
Onderzoek CBF en Radboud Universiteit:
Kruipen goede doelen in crisistijd bij elkaar?
- Goede Doelen
- Analyse
Samen staan goede doelen sterk in crisistijd. In de Corona-jaren zat het aantal lidmaatschappen van koepelorganisaties in de lift, maar nu overheden stevig bezuinigen, bijvoorbeeld op het ontwikkelingswerk, is het beeld genuanceerder. Dit blijkt uit een rondgang.
Het CBF bewaakt voor donateurs de betrouwbaarheid van goede doelen. Bovendien probeert de toezichthouder een bijdrage te leveren aan de professionalisering van de sector. Daarom analyseert het CBF elk jaar samen met dr. Lau Schulpen (Radboud Universiteit) de informatie uit meer dan 800 jaarverslagen van goede doelen in de CBF-database. De belangrijkste ontwikkelingen worden beschreven in het State of the Sector onderzoek en in de Goede Doelen Index van een indexcijfer voorzien. Met als doel goede doelen waardevolle inzichten te verschaffen en handvatten te bieden voor een vergelijking met hun peers.
Covid gaf een impuls
Een van de onderwerpen waar in het onderzoek van het CBF en de Radboud Universiteit naar wordt gekeken, is de mate waarin goede doelen samenwerken. ‘Om de vitaliteit van het maatschappelijk middenveld te meten zijn samenhang en samenwerking cruciaal,’ zegt Lau Schulpen. ‘Het lidmaatschap van koepelorganisaties is daarvoor een goede indicator. In 2016 was 28% van de doelen in de database van het CBF lid van minimaal één koepel. Dat is best weinig. In de jaren daarna ontwikkelde het zich heel goed. In 2023 was al 38% lid van een koepel. Een substantiële toename.’
Schulpen zag in de data de groei van het aantal organisaties dat lid is van eenkoepel in 2021 versnellen. ‘We noteren in dat jaar een stijging van 7%. Het was het tweede Covid-jaar. Blijkbaar moest er iets gebeuren waardoor organisaties dachten: het is misschien toch wel handig om lid te worden van een koepel. Zij kropen dus bij elkaar in crisistijd.’
Bijzonder moment
De Samenwerkende GezondheidsFondsen (SGF) is geen brancheorganisatie in de strikte zin van het woord, maar geeft wel op verschillende manieren vorm aan de samenwerking van 23 grote gezondheidsfondsen. Volgens Mark Monsma, uitvoerend bestuurder/directeur van de vereniging SGF, was de coronapandemie voor de SGF op verschillende manieren ingewikkeld. ‘Enerzijds wilden de fondsen mensen met een kwetsbare gezondheid zorg geven voor Corona en de complicaties daaromtrent. Aan de andere kant was er het beddentekort en een verdringingseffect. Hoe zorg je dan dat mensen met andere medische klachten toch de zorg krijgen die ze nodig hebben? Dit heeft enorme impact gehad op de gezondheidsfondsen.’
‘Ik weet nog dat in maart het bericht kwam dat Corona in Nederland was en het land op slot ging,’ vervolgt Monsma. ‘Ik had net een jaarplan gemaakt. We hebben tijdens de vergadering daarover tegen elkaar gezegd: we stick together. We hebben elkaar nu nodig en gaan gewoon voor dat jaarplan. Mocht blijken dat het toch niet kan, dan doen we het anders. Dat was een bijzonder moment.’
Heggenschaar van Klever
Na de pandemie diende zich tijdens het Kabinet Schoof een nieuwe crisis aan. Minister Reinette Klever zette de heggenschaar in de subsidies voor ontwikkelingssamenwerking. In wat vroeger de medefinanciering heette ging in de periode 2020-2025 1,5 miljard euro om. Klever kwam met een nieuw beleidskader en draaide de subsidiekraan grotendeels dicht. In de periode 2026-2030 is nog maar 600 miljoen beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking. Een bezuiniging van 60%. Dat bedrag wordt verdeeld onder 20 tot 30 organisaties. Voorheen waren dat er 200.
Meer lidmaatschappen koepels?
Hebben de bezuinigingen geleid tot meer samenwerking? De leden van Partos kruipen naar elkaar toe, aldus directeur Liana Hoornweg. Voor wat betreft de ledenaanwas is het beeld niet eenduidig. ‘We krijgen wel aanvragen binnen, maar het aantal lidmaatschappen is niet gestegen,’ zegt Hoornweg. ‘We zitten nog steeds rond de honderd leden. Vergeet ook niet dat sommige organisaties vanwege de bezuinigingen niet meer bestaan.’
Erik Boerrigter, directeur van Partin, de koepel voor kleine organisaties die zich bezighouden met ontwikkelingswerk, vindt het logisch dat organisaties in crisistijd bij elkaar kruipen. ‘De paniek mag nu dan wat minder heftig zijn in ons segment van kleine goede doelen,’ zegt hij. ‘Maar in de Corona-periode was die er wel. Die crisis was namelijk heel acuut. Help, we kunnen niet meer naar ons projectland! Hoe kunnen we als bestuur met al deze beperkingen toch overleggen? Toen dit soort vragen opborrelden zag je ook bij ons een samenklontering en een aanwas van leden. Wel is een deel van die nieuwe leden weer verdwenen. Wij groeien dus niet, ons ledenaantal daalt juist een beetje.’
GDN: gestage groei
Goede Doelen Nederland is met 330 leden de grootste brancheorganisatie voor goede doelen. De koepel behartigt de belangen van haar leden, heeft een netwerkfunctie en draagt door kennisdeling en dienstverlening bij aan de professionalisering van de sector.
Volgens directeur/bestuurder Margreet Plug maakt Goede Doelen Nederland een “gestage groei” door. ‘In 2025 kregen we er 50 leden bij,’ zegt zij. ‘Natuurlijk zijn ook een paar organisaties – kleinere goede doelen met name – weer weggevallen na het aspirant lidmaatschap. Waarom we groeien? Ik denk dat goede doelen zien dat we in de belangenbehartiging en kennisdeling van waarde zijn. Binnen onze stichting, Stichting Diensten voor Goede Doelen, bieden we voordelen aan onze leden. Zo hebben we met leveranciers iets van 50 contracten gesloten, zodat onze leden voordelig producten en diensten kunnen afnemen.’
Samenwerking koepels
De samenwerking wordt niet alleen gezocht door goede doelen onderling, in koepels, maar ook een niveau hoger, om een vuist te kunnen maken richting overheden. De SGF is bijvoorbeeld een belangrijke speler in de Gezondheidstransitie, waarin haar leden samen met een aantal maatschappelijke organisaties, maar ook de Gemeente Amsterdam en de Gemeente Groningen, een ziekte overstijgende strategie schrijven voor het aanpakken van nationale gezondheidskwesties. En Goede Doelen Nederland zit aan tafel in een breed sectoroverleg van 14 partijen, waaronder ook FIN, NOC*NSF, SGF en CIO.
Margreet Plug vindt dit sectoroverleg belangrijk om een zorgwekkende trend het hoofd te bieden: het krimpen van de ruimte voor maatschappelijke organisaties, zowel in Nederland als daarbuiten. ‘Als je denkt “we hebben een democratie, dat loopt zo’n vaart niet” komen we straks bedrogen uit,’ zegt zij. ‘We moeten heel alert zijn. In een periode dat je voelt dat de bewegingsruimte voor maatschappelijke organisaties onder druk staat is het des te belangrijker dat we de handen ineenslaan. Dit is het moment om tegendruk te geven met mensen om ons heen die ook bereid zijn dat te doen. Bij tegenwind moeten we wat harder gaan trappen.’
Toezicht belangrijk
Goede Doelen Nederland stelt als eis aan leden dat zij het CBF-Keurmerk voeren. Margreet Plug: ‘Wij vinden het belangrijk dat organisaties zich onder toezicht stellen. In gesprekken met bijvoorbeeld banken en politieke vertegenwoordigers merken we ook dat dit van belang is. We hopen dan ook dat het aantal Erkende organisaties groeit. Overigens kunnen goede doelen zonder Erkenning wel aspirant lid worden van GDN. Wij kunnen ze begeleiden op weg naar de Erkenning.’
Het CBF verwacht dat in de komende jaren meer goede doelen lid worden van een koepel en denkt dat samenwerkingsverbanden de professionalisering van de sector verder aanjagen. Ook onderzoeker Lau Schulpen juicht deze trend toe. ‘Koepels hebben een paar cruciale taken. Ze brengen organisaties bij elkaar, zodat ze van elkaar kunnen leren. Ze vertegenwoordigen groepen van maatschappelijke organisaties of goede doelen naar buiten toe. En daarmee wordt – heel belangrijk – draagvlak opgebouwd bij het publiek en in de politiek.’
KADER:
Onderzoek helpt CBF bij toezicht op goede doelen
Onderzoek is een kerntaak voor het CBF, zegt Gerjob Lootens, die zich bij de toezichthouder richt op onderzoek en ontwikkeling. “Inzicht helpt ons immers om goede toezichtvragen te stellen. Bovendien kunnen we vanuit onze data en kennis van de sector het maatschappelijke debat voeden met feiten. Daarom is de samenwerking met de Radboud Universiteit in het State of the Sector-onderzoek belangrijk.”
Goede doelen zijn essentieel voor de samenleving om twee redenen, stelt Lootens. Zij maken de samenleving beter door het werk dat zij verrichten voor maatschappelijke missies en zij vormen mede de samenleving doordat zij mensen met elkaar verbinden rondom die doelstellingen. Lootens: “In het State of the Sector-onderzoek brengen we die maatschappelijke bijdrage van goede doelen in kaart. Bovendien kijkt het onderzoek naar de financiële gezondheid van de sector om ook op lange termijn zijn goede werk te kunnen blijven doen.”
Bekijk hier alle State of the Sector-onderzoeken.
Dit artikel, het derde in een reeks, is tot stand gekomen met medewerking van het CBF.
Ingezonden mededeling
Met belangstelling las ik het artikel over de wervings- en beheerkosten van goede doelen, gebaseerd op CBF-gegevens. Mooi dat de sector efficiënt werkt, maar de conclusies vragen wel om de nodige nuance.
In de filantropie zie je de nadruk steeds meer verschuiven naar ‘impact’. Prima dat organisaties laten zien wat ze bereiken, maar het brengt ook een risico met zich mee. Impact laat zich namelijk lastig vangen in harde cijfers en blijft vaak subjectief. Een euro kun je exact natellen, maatschappelijk effect niet.
Doelmatigheid, impact en effectiviteit horen bij elkaar. Je kunt het een niet los zien van het ander. Juist daarom mogen we de harde, financiële cijfers nooit naar de achtergrond drukken. Zonder transparante cijfers verlies je het fundament onder de sector. Kijk bijvoorbeeld naar de verdeling van campagnekosten.
In de praktijk worden kosten voor leden- en donateurswerving nog te vaak weg geboekt onder ‘voorlichting’. Dat geeft een vertekend beeld van wat er nu echt rechtstreeks naar de doelbesteding gaat. Donateurs denken hierdoor al snel dat hun geld aan iets anders wordt besteed dan in werkelijkheid gebeurt.
Impactinformatie is een nuttige aanvulling, maar de basis moet eerlijk en meetbaar blijven. Het CBF en de sector moeten pal blijven staan voor financiële transparantie die voor iedere donateur klopt en te controleren valt.
Jordan van Bergen
Directeur-Bestuurder Stichting Donateursbelangen
Abonneer je op ons gratis Journaal:

