Foto Paul Schnabel
Prof. dr. Paul Schnabel

Geld voor de kerk

Door Paul Schnabel
  • Filantropie
  • Opinie

Filantropie is de levensader van kerkelijk en kerkgaand Nederland, maar die ader is wel snel aan het verkalken. Sneller nog dan kerkbesturen zich soms realiseren en veel sneller dan burgers, gelovig of niet, beseffen.

Zouden mijn ouders hun maandelijkse bijdrage aan het parochiefonds ooit gezien hebben als een gift aan een goed doel? Ik denk het niet, het was voor hen gewoon de contributie voor een club waar je lid van bent. Voor de goede doelen was er het zwartfluwelen collectezakje op zondag en de bedelbrief van een pater in Afrika. Dat was vijftig jaar geleden zo, maar uit ‘Geven in Nederland 2026’ blijkt dat het nog steeds zo is.

Een kwart van wat huishoudens geven gaat naar de kerken en dat gaat veel meer dan voor andere goede doelen het geval is in de vorm van een vaste bijdrage van gemiddeld € 540 euro per jaar. Dat geld hebben de kerken ook hard nodig, want ze krijgen niets van de overheid of de loterijen. `

Fondsen en bedrijven dragen een beetje bij en anders dan ik eerlijk gezegd had verwacht, wordt er ook weinig nagelaten aan kerken. Niet meer dan € 12 miljoen in 2024, net iets meer dan 2% van de meer dan een half miljard die uit erfenissen naar goede doelen gaat. Nou ja, zou mijn vader zeggen, je betaalt na je dood toch ook geen contributie meer?

Oké, maar iets minder cynisch denk ik dat het toch wel heel lage percentage aan testamentair geld van mensen uit een vooral nog kerkelijke generatie toch ook een gevolg is van een nog weinig actief beleid van de kerken op dit gebied. Het loont wel om dat te doen, zoals ‘Geven in Nederland’ laat zien voor de fondsenwervende goede doelen.

Nederland werd rijker, geeft minder

Nederland gaf in 2024 bijna 5,5 miljard euro aan goede doelen, voor bijna de helft dankzij de goedgeefsheid van huishoudens. Veel geld dus, maar toch geen reden voor al te veel borstklopperij. Het gaat alles bij elkaar om niet veel meer dan een half procent van ons Bruto Binnenlands Product. Begin deze eeuw was het nog ongeveer een vol procent. Nederland werd rijker, maar geeft minder.

Dat geldt zeker voor de bijdragen aan ‘Religie en levensbeschouwing’. Een kwart eeuw geleden ging daar nog bijna een van de vijf euro’s naar toe en was het de kampioen van de goede doelen. Nu is dat een op zeven euro’s en is de palmares voor gezondheid en internationale hulp. In 2024 kwam bijna 95% van de € 727 miljoen voor ‘religie en levensbeschouwing’ van huishoudens.

Gezondheid en internationale hulp zijn daar nu de runners up, maar religie staat nog altijd op de eerste plaats. Dat lijkt dus mee te vallen, maar in absolute getallen gaat het toch al om minder geld dan begin deze eeuw. Als we dan ook nog rekening houden met de inflatie is de kerkelijke koopkracht sindsdien zelfs gehalveerd. Er is geen enkele reden om te verwachten dat dit in de komende jaren beter zal worden.

Integendeel, Nederland wordt steeds minder ‘christelijk’ – de islam en de migrantenkerken zijn in ‘Geven in Nederland’ niet als zodanig te onderscheiden – en elke nieuwe generatie is dat weer minder dan de vorige. Mijn ouders hebben hun vier kinderen keurig katholiek opgevoed en op zondag gingen we ook trouw mee naar de kerk. Geen van ons vieren heeft nu nog een binding met de kerk en de kleinkinderen en hun kinderen hebben die band ook nooit gehad.

Niettemin, toch nog altijd 18% van de Nederlandse huishoudens geeft aan in een of andere vorm financieel nog wel een betrokkenheid bij een godsdienst te hebben. Maar die groep wordt wel ieder jaar kleiner en de verschillen in de groep zijn groot. Bij de protestanten kunnen de gereformeerde gemeenten en de evangelische bewegingen nog ruim op financiële steun rekenen. Voor de hervormde gemeenten ligt dat al veel moeilijker en bij de katholieken zijn er nog maar weinigen die de beurs voor de kerk willen trekken.

De jongeren van 17-27 jaar die zich als protestant beschouwen en die geld aan goede doelen geven, schenken gemiddeld € 130 per jaar aan kerk of gemeente, van de katholieke jongeren doet eigenlijk niemand dat. Ze geven sowieso heel weinig. Waarschijnlijk zien we in dit verschil weerspiegeld dat aan protestantse kant een minderheid van de jongeren godsdienstig nog heel sterk betrokken is, terwijl daar bij de toch al weinige katholieke jongeren nauwelijks nog van gesproken kan worden.

Minder gelovigen, minder geestelijken

Kunnen de kerken met minder geld toe? Minder gelovigen, dan toch ook minder dominees, priesters en kosters? Dat is waar en ook hun aantallen dalen. Er zijn nu nog zo’n 1.500 dominees en ruim vierhonderd priesters actief in Nederland. Elk jaar worden het er minder en elk jaar neemt de gemiddelde leeftijd – toch al hoog – toe. Behalve met de salarislasten hebben gemeenten en parochies ook te kampen met hoge kosten voor het in standhouden en onderhouden van de nog ongeveer vierduizend in gebruik zijnde kerken.

De meeste zijn ook veel te groot. Al gaat er bijna niemand naar binnen, buiten wil niemand ze kwijt. De kerk met toren is bijna altijd beeldbepalend voor de omgeving. De overheid steunt alleen de restauratie van de belangrijkste kerkelijke monumenten, alle andere kosten komen voor de kerken zelf en hun gelovigen. Filantropie is de levensader van kerkelijk en kerkgaand Nederland.

Paul Schnabel is voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen