
Expert Meeting: ‘Geef de wetenschap een gezicht’
KNAW introduceert Nationaal Wetenschapsfonds
- Wetenschap
- Verslag
In het Amsterdamse Trippenhuis kwamen onlangs wetenschappers, filantropen en goede doelen bijeen voor Geven aan Weten, een initiatief van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen om particuliere schenkingen aan wetenschap vanzelfsprekender te maken. Een verslag.
De boodschap van deze expert meeting: wie mensen wil laten geven, moet laten zien aan welke mensen en ideeën zij bijdragen. Adriana Esmeijer, directeur Algemene Zaken bij de KNAW, wil daarvoor de deuren tussen twee werelden wagenwijd openzetten.
Er zijn van die bijeenkomsten waarop een zaal niet alleen volloopt, maar ook vol energie raakt. Maandag 26 oktober was zo’n middag in het monumentale Trippenhuis van de KNAW. Ruim 120 kopstukken uit de filantropie kwamen bijeen voor Geven aan Weten, meer bezoekers dan verwacht. Het onderwerp blijkt te leven: hoe maken we van wetenschap een aantrekkelijker geefdoel?
KNAW-president Peter-Paul Verbeek heette de aanwezigen welkom in het historische huis waar kennis en samenleving elkaar al eeuwen ontmoeten. Wetenschap ontstaat immers niet in een vacuüm, hield hij zijn gehoor voor. Ze heeft de wereld om zich heen nodig, en die wereld heeft wetenschap nodig. Met de lancering van het Nationaal Wetenschapsfonds wil de KNAW die wederzijdse afhankelijkheid tastbaar maken.
Wetenschap als geefdoel
Adriana Esmeijer is een van de drijvende krachten achter het initiatief. Haar ambitie is helder: de wetenschap moet niet alleen worden gezien als een publieke verantwoordelijkheid, maar ook als een bestemming waaraan particulieren en filantropen uit overtuiging willen bijdragen. ‘In Nederland zijn we niet gewend dat wetenschap überhaupt een geefdoel is’, zegt ze. ‘We zien het hoofdzakelijk als een publieke taak, wat een groot goed is. Maar het is ook een geefdoel. Ik denk dat we daarin veel uitgesprokener moeten zijn.’
Dat vraagt om een andere manier van kijken. Publieke financiering blijft de basis, benadrukt Esmeijer, maar particuliere steun kan ruimte scheppen voor talent, vernieuwende ideeën en onderzoek dat binnen bestaande financieringskaders minder gemakkelijk van de grond komt. Niet als vervanging van overheidsgeld, maar als aanvulling daarop.
Ontmoeting tussen werelden
Het Nationaal Wetenschapsfonds onderscheidt zich door zijn brede opzet. Wie eraan schenkt, hoeft niet een onderzoeker of concreet project aan te wijzen. De gift is juist bedoeld als blijk van vertrouwen in de wetenschap in haar volle breedte. Dat maakt het fonds spannend: de schenker laat ruimte voor de vragen die wetenschappers moeten kunnen stellen, ook wanneer de uitkomst nog niet vaststaat. Die ruimte is geen vrijbrief voor willekeur. De KNAW bewaakt de wetenschappelijke onafhankelijkheid met zorgvuldige procedures voor aanvragen, beoordeling, toekenning en verantwoording.
‘Particuliere financiering is voor ons alleen mogelijk als die onafhankelijkheid wordt gegarandeerd’, aldus Esmeijer. Maar een goed ingericht fonds alleen is niet genoeg. De wetenschap moet ook leren vertellen waarom zij ertoe doet, op een manier die mensen raakt. En dat kan de KNAW niet alleen. Universiteiten, fondsen, wetenschappers en goede doelen zullen samen moeten optrekken. Juist in de ontmoeting tussen die werelden, meent Esmeijer, valt nog veel te winnen.
Mensen geven aan mensen
Margreet Plug, directeur Goede Doelen Nederland, benoemt tijdens de bijeenkomst de kern van het probleem. Goede doelen hebben vaak een herkenbaar aangrijpingspunt: een ziekte die een familielid treft, armoede in de eigen omgeving, natuur die verloren dreigt te gaan. Wetenschap klinkt daartegenover al snel abstract. ‘Als je graag wilt dat mensen geven, is het heel belangrijk dat het doel waarvoor ze geven herkenbaar is. Dat doel moet nabij zijn’, zegt Plug. De kunst is daarom wetenschap dichter bij de leefwereld te brengen. Dus vertellen dat onderzoek belangrijk is, en vooral laten zien waarom het ertoe doet.
Saskia Laseur, notaris en partner bij Van Doorne, kent de persoonlijke kant van schenken en nalaten. De motivatie zit vaak in de wens iets terug te doen voor de samenleving. Ook mensen zonder wetenschappelijke achtergrond kunnen geraakt worden door het talent van onderzoekers. ‘Mensen geven uiteindelijk aan mensen’, zegt Laseur. Daarbij moet de wetenschap wel trouw blijven aan zichzelf. Eerlijkheid, transparantie en een overtuigend eigen verhaal zijn essentieel. Een schenker mag bijdragen aan onderzoek, maar mag niet bepalen wat de uitkomst moet zijn. De vrijgevigheid moet vooropstaan, niet het fiscale voordeel of de wens om invloed uit te oefenen.
Investeer met geduld
De cijfers laten zien hoe groot de opgave is. Uit Geven in Nederland 2026, het onderzoek van o.a. René Bekkers, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, blijkt dat slechts 6 procent van de giften en 1 procent van de nalatenschappen naar onderwijs en onderzoek gaat. Volgens Bekkers heeft de wetenschap eenvoudigweg te weinig geïnvesteerd in fondsenwerving. Alleen vragen om geld is niet voldoende: organisaties moeten weten wie ze benaderen, wat potentiële gevers beweegt en hoe ze een duurzame relatie opbouwen.
Zijn advies aan de KNAW is concreet: overweeg een verdubbelingsfonds, waarbij een andere schenker een gift aanvult. Mensen doen graag mee als ze zien dat anderen dat ook doen en hun bijdrage daardoor meer effect heeft. Maar er is geen snelle oplossing. ‘Investeer, de kost gaat voor de baat, maar heb geduld’, is zijn boodschap.
Jochem Miggelbrink, hoofd Wetenschapsfondsen bij de KNAW, sluit daarbij aan. Wetenschappelijke instellingen zijn, met uitzondeing van de universiteitsfondsen en de UMC-fondsen, in de eerste plaats ingericht op onderzoek en onderwijs, terwijl goede doelen vaak jarenlange ervaring hebben met het werven en behouden van gevers. Van die expertise valt veel te leren. Omgekeerd kan wetenschap de filantropische sector helpen met kennis en inzichten die maatschappelijke vraagstukken verder brengen. aldus Miggelbrink.
Lange termijn podium
Aan het einde van de middag keert Esmeijer terug naar de essentie. Met het Nationaal Wetenschapsfonds, zegt ze, is de wetenschap op een mooi podium gezet. Nu begint het werk pas echt: onderzoekers zichtbaar maken, verhalen delen en laten zien wat particuliere steun mogelijk maakt. De ambitie reikt verder dan een geslaagde lancering. Esmeijer wil dat wetenschap een vanzelfsprekender onderdeel wordt van het Nederlandse geeflandschap, gedragen door mensen die haar belangrijk vinden en die daar ook naar willen handelen. Volgend jaar moet een vervolg duidelijk maken wat de eerste ontmoetingen hebben opgeleverd en wat de wetenschap de filantropie te bieden heeft. En andersom.
In het Trippenhuis klinkt die middag een optimistische ondertoon. Ondanks zorgen over het geefpotentieel en de concurrentie om maatschappelijke aandacht, overheerst de overtuiging dat er meer mogelijk is dan nu gebeurt. De eerste stap is misschien verrassend eenvoudig: laat zien wie de wetenschap maken. Want achter grote vragen, baanbrekende ontdekkingen en ingewikkelde onderzoeksprogramma’s staan mensen van vlees en bloed. En voor mensen blijken we nog altijd bereid onze portemonnee te trekken.
Abonneer je op ons gratis Journaal:



