
'Klimaatinzet jongeren ook filantropie'
Gesprek met Daan Zieren (24), voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging
- Duurzaamheid
- Interview
De Jonge Klimaatbeweging groeide in tien jaar uit tot een belangrijke stem van jonge generaties in het Nederlandse klimaatdebat. Onder voorzitterschap van Daan Zieren zet de organisatie zich in om jongeren structureel te bretrekken bij klimaatbeleid en maatschappelijke verandering. 'Jongeren moeten permanent worden meegenomen in de besluitvorming.'
Zoals veel jongeren van zijn generatie zocht Zieren na de scholierenstakingen in 2018 naar een manier om zelf concreet bij te dragen aan de klimaattransitie. Tijdens zijn studie politicologie begon hij als vrijwilliger bij de Jonge Klimaatbeweging, waar hij meewerkte aan position papers en jongerenactiviteiten. Vooral de combinatie van inhoudelijke betrokkenheid en daadwerkelijk actie ondernemen sprak hem aan: van gesprekken met politici tot het organiseren van evenementen. Wat begon als vrijwilligerswerk groeide uiteindelijk uit tot het voorzitterschap van de organisatie.
Zijn plaats in de DDB 100 editie 2025 ziet hij dan ook niet alleen als een persoonlijke erkenning, maar vooral als waardering van de vele jonge vrijwilligers achter de beweging. ‘Ook de honderd vrijwilligers die bij ons actief zijn, doen dit naast hun studie of baan, puur uit intrinsieke motivatie. Ik vind het mooi dat dit ook als filantropie wordt erkend.’
Hoe voorkom je dat idealisme omslaat in frustratie?
Zieren: ‘Dat is lastig. Het is logisch dat jongeren soms een gevoel van verlamming ervaren, dat de toekomst onzeker is en dat er geen duidelijke richting is. Dat komt ook doordat grote keuzes vaak nog niet zijn gemaakt, en omdat de processen die wél lopen – in beleid en bij bedrijven – heel technisch en ingewikkeld zijn. Daardoor voelt het soms alsof er weinig gebeurt.’
‘Tegelijkertijd worden er achter de schermen wel stappen gezet. Zo wordt inmiddels ongeveer 50% van de elektriciteit in Nederland duurzaam opgewekt. Dat was tien jaar geleden nauwelijks voor te stellen. We komen wel degelijk vooruit, alleen stuiten we onderweg steeds op nieuwe obstakels, waardoor het soms voelt alsof we stilstaan.’
Hoe blijf je optimistisch bij al die obstakels?
‘Eerlijk gezegd was ik zelf vóór mijn werk bij de Jonge Klimaatbeweging ook minder optimistisch. In isolatie van mensen die hun hoop vooral uit hun werk halen voor de klimaattransitie, is het moeilijk om het grotere geheel positief te blijven zien. Wat voor mij veel verschil maakt, is dat ik nu dagelijks werk met jongeren die vanuit intrinsieke motivatie tijd, energie en kennis investeren in iets waar ze echt in geloven. En we zien daar ook concrete resultaten van.’
‘Tegelijkertijd maak ik me zorgen over jongeren die er alleen voor staan en minder verbonden zijn met zulke gemeenschappen. Zij ervaren vaak meer onzekerheid en verliezen sneller hoop, zeker als de politiek grote keuzes blijft uitstellen.’
‘Wat ik daarom vaak meegeef is: zoek een plek waar je samen met anderen concreet aan impact werkt. Dat kan een lokale vereniging zijn, een beweging zoals een jongerenorganisatie, de vakbond of een ondernemersgroep. Overal waar mensen samen iets oppakken, zie je dat er meer vertrouwen ontstaat dat verandering mogelijk is.’
Welke rol kan filantropie spelen?
‘Filantropie kan een belangrijke rol spelen door initiatieven en organisaties die jongeren en maatschappelijke bewegingen ondersteunen, structureel te versterken. Die organisaties hebben het steeds moeilijker door minder financiering, strengere regels en beperkte capaciteit, zowel lokaal als landelijk. Door hen niet alleen financieel te steunen maar ook ruimte te geven om te groeien, kunnen ze meer impact maken én jongeren beter verbinden.’
‘Wat mij betreft begint het bij echt goed luisteren naar jongeren en hun signalen serieus nemen. Dat klinkt simpel maar in de praktijk merk ik vaak dat hun inbreng toch vooral symbolisch wordt meegenomen. Er wordt wel geluisterd, maar niet altijd echt geloofd dat het ook anders kan.’
‘Dat heeft deels te maken met ervaring: hoe meer ervaring mensen hebben, hoe moeilijker het soms wordt om te geloven dat grote veranderingen mogelijk zijn. Terwijl de geschiedenis juist laat zien dat er talloze momenten zijn geweest waarop alles ineens kan kantelen. Die omslagpunten kunnen opnieuw plaatsvinden, maar daarvoor moet je ook durven luisteren naar mensen die dat nieuwe perspectief nog wél kunnen zien. Vaak zijn dat jongeren.’
Waar hoop je over tien jaar verschil te hebben gemaakt?
‘Over 10 jaar hoop ik dat jongeren structureel als volwaardige gesprekspartner betrokken zijn bij klimaatbeleid, net zoals dat nu in het onderwijs vaker gebeurt. Jongeren moeten niet incidenteel, maar permanent worden meegenomen in besluitvorming, zodat zij eigenaarschap voelen over de samenleving die we samen opbouwen.’
‘Daarnaast hoop ik op meer langetermijnvisie in politiek en beleid. We zullen bewustere keuzes moeten maken over welke industrieën toekomst hebben in Nederland, hoe we omgaan met natuur en ruimte, en hoe lokale en duurzame vormen van landbouw versterkt kunnen worden. Beslissingen zouden minder vanuit de korte termijn genomen moeten worden en meer vanuit het perspectief van een gezonde, duurzame samenleving op de lange termijn.’
‘Daarbij hoort ook een eerlijk gesprek over industrieën zoals de staalproductie. Voor bedrijven als Tata Steel bestaan geen simpele oplossingen: sluiting hoeft niet per se het antwoord te zijn, maar ingrijpende veranderingen zijn wel noodzakelijk vanwege de impact op klimaat en gezondheid. Tegelijk ontbreekt vaak een duidelijke Europese visie op waar duurzame industrie het beste past.’
‘Wat nu nog lastig blijkt, is erkennen dat sommige bestaande industrieën zullen moeten verdwijnen of fundamenteel veranderen. Toch denk ik dat die transitie onvermijdelijk is, ook al weten we nog niet precies hoe die eruit zal zien.’
Kijkt jouw generatie anders naar filantropie dan oudere generaties?
‘Voor jonge changemakers is filantropie niet alleen financiering, maar ook erkenning, vertrouwen en toegang tot netwerken en samenwerking om initiatieven daadwerkelijk op te bouwen. Wat ik belangrijk vind, is meer vertrouwen in jongeren en hun ideeën, ook als die risico’s bevatten. Dat vraagt om bereidheid om te investeren in vroege, kwetsbare initiatieven. Daar ligt vaak de basis voor echte systeemverandering. Filantropie kan daarin een sleutelrol spelen door structurele financiering te bieden en bewust te kiezen voor initiatieven met een lange termijnvisie op maatschappelijke verandering.’
Wie inspireren jou?
‘Greta Thunberg, die een hele generatie in beweging zette. Billie Eilish, die haar platform gebruikt voor klimaatactie. Aniek Moonen, onze voormalige voorzitter, die zoveel voor de organisatie betekende. En Jessica den Outer, die op jonge leeftijd al heel veel mensen anders heeft laten denken over natuur. Maar het meest inspireren me de vrijwilligers met wie ik dagelijks werk voor een leefbare toekomst.’
Citaat
‘Voor jonge changemakers is filantropie niet alleen financiering, maar ook erkenning, vertrouwen en toegang tot netwerken en samenwerking om initiatieven daadwerkelijk op te bouwen. Wat ik belangrijk vind, is meer vertrouwen in jongeren en hun ideeën, ook als die risico’s bevatten.’
(Daan Zieren)
Abonneer je op ons gratis Journaal:
