Foto Jos Rath
Jos Rath

Het vergeten kapitaal van de buurt

Hoe een overheidsinvestering van 200 mln euro het tij kan keren

Door Redactie WvF
  • (Social) impact
  • Opinie

Nederland staat bekend om zijn gulle gevers en vele vrijwilligers. Een blinde vlek is het gebrek aan een duurzame, lokale maatschappelijke infrastructuur. Nu Den Haag 200 mln euro klaarzet, is sprake van een historische kans, aldus Jos Rath.

In mijn gesprekken met betrokken inwoners zie ik het telkens opnieuw. Waar onze buurlanden al decennia bouwen aan onafhankelijke ‘gemeenschapsfondsen’, laten wij fantastische initiatieven te vaak verdrinken in een woud van tijdelijke subsidies en stroperige bureaucratie. Terwijl de verzorgingsstaat onder druk staat en de roep om burgerparticipatie luider klinkt dan ooit, stuiten zij op een taai institutioneel moeras.

Zorgzame buurten, duurzame wijkcoöperaties en lokale ontmoetingsplekken schieten weliswaar als paddenstoelen uit de grond, maar het ontbreekt ze aan twee cruciaal elementen: financiële en organisatorische continuïteit. Zodra de gemeentelijke subsidiekraan wordt dichtgedraaid of een landelijke projectpot leeg is, dooft de lokale energie.

Dat het echt anders kan, bewijst de rest van Europa. Kijk ik naar de data uit de Atlas of Community Foundations, dan zie ik dat er op ons continent al meer dan negenhonderd zogenaamde community foundations actief zijn. Duitsland alleen al telt er ruim vierhonderd, en in het Verenigd Koninkrijk zorgen ruim vijftig fondsen voor een onverwoestbaar fundament onder lokale initiatieven. Nederland blijft in mijn ogen met een bescheiden netwerk van ongeveer dertig volwaardige gemeenschapsfondsen opvallend achter. Niet uit gebrek aan betrokkenheid, maar uit gebrek aan infrastructuur.

Kantelpunt: 200 miljoen in het coalitieakkoord

In januari 2026 vond er een historische omwenteling plaats die gemeenschapsfondsen de plek kan geven die het verdient. Het kabinet besloot om voor de periode 2027-2030 maar liefst 200 miljoen euro vrij te maken voor het bouwen van een landelijk dekkend netwerk van gemeenschapsfondsen. Voor het eerst erkent de overheid dat maatschappelijke veerkracht niet kan bestaan zonder een solide, lokale financieringsinfrastructuur.

Dit geld is in mijn ogen niet bedoeld als eenmalige subsidie-uitdeelpot, maar als vliegwiel om endowments op te bouwen, professionele governance te ondersteunen en lokale coalities te smeden. Van losse burgerinitiatieven naar een blijvende publieke infrastructuur voor onze lokale democratie.

Wat is een gemeenschapsfonds wel (en niet)?

In de praktijk merk ik dat er veel verwarring bestaat over wat een gemeenschapsfonds precies inhoudt. Het is geen traditionele coöperatie, geen bureaucratische gemeentesubsidie en ook geen klassiek vermogensfonds op afstand. Mijn definitie van een gemeenschapsfonds luidt dan ook: ‘Een onafhankelijke, lokaal bestuurde organisatie die maatschappelijk kapitaal verzamelt en inzet om de leefbaarheid, veerkracht en sociale cohesie in buurten, wijken en steden duurzaam te versterken.’

Het unieke kenmerk is dat zowel zeggenschap, eigenaarschap als verantwoording volledig bij de gemeenschap zelf liggen. Om het publieke vertrouwen te waarborgen, geldt wat mij betreft een strenge stelregel: bestuurders zijn onbezoldigd en actieve politici of wethouders horen niet thuis in het bestuur.

Drie succesvolle modellen in de praktijk

Ondanks het ontbreken van een landelijke infrastructuur zie ik in Nederland fantastische initiatieven die laten zien hoe het kan werken. In mijn analyse onderscheid ik drie heldere stromingen: Ten eerste: vermogensgestuurde fondsen: Zoals het Victorie Fonds (Alkmaar) en het Druckerfonds (Leiden). Zij leunen op een opgebouwd vermogen waarvan de opbrengsten jaarlijks worden uitgekeerd.

Ten tweede: wervingsgedreven fondsen: Zoals het Texelfonds (Texel), die door continue lokale fondsenwerving en de actieve betrokkenheid van inwoners en ondernemers kapitaal ophalen. Ten derde: publieksgedragen fondsen: Zoals GoudApot (Gouda) of initiatieven zoals Mensen Maken Amsterdam, die overheidsgeld combineren met een volledig onafhankelijke, participatieve besluitvorming door representatieve buurtcomités.

Loodsbotter uit 1906

Het Texelfonds droeg bij aan de renovatie en certificering van de Texelstroom. Deze Loodsbotter, gebouwd in 1906, staat geregistreerd in het Nationaal Register van Varende Monumenten.

Meer dan geld alleen

Deze miljardenimpuls van de Rijksoverheid biedt ons een unieke kans. Maar geld bouwt geen gemeenschap. Dat doen mensen. Het echte kapitaal zit in de ontmoetingen die ontstaan, het vertrouwen dat groeit en het besef dat je samen verantwoordelijk bent voor jouw stukje aarde.

In een tijd van polarisatie is lokaal sociaal kapitaal het sterkste tegengif. Als we inwoners weer echt eigenaar maken van hun buurt, bouwen we aan een stevige lokale democratie, een veerkrachtige leefomgeving en bovenal, aan de menselijke maat.

Van onderop

De komende jaren bepalen of die 200 miljoen een voetnoot wordt of een kantelpunt. Gemeenschapsfondsen kunnen uitgroeien tot een infrastructuur die niet alleen projecten financiert, maar gemeenschappen versterkt.

Wie vandaag begint, bouwt mee aan een land waarin betrokkenheid niet incidenteel is, maar institutioneel. Een land waarin de buurt weer van de buurt is. Een land dat van onderop sterker wordt.

Dr. Jos Rath, socioloog en marketeer, pionier in data gedreven fondsenwerving

Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen