaande historische buitenplaatsen aan de onverminderde inzet en middelen van vele families die deze domeinen voor onze tijd wisten te bewaren.’
Hoe belangrijk is de ensemblegedachte bij buitenplaatsen?
‘Samenhang – van groen en bebouwing – is essentieel en het landhuis is ook minder interessant als het niet bewoond wordt. Hetzelfde geldt voor het ontbreken van een tuin, waar vaak bloemmozaïeken, plantenverzamelingen, tuinsieraden en folly’s te vinden zijn. Een buitenplaats bewonen is verantwoordelijkheid nemen voor het behoud van historisch erfgoed. Dat is een grote opgave want er haast altijd wel weer een nieuwe zorg.’
Zoals?
‘Er zijn klimaatzorgen, bedreigingen door infrastructurele ingrepen, maatschappelijke vooroordelen wegens het eliteverleden, belastingdruk op zaken die niet renderen en vaak een gebrek aan kennis over dit erfgoed bij lokale en regionale overheden. In die zin hebben alle beheerders van deze erfgoederen een bord met dagelijkse zorgen.’
In hoeverre biedt de exploitatie soelaas?
‘Tegenwoordig zijn ondernemerschap en creativiteit noodzakelijke voorwaarden voor veel historische buitenplaatsen om te kunnen overleven. Maar ze moeten natuurlijk geen pretparken worden. Denk eerder aan activiteiten als kleinschalige concerten, condoleances, culinaire avonden, open tuindagen, rondleidingen en andere kleine evenementen.’
Wat is het ‘nut’ van historische buitenplaatsen?
‘Feitelijk draait het nut van deze prachtige ensembles om hun zeggingskracht en natuurwaarden. Daar gaat het om. Bij publiekstoegankelijkheid van deze plaatsen heb je nu wel vrijwilligers nodig om gastvrijheid te kunnen bieden. Zonder vrijwilligers, tuinhulpen, gastheren en -dames en rondleiders lukt het niet om deze huizen voor het publiek toegankelijk te maken.’
Het gesprek komt op het heden en verleden van de door de Nederlandse staat vastgestelde 545 historische buitenplaatsen. Ze zijn door Dessing en Jan Holwerda beschreven en van een afbeelding voorzien in hun herziene Nationale Gids Historische buitenplaatsen. Het zijn ensembles van een historisch-monumentaal huis met bijgebouwen compleet met hun groenaanleg. Ze vormen de meest bijzondere bouwstenen van het Nederlandse landschap en geven ons land haar eigenheid.
Wat kan sKBL betekenen?
Dessing: ‘De sKBL legt graag uit wat de cultuurhistorische waarde is van buitenplaatsen, onder meer door ze op een laagdrempelige manier over maatschappelijke vooroordelen heen te helpen. Wij proberen geïnteresseerden te helpen om te zien wat de enorme cultuurwaarde van dit erfgoed is. Natuurlijk: de geschiedenis van buitenplaatsen is altijd een elitegeschiedenis geweest van mensen die zich een buitenplaats konden veroorloven. Diezelfde elitegedachte is in onze egalitair denkende samenleving voor dit soort huizen wel een bedreiging.’
Leg eens uit?
‘Dan verkopen ze toch een stuk land, zegt men dan. Maar als je dat doet, ben je het geheel kwijt. In die zin heeft de sKBL naast een voorlichtende ook een educatieve missie. Door te zoeken naar maatschappelijke herkenning en erkenning en zo draagvlak te vinden om dit culturele erfgoed in stand te houden. Daarmee hopen wij ook dat een vanzelfsprekend politiek draagvlak ontstaat alsook steun van fondsen en mecenassen.’
Als geefdoel biedt dit erfgoed vele aanknopingspunten.
‘Er is geen goed doel in de sector cultuur dat zo divers en facetrijk is als een buitenplaats. Er is cultuur, groene historie, boom- en plantverzamelingen, interieurbehoud en alles wat daarbij hoort, woongeschiedenis, historische fruitrassen, torenklokken, wandbespanningen, textiel en noem maar op.’
Dan: ‘Historische buitenplaatsen zijn feitelijk geweldige vormen van duurzaamheid want ze lijken veelal bestand tegen de tand des tijds. Anders gezegd: buitens zijn een bijzonder geheel van historische waarden, meeslepende verhalen, fraaie natuur en bijzondere interieurs. Ze maken delen van Nederland tot een onweerstaanbaar geheel.’
Hoe buitenplaatsen aan volgende generaties door te geven?
‘Het is voor veel betrokkenen op buitenplaatsen een grote uitdaging om deze kwetsbare complexen over te dragen en ze voor volgende generaties te kunnen behouden. Hierbij rijst bij meerdere huizen de vraag: wat is het de samenleving waard om deze laatste stukken onaangeraakt Nederland te bewaren? Waar zijn de jongeren die hun mond vol hebben over natuurbehoud maar instandhouding van de 545 buitenplaatsen grotendeels overlaten aan circa 15.000 vrijwillige (meestal) 70-plussers die er met groot enthousiasme hun beste dag in de week beleven.’
Tot slot
Kastelen en buitenplaatsen hebben in Nederland – anders dan in Duitsland, Engeland en Frankrijk – nauwelijks een plaats in het collectieve geheugen. In de negentiende eeuw was er de trek naar de steden. Daarbij vergaten de meeste nieuwe stedelingen waar ze vandaan zijn gekomen en zo lieten ze de schoonheid van hun geboortegrond achter zich. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd veel afgedankt wat elite, gevestigde orde en geschiedenis was. Tegenwoordig is er weer meer belangstelling voor dit culturele erfgoed. Niet alleen voor de bewoners en de bouwgeschiedenis, maar ook en in toenemende mate voor de sociale aspecten.
Zie ook: https://www.aup.nl/nl/book/9789048574438/het-vermaaklyk-slot
René Dessing en Jan Holwerda, Nationale Gids Historische Buitenplaatsen, uitgave: stichting Kastelen, Historische Buitenplaatsen & Landgoederen sKBL.
Wie is René Dessing?
René W. Chr. Dessing (1956) studeerde kunstgeschiedenis en klassieke archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn studie richtte hij het in 1988 in Amsterdam het cultureel-organisatiebureau Artifex op dat hij in 2006 verkocht. Als initiator en voorzitter van Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012 beijverde hij zich voor het behoud van dit erfgoed. Hij dacht: als we niets doen zijn die buitenplaatsen dadelijk weg. Dessing wist alle toenmalige Commissarissen van de Koningin in een Comité van Aanbeveling te krijgen.
Met dit themajaar gaf hij dit kwetsbare bezit een nieuwe impuls. Het woord ‘buitenplaats’ ging weer leven. In 2014 volgde de oprichting van de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en landgoederen (sKBL) met als hoofddoel: de zichtbaarheid van en de kennis over historische buitenplaatsen bij het publiek te vergroten. En daarmee meer maatschappelijk commitment voor hun conservering te beijveren.Onder meer via bijeenkomsten, digitale nieuwsbrieven, de website, sociale media, podcasts en podwalks.
Intussen was Dessing van 2017 tot 2024 directeur van stichting Erfgoed Landfort (sEL). In de loop der jaren verschenen diverse publicaties van zijn hand, onder meer rond Amsterdamse, Utrechtse, Haagse en Leidse buitenplaatsen. Ook was Dessing verantwoordelijk voor een recente publicatie over Huis Landfort. Hij is een veel gevraagd spreker over historische buitenplaatsen.
Zijn drijfveren? Verborgen waarden zichtbaar maken. Dessing: ‘Wat van waarde is, moet je niet voor jezelf houden. Dat had ik als kind al en dat geldt niet alleen voor buitenplaatsen, maar ook voor klassieke muziek of bloemen. En daarnaast samen eten, koken en vriendschappen.’ Buitenplaatsen herinneren ons volgens hem aan een tijd waarin de elite gemakkelijk in hectares kon denken en zich op haar buitens overgaf aan sociale verpozingen, botanische liefhebberijen, schoonheid en rust. Dat is nu voor velen beter mogelijk.
Abonneer je op ons gratis Journaal:
