
Expert meeting op aanzienlijke hoogte
Veel belangstelling voor ANBI-event hoog in de glazen toren Rabobank
- Fiscaliteit
- Verslag
Veel prominenten gaven acte de présence: fondsbestuurders, FIN-leden, zakelijk dienstverleners et cetera. Belastinginspecteur Peter Jansen gidste ze voortvarend door de open normen van de ANBI-regeling. Programmering: ‘Wereld van Filantropie’, organisatie: Rabobank; medewerking: FIN. Een verslag.
UTRECHT – Tijdens het seminar Vermogen en goed doen: waar liggen de grenzen? kwamen idealen en weerbarstige praktijken bij elkaar. Want maatschappelijke impact vraagt niet alleen om goede bedoelingen, maar ook om zorgvuldigheid en transparantie. Dat beseften de sprekers van die woensdagmiddag 23 september in Utrecht – een topcast – maar al te goed.
Adriana Esmeijer, Huib de Mulder, Peter Jansen, Menno Tummers en Suzanne Kooij belichtten het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken. Regelgeving en de dagelijkse dilemma’s van fondsen, bestuurders en gevers leverden genoeg gespreksstof op voor een middag die nog lang niet voorbij leek toen het indrukwekkende uitzicht over Utrecht langzaam vervaagde in de intredende avond.
Grijs gebied
Hoeveel vermogen mag een ANBI eigenlijk aanhouden? En wanneer verandert een verstandige reserve in ‘oppotten’? Peter Jansen van het ANBI-team van de Belastingdienst nam de aanwezigen mee langs drie vragen die in de filantropische praktijk geregeld voor hoofdbrekens zorgen: vermogen aanhouden, een niet-ANBI steunen en de bestemming van het vermogen na verlies van de ANBI-status.
Bestedingsplicht
Wie op harde grenzen hoopt, komt bedrogen uit. ‘Er is bijna nooit een harde grens’, is de rode draad in Jansens betoog. Het draait om feiten en omstandigheden, en vooral om de onderbouwing. Een reserve krijgt als het ware een gezicht: een doel, een bedrag, een tijdpad en een plek in beleidsplan en administratie. Ook buiten de gebaande paden is ruimte. Een ANBI kan een niet-ANBI steunen, ook internationaal en meerjarig. Cruciaal blijft de vraag of aannemelijk kan worden gemaakt dat het geld daadwerkelijk het eigen algemeen nuttige doel dient. En bij het vervallen van de ANBI-status? Ook dan verdwijnt de maatschappelijke bestemming van het vermogen niet zomaar. De beoogde bestedingsplicht vanaf 2029 onderstreept die lijn. Vrijheid is er volop, maar vrijblijvendheid niet: onderbouwing en vastlegging zijn de prijs voor die ruimte.
Kennisplatform
‘Filantropie is geen nice to have, maar een need to have.’ Adriana Esmeijer, directeur KNAW en voorzitter van de redactieraad van het onafhankelijke journalistieke platform Wereld van Filantropie, zette de sector daarmee stevig op de kaart. Filantropie is allang meer dan een verzameling vermogende gevers, betoogt zij. ‘Filantropie is ook bemiddelaar, verbinder en aanjager. Ze brengt mensen en organisaties bijeen die elkaar niet vanzelfsprekend vinden. Ze maakt ruimte voor nieuwe ideeën, voor experiment en voor samenwerking.’
Bovendien: ‘Ze draagt bij aan een sterk maatschappelijk middenveld waar mensen zich organiseren, waar ideeën kunnen ontstaan en waar ruimte is voor tegenspraak, voor solidariteit en voor vernieuwing. Juist daar speelt filantropie een cruciale rol.’ Maar er valt ook iets te winnen in de manier waarop de sector zichzelf presenteert. ‘We zijn hier om stem te geven aan het belang van onze sector’, benadrukt Esmeijer. ‘We zouden ons verhaal beter kunnen brengen.’ Daar ligt volgens haar ook een rol voor Wereld van Filantropie: als snel groeiend platform voor kennis en zichtbaarheid.’ Critical friend én community builder.
Esmeijer: ‘En dan is er nog die hardnekkige misvatting dat filantropie vooral iets voor rijke mensen zou zijn. De meeste mensen die wat geven, dat is ook filantropie.’ En wanneer is vermogen goed besteed? ‘Als het maatschappelijke waarde creëert. Financieel rendement is daarbij niet de enige maatstaf. Geld is maar een middel. Je hebt het toch om een doel te dienen?’ En misschien, voegt ze nog toe, is ruimte om te falen ook onderdeel van het rendement.
Verbinding
Voor Mathilde Stuyling de Lange, filantropieadviseur bij Rabobank, zit de winst van de expertmeeting vooral in het woord: verbinding. ‘We bewegen ons allemaal in dezelfde sector, met verschillende achterbannen en belangen. Door die bij elkaar te brengen, ontstaat ruimte voor begrip en samenwerking.’ Zo maakt deze bijeenkomst zichtbaar hoeveel behoefte er is aan praktische kennis over de ANBI-regels. In haar adviespraktijk spreken particulieren, fondsen en stichtingen regelmatig hun zorgen uit over aangescherpte regels en het bestedingscriterium. Een directe ontmoeting met de Belastingdienst kan dan veel onduidelijkheid wegnemen.
Stuyling de Lange wil bovendien af van het idee dat filantropie vooral om fiscale aftrek draait. Vermogen kan een privilege zijn, maar ook een verantwoordelijkheid. Haar advies aan iedereen die met vermogen en goed doen bezig is, klinkt opvallend eenvoudig: ‘Wissel uit. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden.’ Geven vanuit het hart en beleid maken met het hoofd? Die twee kunnen volgens haar prima samengaan.
Waar te beginnen?
Dat de belangstelling voor filantropie groeit, merkte ook Patrick Verbeij, directeur Wealth Management bij Rabobank. De expertmeeting was ruim overtekend. ‘De animo voor dit soort bijeenkomsten is groot.’ Zelf hoort hij bij vermogende klanten vaak dezelfde vraag: waar moet ik beginnen? Zeker na de verkoop van een onderneming ontstaat ruimte voor nieuw afweging. Wat heb ik zelf nodig? Wat wil ik nalaten? Wat kan mijn vermogen betekenen voor de samenleving? Het hart is daarbij meestal de eerste raadgever.
De strategie volgt daarna. ‘Als je alleen vanuit je hart stuurt, is het ook wel handig om een strategie te hebben.’ Rabobank ziet het als haar rol klanten daarin te gidsen; discreet, want anonimiteit is voor veel gevers belangrijk. Goed doen en rendement? Volgens Verbeij hoeven die elkaar allerminst uit te sluiten. ‘Rendement kan ook maatschappelijke voldoening zijn.’
En zo blijkt, hoog boven de stad, dat de vraag naar de grenzen van filantropie misschien minder interessant is dan de vraag wat er binnen die grenzen allemaal mogelijk is.
Lezers met vragen over hun eigen situatie kunnen terecht bij het ANBI-loket. Bij twijfel over een statutenwijziging, een investering of een samenwerking is vooroverleg met het ANBI-team de aangewezen weg
Voor contact met het ANBI-loket: https://anbi.belastingdienst.nl/
Abonneer je op ons gratis Journaal:



