Foto Paul Schnabel
Paul Schnabel

Anders gekeken

Boeksignalement: Hollandse schilderkunst Gouden Eeuw

Door: Bert Koopman
21-05-2026
  • Cultuur
  • Profiel

Elk voor- en najaar verschijnen tientallen nieuwe kunstboeken op de markt. Sommige raken in de vergetelheid; andere blijven actueel door een originele invalshoek en een verrassende benadering van de thematiek. Een voorbeeld van de laatste categorie is 'Anders gekeken', een omvangrijk overzichtswerk van de hand van socioloog Paul Schnabel.

De sociologische blik van een niet-kunsthistoricus die zich overigens al decennia bezighoudt met kunstgeschiedenis in het algemeen en de Nederlandse schilderkunst van de zeventiende eeuw tot nu in het bijzonder, blijkt een verademing. Hier dus geen sprake van kunsthistorici die schrijven voor kunsthistorici, meer dan eens resulterend in grauwe magazijnen van geleerdheid, grossierend in namen en titels van boeken.

In de internationale canon van de schilderkunst is een prominente plaats ingeruimd voor de Hollandse schilderkunst van de Gouden Eeuw. Deze internationale canon bevestigt de reputatie van schilders als Rembrandt en Vermeer. Hun namen zijn merken geworden. Schnabel: ‘Zij hoeven alleen schilders als Albrecht Dürer, Michelangelo, Rafaël, Leonardo, Velazquez, Goya, Van Gogh en Picasso naast zich te dulden.’

Jan Asselijn, De bedreigde zwaan, circa 1650, olieverf op doek, 144 x 171 cm - Rijksmuseum, Amsterdam

Hollands wonder

Schnabel – voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, universiteitshoogleraar emeritus van de Universiteit Utrecht en geverseerd in de wereld van kunst en cultuur – kijkt anders, wat resulteert in een verrassend perspectief op de Gouden Eeuw, le miracle hollandais met zijn uitzonderlijke artistieke bloei. ‘Ik kijk kunsthistorisch, maar ook naar verandering in receptie en smaak, naar voorkeursonderwerpen en verzamelgedrag.’

Hij komt tot een herziening van het traditionele beeld van de Gouden Eeuw. Tegenover zeventiende eeuw van Huizinga (Nederland’s geestesmerk) die vooral Hollands, protestants, burgerlijk, nuchter en wars van pracht en praal is, plaats Schnabel het volgende beeld: ‘In theorie roept de eigen overvloed in morele zin onbehagen op, in het plezier verliest het onbehagen het van het plezier van de overvloed.’ En in zekere zin is dat volgens hem nog steeds zo.

In de zeventiende eeuw ontstaat het Hollandse binnenhuis. Dat moest blinkend schoon zijn, het lichaam zou pas na 1960 een dagelijkse beurt krijgen, schrijft hij. ‘Het is goed om dat allemaal nog eens te bedenken wanneer onze ogen zich verlustigen aan schilderijen van De Hooch, Vermeer of Ter Borch.’ Hij contrasteert een wereld van rust, ruimte, regelmaat en rijkdom met die van onfrisse lijven in permanente strijd tegen de kou, vocht, ziekte, vuil en stank.

En anno nu? Over de Nederlandse Vinex-wijken lezen we in het hoofdstuk ‘Op zoek naar iets moois voor aan de muur’. Waarschijnlijk zijn daar geen kunstenaars vaker aan de muur te vinden dan Corneille en Brood gezien de hoge decoratieve waarde. Schnabel ‘Het is taboe om het zo te noemen, maar het is uiteindelijk wat mensen van nu net zoals hun voorgangers in de zeventiende en achttiende eeuw doet besluiten een kunstwerk (of reproductie daarvan – Red.) voor thuis uit te kiezen.’

Johannes Verspronck, Portret van een meisje in het blauw, 1641, olieverf op doek, 82 x 66,5 cm - Rijksmuseum, Amsterdam

Collectie Gouden Eeuw

Terug naar weleer. Schnabel neemt als vertrekpunt de Republiek, een gedecentraliseerde staat tussen invloedrijke monarchieën. Een maatschappij met nog geen twee miljoen inwoners en een onvergelijkbare bloei. Met schilders die zich weinig of niets gelegen lieten aan de academische regels van de kerk- en hofstijl. Hun schilderijen vol bedekte aanduidingen en toespelingen. Het werk van honderden schilders uit de Gouden Eeuw en daarna wordt besproken.

In het eerste deel – Van inzicht naar overzicht – geeft de auteur inzicht in het kijken en keuren van kunstwerken in de Gouden Eeuw en nu. Thema’s die behandeld worden zijn onder meer de waarde van kunstwerken; verschillen in appreciatie voor oude meesters en individuele schilderijen; de Gouden Eeuw en de nationale identiteit; nieuw licht op oude meesters alsook specialisten en generalisten.

Het tweede deel – Overzicht met inzicht – biedt een volledig overzicht van ‘het beste en het meest boeiende en soms ook bizarre dat de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw te bieden heeft’. Schnabel koos voor een thematische benadering. De bijlagen achterin het boek bevatten een overzicht van de 280 besproken Hollandse schilders van de Gouden Eeuw en later; een lijst met musea en tentoonstellingen en literatuurverwijzingen.

Aan bod komen in deel twee: het aanzicht van stad en land; het stilleven; portretten met dieren; vertegenwoordigers van de caravaggisten, de classicisten, de italisanten en de academisten; portretten van Gouden Eeuwers; kinderen, huwelijk en gezin; het groepsportret en het schuttersstuk; tronies en zelfportretten; de historieschilderkunst en het genrestuk. ‘Anders gekeken’ impliceert ‘opnieuw bekeken’. Bij Schnabel geen top twee of drie, wel een eredivisie.

Daartoe rekent hij Jan Steen, Caesar van Everdingen, Frans Hals, Gerard te Borch, Gabriël Metsu, Bartholomeus van der Helst, Rembrandt van Rijn, Jacob van Ruisdael, Pieter de Hoogh, Johannes Vermeer, Albert Cuyp en Abraham Bloemaert. Schnabel: ‘Er zijn geen belangrijke schilders meer te ontdekken, maar regelmatig worden we toch nog blij verrast met de ontdekking van heel veel mooie en te lang door te weinigen geziene werken.’

Adriaen Coorte, Stilleven met asperges, 1697, olieverf op papier op paneel, 25 x 20,5 cm - Rijksmuseum, Amsterdam

Sociale status

De waardering voor originaliteit, innovatie en exclusiviteit van de schilder vindt zijn weerspiegeling in de dynamiek van de beoordeling van kunst door de kenner en liefhebber, aldus Schnabel. Ook daar gaat het volgens hem om originaliteit, niet te vergeten authenticiteit, en exclusiviteit, het afwijken van en vooruitlopen op de smaak. ‘Kunst speelt een rol in de bevestiging van verschil in sociale status.’

Hij staat stil bij het hoofdwerk van de Franse socioloog Pierre Bourdieu: La distinction. Critique sociale du jugement (1969). Bourdieu introduceerde het concept van ‘cultureel kapitaal’ niet alleen om de ongelijkheid op dit vlak te beschrijven, maar ook om duidelijk te maken dat dit verschil psychologisch en sociaal ook nagestreefd wordt. Cultureel kapitaal wordt thuis en tijdens de opleiding of in het contact met vrienden verworven, schrijft Schnabel.

Vervolgens werkt hij het concept van Bourdieu als volgt uit: ‘Wie veel cultureel kapitaal heeft meegekregen of verworven, ontwikkelt een ‘‘habitus’’ waarin museumbezoek een plaats heeft en bijvoorbeeld ook de nieuwste kunst geapprecieerd wordt. Daarin drukt ‘‘distinction’’ zich uit als onderscheid ten opzichte van al degenen die dat moderne gedoe maar ‘‘niks’’ vinden. Dat is per definitie de meerderheid.’

Tot slot

De moraal van Schnabels verhaal: hij laat zien dat de visie op de schilderkunst van de zeventiende eeuw nogal bepaald is door wat bij het vestigen van een eigen nationale identiteit in de tweede helft van de negentiende eeuw werd gezien als de meest ‘Hollandse’ en daarmee ook de meest eigene en bij implicatie de beste kunst. Tijd voor een herziening daarvan, meent de auteur, en ook voor een verbreding van de aandacht tot ook de achttiende eeuw.

Schnabel: ‘Ik blijf kijken met bewondering en verwondering, steeds meer ook zonder me nog veel aan te trekken van wat me verteld is en wat ik gelezen heb over wat ik mooi, goed of belangrijk moet vinden. Dat bepaal ik inmiddels zelf, maar daar vertel ik dan wel weer graag over.’ Hij doet dat met analytische scherpte en kunsthistorische diepgang.

Dit standaardwerk is mede mogelijk gemaakt door stichting dr. Hendrik Muller’s Vaderlandsch Fonds, De Gijselaar-Hintzenfonds, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Sichting en Stichting Pieter Haverkorn van Rijsewijk.

Zie: https://www.waanders.nl/nl/anders-gekeken.html

Share

Over de auteurs

Bert Koopman is hoofdredacteur van het journalistieke platform Wereld van Filantropie (online, print, events)

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen