
‘Wetenschap moet zowel onafhankelijk als betrokken zijn’
KNAW-president Peter-Paul Verbeek over het belang van wetenschapscommunicatie
- Wetenschap
- Opinie
‘Het zijn spannende tijden voor de wetenschap’, zegt KNAW-president Peter-Paul Verbeek. Hij sprak tijdens de Nationale Wetenschapscommunicatie Dag over de waarde van wetenschap, het belang van academische vrijheid en de noodzaak van een nieuw verhaal over wetenschap.
‘In bepaalde delen van de samenleving ligt de wetenschap steeds vaker onder vuur. Vanuit bepaalde politieke stromingen klinkt soms onvrede over stikstofberekeningen en klimaatmodellen, wetenschappers worden soms bedreigd vanwege de uitspraken die ze doen in de media, er is onvrede over de protesten aan universiteiten. De polarisatie in de samenleving heeft uiteindelijk toch ook de wetenschap bereikt.’
‘Intussen is er nog een tweede, belangrijke ontwikkeling die grote impact heeft op de wetenschap: de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie. De praktijk van het onderzoek verandert razendsnel: hoe wetenschappers onderzoek doen, publiceren, aanvragen schrijven en beoordelen, alles verandert in hoog tempo. Intussen vertrouwen steeds meer mensen bijna blind op de informatie die AI ze voorschotelt: wat doet dat met het beeld dat het publiek heeft van ‘‘de waarheid’’ en van de waarde van wetenschappelijke kennis?’
‘Deze ontwikkelingen zijn heel betekenisvol voor de wetenschapscommunicatie. Wat staat ons te doen om het draagvlak voor de wetenschap te verstevigen? En met ‘ons’ bedoel ik dan ons allemaal, in de wetenschapscommunicatie en daarbuiten, iedereen die de verbinding tussen wetenschap en samenleving verder wil vormgeven, vanuit onze gedeelde betrokkenheid op de waarde van wetenschap.’
‘Om deze vraag te beantwoorden wil ik allereerst wat meer zeggen over de manier waarop de verbinding tussen wetenschap en samenleving zich heeft ontwikkeld de afgelopen decennia, want ik denk dat daar een belangrijke sleutel ligt. De maatschappij is verwetenschappelijkt en de wetenschap vermaatschappelijkt, en dat doet iets met de rol van wetenschap in de publieke discussie. De samenleving is sterk afhankelijk geworden van wetenschap: ons pensioenstelsel, de gezondheidszorg, klimaatbeleid – wetenschap zorgt ervoor dat we beslissingen ergens op kunnen baseren.’
‘Tegelijkertijd is de wetenschap steeds maatschappelijker geworden: maatschappelijke vragen zijn vaak aanleiding voor wetenschappelijke vragen, en wetenschappelijke subsidies krijg je meestal alleen als je onderzoek ook maatschappelijke waarde heeft. Inmiddels is de verwevenheid van wetenschap en samenleving zo groot geworden, dat niet meer altijd voor iedereen duidelijk is wat de eigen aard van de wetenschap is – wetenschap wordt steeds vaker gezien als ‘ook een partij met een belang’.
Paradox
‘Als je een beetje ‘‘uitzoomt’’, zie je dan we twee tegengestelde eisen stellen aan de wetenschap, die allebei even belangrijk zijn: wetenschap moet zowel onafhankelijk als betrokken zijn. En dat ís ze ook. Ze voldoet aan allebei de eisen. Wetenschap is alleen maar betrouwbaar als ze onafhankelijk is, en alleen maar relevant als ze betrokken is. Ik noem dit graag ‘‘de wetenschapsparadox’’ – want een paradox is een schijnbare tegenstelling tussen twee dingen die elkaar lijken uit te sluiten maar toch allebei tegelijk waar zijn.’
‘Wetenschap is zowel waardevrij als waardevol, zowel neutraal als invloedrijk, zowel onafhankelijk als betrokken. Door betrokken te zijn stelt wetenschap de juiste vragen om die vervolgens onafhankelijk te kunnen beantwoorden, om waardevolle kennis op te leveren is het wetenschappelijk werk zelf zo waardevrij mogelijk, en juist door die wetenschappelijke neutraliteit is kennis betrouwbaar en kan ze impact hebben.’
‘Recht doen aan deze dubbelheid is de kernuitdaging voor de wetenschapscommunicatie. Het ‘‘sociale contract’’ tussen wetenschap en samenleving is aan vernieuwing toe, in de woorden van Peter Gluckman, de scheidend voorzitter van de International Science Council, nu de wetenschap steeds vaker onder vuur ligt. En dat contract vernieuw je niet door nóg eens uit te leggen aan een breed publiek hoe het nou eigenlijk zit. Het vereist nieuwe vormen van gesprek met de samenleving. Hoe dat dan wel moet, dat is de grote vraag waar we nu met z’n allen voor staan. En daar hoop ik tot slot iets over te zeggen.’
Polarisatie
‘Het afnemende draagvlak voor de wetenschap is niet los te zien van de toenemende polarisatie in de samenleving. Meningen staan steeds vaker lijnrecht tegenover elkaar, zonder openheid om in gesprek te blijven en ook begrip of belangstelling te hebben voor de visie van de ander. Deze polarisatie raakt inmiddels ook de wetenschap, zeker sinds COVID. Politiek kan niet zonder wetenschap, zoals we al zagen. En dus heeft wetenschap invloed op beleid. Zonder zelf politiek te willen zijn, wordt wetenschap door sommigen inmiddels toch zo gezien. Want de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek heeft invloed op het dagelijks leven van mensen: mondkapjes, afstand houden, vaccins, stikstofbeleid.’
‘De polarisatie zien we ook in discussies in kranten en in het parlement over ‘‘woke’’, over de protesten aan universiteiten en over de vraag of universiteiten wel écht divers zijn omdat ‘links’ er de norm zou zijn. Het vertrouwen in wetenschap is nog steeds hoog, blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut, maar het draagvlak voor wetenschappers en voor universiteiten is in bepaalde kringen wel afgenomen. Niet alleen internationaal – zoals we zien in de VS – maar ook in Nederland.’
‘Dat draagvlak lijkt twee dimensies te hebben, die precies de ‘wetenschapsparadox’ weerspiegelen: de kritiek is zowel dat wetenschap te weinig fundamenteel zou zijn als te weinig nuttig. Aan de ene kant worden er Kamervragen gesteld over academische vrijheid en het belang van waarheidsvinding, waarbij er zorgen zijn dat ‘‘woke’’ de vrije wetenschap zou bedreigen, aan de andere kant willen we vooral investeren in wetenschap die van belang is voor innovatie en het Nederlandse concurrentievermogen.’
‘Het is belangrijk om beide lijnen heel serieus te nemen, en om tegelijk de beperkingen ervan te zien. Het zou zorgwekkend zijn als de wetenschap niet meer op zoek is naar waarheid – maar de hang naar een soort ‘‘oude vertrouwde wetenschap als waarheidsvinding’’ is een heimwee naar wat nooit geweest is, omdat wetenschap óók altijd ging over twijfel, onzekerheid, tegenspraak en ook over maatschappijkritiek. En mensen die vooral vinden dat wetenschap te weinig nuttig is, vergeten dat de onvrede niet alleen gaat over ‘‘te weinig bijdrage aan innovatie’’ maar ook over ‘‘teveel invloed op politiek’’. De wetenschap is steeds maatschappelijker geworden, maar de maatschappij ziet deze maatschappelijke bijdrage soms aan voor politiek. En daar moeten we iets aan doen.’
Nieuw verhaal
‘Dit vraagt om nieuw verhaal over de wetenschap: wat heeft de samenleving er eigenlijk aan? Wat is de waarde ervan? Waarom is academische vrijheid meer dan verwend gezeur van ‘‘geef me mijn geld en bemoei je verder niet met mij’’? En: wat ís wetenschap dan eigenlijk? Want wetenschap gaat in de praktijk net zoveel over twijfelen als over de waarheid vinden, net zoveel over onzekerheden als over feiten.’
‘In mijn nieuwe rol als KNAW president zie ik het maken van dit nieuwe verhaal als één van mijn kerntaken. Ik zie in ieder geval twee ingrediënten: (A) bevorderen dat zichtbaar wordt wat de samenleving aan de wetenschap heeft, en (B) bevorderen dat duidelijker wordt wat wetenschap eigenlijk is en hoe ze werkt. Waarbij vooral ook de vorm van belang is, want alleen uitleggen en zenden is niet genoeg – het gaat vooral om het ‘‘ervaarbaar’’ maken.’
‘Het eerste ingrediënt heeft al best veel aandacht, bijvoorbeeld vanuit de universiteiten, met de boodschap ‘‘Universiteiten helpen Nederland vooruit!’’. We moeten duidelijke voorbeelden blijven geven van de vele manieren waarop wetenschap helpt om de grote vragen van onze tijd op te lossen, of het nou gaat over klimaatverandering, vergrijzing, of weerbaarheid.’
‘Het tweede ingrediënt is lastiger en subtieler. Hoe maak je overtuigend duidelijk dat wetenschap mensenwerk is? Zonder dat dat betekent dat de persoonlijke politieke opvattingen van wetenschappers de inhoud van kennis zouden bepalen? Dat het niet alleen gaat om waarheidsvinding maar ook om twijfelen, zonder dat dat kennis waardeloos maakt? Dat wetenschap een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft zonder zelf inherent politiek te zijn?’
Wetenschappelijke vrijheid
‘De huidige discussie over academische vrijheid – ik noemde die discussie al een paar keer – is hier een goede ingang. Want die discussie laat zowel het belang zien van de vrijheid van individuele wetenschappers, met hun eigen opvattingen en ideeën, als ook van de onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek, zonder dat het beïnvloed wordt door politieke of economische factoren.’
‘De zorgen over bedreigingen van academische vrijheid richten zich zowel op zaken die van binnenuit de wetenschap komen als ook van buitenaf: is er geen zelfcensuur, zijn de protesten aan universiteiten niet te intimiderend, kan iedereen nog vrij onderzoeken en onderwijs geven, bemoeit de overheid zich niet te veel met de inhoud van onderwijs en onderzoek en het besturen van kennisinstellingen?’
‘Academische vrijheid is voor de KNAW dan ook een heel centraal thema. Overmorgen, op 14 oktober, brengt de KNAW twee adviezen uit die precies hierover gaan: één over de juridische bescherming van academische vrijheid en één over de vrijheid van meningsuiting aan kennisinstellingen.’
‘Maar hoe helpt deze discussie om duidelijk te maken dat wetenschap mensenwerk is, zonder dat ze daarmee partijdig is? Om dat uit te werken wil ik een heel klein filosofisch uitstapje maken, door invulling te geven aan wat academische vrijheid is vanuit de ideeën van een aantal filosofen – ik kan mijn achtergrond niet verloochenen.’
‘Het is goed om twee vormen van academische vrijheid te onderscheiden – naar het voorbeeld van Isaiah Berlin. Je kunt het zien als negatieve vrijheid: vrijheid-van-iets, de afwezigheid van beperkingen zoals zelfcensuur, intimidatie en een bemoeizichtige overheid. Tegelijkertijd is er ook zoiets als positieve vrijheid: vrijheid-tot-iets, de ruimte om iets te verwerkelijken.’
‘Beide horen bij de wetenschap, en ze belichamen ieder één kant van de wetenschapsparadox: de onafhankelijkheid aan de ene kant en de betrokkenheid aan de andere. Maar: academische vrijheid heeft nóg een dimensie. Het is ook altijd de vrijheid van concrete mensen, van wetenschappers die hun werk doen. En juist vanuit die ‘‘existentiële’’ dimensie kunnen we laten zien dat wetenschap mensenwerk is. Ik wil drie filosofische opvattingen bespreken van die dimensie.’
Jean-Paul Sartre
‘Allereerst die van Jean-Paul Sartre. Voor hem betekende vrijheid: verantwoordelijkheid. Als je in vrijheid handelt, ben je ook verantwoordelijk voor wat je doet. Mensen kunnen niet anders dan keuzes maken die onherroepelijk implicaties hebben (Sartre 1965) en waarvoor we altijd ter verantwoording geroepen kunnen worden, of we dat nou willen of niet. Voor academische vrijheid geldt precies hetzelfde. Wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke kennis hebben altijd invloed, wetenschap is geen vrijblijvend spelletje in een ivoren toren maar heeft echte gevolgen in de echte wereld. En daardoor is wetenschap dus nooit alleen maar ‘‘feitelijk’’ maar altijd ook ‘‘normatief’’ – wetenschappers moeten verantwoordelijk omgaan met de impact van hun kennis.’
‘Dat er politieke discussies over de impact van wetenschap zijn, is dus helemaal niet gek. Wetenschap is niet neutraal maar enorm invloedrijk. De kunst is wél om te laten zien dat dat niet betekent dat er een politieke voorkeur van wetenschappers in de inhoud van hun kennis zit – de normatieve vragen zitten in de manier van omgaan met die kennis. Hoe wetenschappers verantwoordelijkheid nemen voor de impact van hun werk, zou onderdeel kunnen zijn van het nieuwe verhaal.’
Karl Jaspers
‘De tweede betekenis van vrijheid komt van Karl Jaspers. Die richtte zich vooral op het feit dat vrijheid altijd iemands vrijheid is. Je kunt als individu je vrijheid omarmen door echt als jezelf keuzes te maken of pogen je vrijheid te ontlopen door met de massa mee te gaan. Vrijheid geeft dus de mogelijkheid tot authenticiteit, tot ‘‘denken als jezelf’’. De wetenschap, zo stelt hij, moet een plek zijn die authentiek denken koestert, bevordert, behoedt en bewaart.’
Søren Kierkegaard
‘De derde betekenis komt van de Deense filosoof Søren Kierkegaard. Voor hem is vrijheid een bron van permanente twijfel (Kierkegaard 1842 – vertaling 2013). Dat wij vrijheid hebben betekent dat we kunnen reflecteren op onszelf en dus ook aan alles kunnen twijfelen en de vanzelfsprekendheid van alles ter discussie kunnen stellen. Niets staat voor altijd vast, alles kan altijd kritisch beschouwd worden. Binnen de wetenschap komen we, paradoxaal genoeg, alleen maar dichter bij de waarheid door te twijfelen en altijd alles ter discussie te kunnen stellen.’
‘En dat vergt moed: de moed om steeds opnieuw te beginnen, los te laten wat je voor waar houdt. Ook dat is iets wat duidelijk zou kunnen worden in wetenschapscommunicatie. Dat wetenschap ook gaat om onzekerheid en niet alleen om zekerheid. En dat wetenschappelijke discussie en onenigheid dus niet betekent dat het ene kamp het andere kamp monddood wil maken, maar dat wetenschap zich simpelweg ontwikkelt in dialoog.’
Breder publiek
‘In de manier waarop we wetenschap neerzetten in de publieke ruimte zouden deze drie aspecten van wetenschap wat mij betreft een centrale rol mogen hebben. Want daarmee kunnen we een breder publiek vertrouwd maken met de eigen aard van wetenschap, en laten zien hoe wetenschap werkt, hoe kennis tot stand komt, en dus ook wat de waarde en kwetsbaarheid van wetenschappelijke kennis is, en hoe je kennis op waarde kan schatten.’
‘De kernvraag is dan natuurlijk: hoe? Hoe doen we dat? Want alles nog eens langzaam uitleggen is geen optie. Misschien is een weg om portretten te maken van de mens die de wetenschapper is. Of door mensen te laten meedenken over maatschappelijke verantwoordelijkheden rondom wetenschappelijke projecten, en door de maatschappelijke waarde van wetenschap altijd expliciet zichtbaar te maken. En vooral ook door mensen vertrouwd te maken met de wetenschappelijke methode, waarin twijfel deel uitmaakt van alles en wetenschap ook spannend maakt – bijvoorbeeld door mensen mee te nemen in verhalen over lopend onderzoek, wetenschappelijke debatten, feuilletons…’
‘Voor het zoeken naar antwoorden op deze vragen zijn jullie wetenschappers hard nodig. Jullie zorgen er met z’n allen voor dat de wetenschap verbinding houdt met de samenleving. Samen met de wetenschappers die dit óók belangrijk vinden en daar helaas nog steeds te weinig erkenning en waardering voor krijgen, want aandacht voor de verbinding met de samenleving hoort natuurlijk bij elk onderzoeksproject.’
‘Zonder jullie belangrijke werk zou het vertrouwen in de wetenschap er nu heel anders uitzien. En ik hoop dat we met z’n allen de komende jaren het draagvlak voor de wetenschap weer kunnen vergroten. Wetenschap is iets bijzonders, dat niet iedereen zomaar kan doen. Hoe meer duidelijk wordt hoe waardevol en beschermingswaardig wetenschap is, hoe groter de kans dat het vertrouwen echt weer groeit op plekken waar dat nu kleiner is geworden. Ik ben heel benieuwd jullie dit allemaal zien en ga er graag over in gesprek. Dank jullie wel.’
Zie ook het KNAW-persbericht over academische vrijheid:
Abonneer je op ons gratis Journaal:



