
‘Rijk aan geld. Arm aan verbeelding’
- Cultuur
- Analyse
Kunst en cultuur zijn geen bijzaak. Ze zijn de ziel van de samenleving. Dit stelt cultuurmecenas, media- en theaterproducent Joop van den Ende (84) in een paginagrote advertentie in de Volkskrant van vrijdag 18 september.
De advertentie begint aldus: Prinsjesdag 2026. De troonrede. De Miljoenennota. Het koffertje van de minister van Financiën. Over onze economie. Over onze veiligheid. Over onze toekomst. Vervolgens maakt Van den Ende zijn punt: ‘Maar in de Troonrede: geen woord over kunst en cultuur.’
Dan: ‘Een land leeft niet alleen van wat het verdient. Een land leeft van wat het denkt, maakt, speelt, schrijft, zingt en verbeeldt. Nederland is een rijk land. Laten we zorgen dat we ook rijk van geest blijven.’ Was getekend, Joop van den Ende.
Filantropie
Het centrum voor Filantropische Studies aan de VU Amsterdam becijferde dat van alle maatschappelijke terreinen – religie en levensbeschouwing uitgezonderd – het meeste private geld naar cultuur gaat. Het betreft circa 33%. Dat roept de vraag op of filantropie hier nog de kers op de taart is of allengs de taart zelf wordt.
Intussen blijkt uit onderzoek van Rachel Pownall, hoogleraar Arts & Finance in Maastricht, dat de kloof tussen het top- en bodemsegment van de kunstmarkt nog nooit zo groot is geweest. Bij veilinghuizen worden kunstwerken tegen exorbitante bedragen afgehamerd. ‘Als kunstwerken luxegoederen van de ultrarijken worden, zal dat overheden niet stimuleren om geld in de cultuursector te steken’, aldus Pownall in NRC van vrijdag 18 september.
Evenwichtiger kader
Ze signaleert dat kunstenaars in het bodemsegment steeds afhankelijker worden van filantropen en overheden. Pownall pleit ervoor dat beleidsmakers, verzamelaars en directeuren van culturele instellingen zich hard maken voor ‘een evenwichtiger en duurzamer kader voor de kunstsector’.
Pownall: ‘Onderwijs kan daarbij een belangrijke rol spelen: leer kinderen de waarde van kunst en cultuur, zorg dat dit niet van het curriculum verdwijnt. En overheden en fondsen moeten – alle andere maatschappelijke uitdagingen ten spijt – voorkomen dat de kloof tussen het top- en bodemsegment van de kunstmarkt nóg groter wordt.’
Abonneer je op ons gratis Journaal:


