
Concertgebouworkest met meezingfinale in Ziggo Dome A'dam
Visoen van verbondenheid en gelijkheid in mega concertzaal
- Cultuur
- Interview
Op zaterdagavond 3 oktober klinkt het ‘Alle Menschen werden Brüder’ uit misschien wel 12.000 kelen in indoor arena Ziggo Dome in Amsterdam Zuidoost. Een gesprek met orkestdirecteur Dominik Winterling over nieuwe concertformats met muziek voor kenners én een nieuw publiek.
Het slotkoor van de Negende Symfonie van Beethoven, wie kent het niet? Maar klinken de woorden van de Duitse dichter Friedrich Schiller niet wat naïef in een tijd dat universele verbroedering verder weg lijkt dan ooit? Dat mag zo zijn, maar Schiller was ook een kritische waarnemer van zijn tijd. En een vurig pleitbezorger van de waarde van kunst: belangeloos, vrij van dwang, harmoniserend, verstand en gevoel verbindend (zie kader onderaan).
Vanwaar het idee van deze meezingfinale?
Winterling: ‘Met Classics Live brengt het Concertgebouworkest de meest geliefde klassieke hits, gespeeld door een van de beste orkesten ter wereld. De muzikale leiding over orkest, koor, solisten en publiek is in handen van onze honorair gastdirigent Iván Fischer. Hij kwam met dit idee. Als we één ding nodig hebben in deze tijd van polarisatie dan is het verbinding. Dat we bij elkaar komen, dat we met elkaar in gesprek gaan. Dat is het idee achter dit project.’
Hoe is het evenement georganiseerd?
‘Dit experiment is een gezamenlijke onderneming van het orkest en producent MOJO Concerts. Een van onze stafleden was daar voorheen werkzaam. MOJO vond het interessant om het orkest neer te zetten bij een breder publiek. Dominic Seldis, aanvoerder van onze contrabassen, neemt het publiek mee met verhalen achter muziek van Rossini (Willem Tell ouverture) en Verdi (slavenkoor uit de opera Nabucco). Beethoven (Symfonie IX) is het sluitstuk.’
Hoe past dit format in de seizoenprogrammering 2026/2027?
‘Wij stellen ons zowel binnen als buiten Het Concertgebouw open voor een breed publiek. Zoals onze artistiek directeur Elena Dubinets het formuleert: ‘‘De mix van traditie, verbeeldingskracht en menselijkheid die het Concertgebouworkest kenmerkt, kent zijn gelijke niet.’’ Met diverse concertseries slaan we een brug naar een groter publiek. Denk bijvoorbeeld aan onze Series D (De variatie) en S (Essentials). Of aan de kamermuziekserie Bijlmer Klassiek en de kinder- en schoolconcertenconcerten.’
Miljoenen voor de muziek
Het gesprek komt op zakelijke aspecten van het orkest. Bij een format als Classics Live denk je aan music for the millions. Het zou ook moeten gaan om miljoenen voor de muziek. En zo komen we op de economische wet van Baumol. Terwijl de kosten bij de arbeidsintensieve podiumkunsten oplopen, hebben subsidies de neiging om geleidelijk te dalen. Anders dan bij marktgerichte sectoren lopen de kosten bij podiuminstellingen zoals orkesten sneller op.
Baumol spreekt van een cost disease. Anders dan in marktgerichte sectoren met hun mogelijkheden tot productiviteitsverbetering zijn podiuminstellingen beperkt in hun inspanningen op dit vlak. Een Beethovensymfonie sneller spelen met minder mensen is in artistiek opzicht geen optie. Dit geld ook voor ander repertoire. Denk aan de werken van huisgoden als Bruckner, Mahler en Richard Strauss met hun volle orkestbezettingen.
Winterling: ‘We zijn het enige orkest in Nederland dat minder dan 100% van zijn personeelskosten met subsidies van stad en staat kan dekken. Intussen halen we meer dan 50% van ons budget – oplopend tot € 40 mln op jaarbasis – uit eigen inkomsten zoals kaartverkoop en tournees. Naast de recettes speelt de fondsenwerving een belangrijke rol. Nalatenschappen worden daar, naast de standaard fondsenwerving, een steeds belangrijk aandachtspunt.’
Dan: ‘Ons strategisch doel luidt: ‘‘Create fame beyond the incrowd’’. De naam Concertgebouworkest sprak lange tijd vooral de traditionele liefhebber van klassieke muziek aan. Om naast deze gerespecteerde incrowd een breder en gevarieerder publiek te bereiken hanteert het orkest deze vernieuwingsstrategie. Met grootschalige publieksevenementen, toegankelijke buitenconcerten en inzet op jong talent en populaire cultuur.’
‘Elke Nederlander zou het Concertgebouworkest moeten kennen, wat nu nog niet zo is. En als gevolg daarvan zouden mensen van deze instelling moeten houden. De locatie heeft een grote invloed op de perceptie van het publiek en de programmering. Buitenlocaties zijn akoestisch wel een uitdaging. Het concert in de Ziggo Dome is bijvoorbeeld niet mogelijk zonder versterking. Gelukkig hebben we daar veel ervaring mee.’
Wat brengt de toekomst?
Winterling: ‘De Finse dirigent Klaus Mäkelä (30) is onze volgende chef-dirigent. Er was meteen een klik en we groeien steeds meer naar elkaar toe. Aan het begin van het seizoen 2027/2028 treedt hij officieel aan. Het is onze ambitie om alles uit deze samenwerking te halen. Niet alleen op het vlak van symfonische concerten, maar ook op het gebied van opera. En op het belangrijke terrein van publieksbereik en educatie.’
‘We zullen mogelijk nog meer in het buitenland gaan spelen. We behoren met de Berliner en de Wiener Philharmoniker tot de drie beste orkesten ter wereld en vormen de magische driehoek Amsterdam, Berlijn, Wenen. Om dit te blijven uitstralen moeten we op de belangrijkste buitenlandse podia acte de présence geven. Zogeheten residenties – langer op één plaats blijven met concerten, kamermuziek en masterclasses – worden belangrijker. Een voorbeeld is ons jaarlijks verblijf in kuuroord Baden-Baden.’
Tot slot
Terug naar de Ziggo Dome. Het orkest houdt het laagdrempelig. Alle mensen worden uitgenodigd om het slotkoor van Beethoven mee te zingen, maar het is geen verplichting. Aficionado’s kunnen zich voorbereiden met zangoefeningen en een instructie. Wie thuis wil oefenen: Bekijk het repetitiemateriaal. Vóór aanvang van het concert vindt om 19.00 uur nog een ‘meezingrepetitie’ plaats.
https://www.concertgebouworkest.nl/nl/
In ons decembermagazine verschijnt een artikel waarin Dominik Winterling ingaat op het toekomstperspectief van een toporkest in een snel veranderende samenleving.
Schiller en het nuttigheidsdenken
Friedrich Schiller (1759 – 1805) was in zijn werk aanvankelijk revolutionair georiënteerd. Dat wil zeggen, zoals dat in die tijd gold: streven naar vrijheid en gelijkheid, het afwijzen van willekeur en onrechtvaardigheid. In later jaren was hij gematigder. In 1785 schreef hij het lofdicht Ode an die Freude, voor een vrijmetselaarsloge. Tijdgenoot Beethoven verwerkte het in het slotdeel van zijn Negende Symfonie.
Von Schiller was een fel tegenstander van het nuttigheidsdenken (het utilaterisme). In zijn Über die Ästhetische Erziehung des Menschen in einer Reihe von Briefen (Brieven over de esthetische opvoeding van de mens) bekritiseert hij hoe de moderne samenleving geobsedeerd is door efficiency, materiële winst en praktisch nut. Toen al. Volgens Schiller leidt dit tot ‘een spirituele versnippering van de mens’.
Tegenover het nuttigheidsdenken plaats hij het esthetische. Kunst spreekt de menselijke speeldrift (Spieltrieb) aan. Schiller vatte dit samen in zijn beroemde stelling: ‘De mens speelt alleen daar waar hij de volledige betekenis van het woord mens is, en hij is alleen daar volledig mens, waar hij speelt’. Door de ervaring van kunst en het spel ontsnapt de mens aan wetten van het pure nut en de biologische noodzaak, waardoor hij een vrij, moreel wezen kan worden. Aldus Schiller.
Abonneer je op ons gratis Journaal:


