
Zestien snaren, één instrument
Strijkkwartet Biënnale pareltje in tijden van culturele kaalslag
- Cultuur
- Profiel
Het Muziekgebouw aan het IJ is van 24 tot en met 31 januari domicilie van de vijfde editie van de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam. De keuze is reuze. Denk aan het Franse Quator Arod, het Spaanse Quartetto Casals of het Tsjechische Pavel Haas Kwartet. In totaal zijn er dertig strijkkwartetten, veertien (wereld)premières, plus masterclasses en talks. Een mooi initiatief nu de Nederlandse muziekpraktijk al jaren zucht onder forse bezuinigingen.
In de wereld van filantropie is cultuur een geefdoel dat – net als wetenschap – laag scoort in de Top 10. Filantropische fondsen kunnen de oeverloze gaten die de overheid al jaren laat vallen niet compenseren. Intussen worden muziekscholen opgeheven en jeugdorkesten dreigen om te vallen. De aanwas van jong talent stagneert, de muziekles – ooit een verheffingsideaal – dreigt elitair te worden want privélessen zijn voor veel gezinnen onbetaalbaar.
Het strijkkwartet – twee violen, een altviool en een cello – zestien snaren die één instrument vormen – werd ontwikkeld door componisten als Haydn, Boccherini en Mozart. Het is een intense vorm van kamermuziek. ‘Man hört vier vernünftige Leute sich untereinander unterhalten’, aldus Goethe. De viool kan iedere sfeer, elke stemming verklanken; de altviool fungeert als harmonieuze middenstem; de zangrijke cello completeert het complexe rollenspel.
Artistiek leider van de Strijkkwartet Biënnale is Yasmin Hilberdink. Ze werd geboren in Istanbul en studeerde politicologie in Wenen. Met haar team creëerde ze een tweejaarlijks podium waar musici en publiek hun muzikale dromen in vervulling laten gaan. Om veel jongeren en internationale liefhebbers erbij te betrekken is gekozen voor de festivalvorm. Zo krijg je aan het IJ in Amsterdam het Lowlands van de kamermuziek, zonder regen, modder en biologisch afbreekbare bekers.
Hoe formuleert u de artistieke missie?
Hilberdink: ‘We willen de rijke traditie van het strijkkwartet vieren en zetten ons in voor vernieuwing van het genre. Het strijkkwart is de champions league van de klassieke muziek. Denk aan de intimiteit, de transparantie, de rijkdom van het repertoire. Dat maakt de kunstvorm heel bijzonder. Nederland kent een mooie strijkkwartettraditie. Er zijn veel jonge, virtuoze ensembles die evenwichtig samenspel paren aan een fraaie afwerking. Je kunt wel spreken van een renaissance van het strijkkwartet.’
Waar zit de artistieke vernieuwing?
‘Naast het vieren van een mooie traditie willen we de actualiteit van het genre, de gelaagdheid en de variëteit ervan laten horen. Je ziet dat jonge strijkkwartetten zaken minder formeel aanpakken aan dan hun gearriveerde collega’s. Vanaf het podium zorgen ze voor meer contact met het publiek. Door hun lossere podiumpresentatie komt de traditionele vorm van het strijkkwartet dichter bij het publiek. Zo kunnen we bouwen aan een toekomstperspectief.’
Dan: ‘Wat ik zo mooi vind aan het strijkkwartet is dat het in Midden Europa is ontstaan en dat de praktijk ervan zich vervolgens over de hele wereld heeft verspreid. Dat is wonderbaarlijk. Je luistert niet alleen meer – zoals eertijds bij het legendarische Amadeus Strijkkwartet – naar heren in smoking die uiterst serieus Brahms of Tjaikovski spelen. Er spelen hier ook ensembles met een eigentijdse benadering. Dat vind ik heel spannend en bij ons kun je dit volop beleven.’
Hoe komt de selectie van de ensembles tot stand?
‘Ik doe de selectie en programmeer, maar leg mijn oor eerst goed te luister in de internationale muziekwereld. Door intensieve contacten te onderhouden met onze ‘‘artistieke ambassadeurs’’: directeuren van conservatoria en muziekfestivals, uitgevers van componisten en impresario’s. Er is sprake van een levendige uitwisseling, ik word regelmatig getipt. Soms krijg ik ook aanbevelingen vanuit het publiek. En natuurlijk ga ik zelf vaak naar concerten.’
‘We willen enerzijds de grote namen zoals het Amerikaanse Juilliard String Quartet of het internationaal samengestelde Belcea Quartet. Anderzijds geef ik steeds meer ruimte aan de jonge generatie musici. Deze keer presenteren we onder meer het Amerikaanse Attaca Quartet en het Europese Barbican Quartet. Het blijft bijzonder om te zien dat twintigers besluiten om strijkkwartet te spelen en bereid zijn daar dag en nacht voor te studeren. Ik vind dat indrukwekkend.’
Welke ervaringen nemen de ensembles na de biënnale mee naar huis?
‘De musici vinden het bijzonder dat ze zoveel andere kwartetten tegenkomen. Ik hoorde een cellist zeggen: ‘‘We are as ships at night, passing each other but never meeting each other.’’ Op de biënnale is dat anders. En de jongere ensembles ervaren dat ze met velen zijn. Een strijkkwartet is een hele hechte en intieme vorm van ensemblespel. Bij ons lopen de leden ervan hier acht dagen rond. Jonge kwartetspelers komen zo in contact met hun idolen.’
‘Daarnaast is er veel interactie tussen podium en publiek. De architectuur van het Muziekgebouw aan het IJ werkt mee. Er is daar zoveel ruimte om elkaar te ontmoeten. Bijvoorbeeld in het festivalrestaurant waar wordt geluncht en waar musici ongedwongen in contact komen met ons doorgaans goed geïnformeerde publiek. Als muziekliefhebber kun je er aan tafel zomaar naast de primarius van een fameus kwartet belanden.’
Hoe helpen jullie kwartetten met het verfijnen van hun missie?
‘Wat als strijkkwartet vandaag zou worden uitgevonden? Elke twee jaar gaan drie jonge strijkkwartetten aan het werk in ons talentontwikkelingsprogramma, de SQBA Residency, gedurende vier weken verspreid over anderhalf jaar. Samen met ervaren musici en creatieve geesten ontdekken ze de dynamiek binnen dit kleine maar krachtige ecosysteem. Dat behelst meer dan de vraag hoe ze hun eigen potentieel zo goed mogelijk kunnen inbrengen in het eigen kwartet.’
‘Er wordt hier door leden van strijkkwartetten namelijk ook nagedacht over hun maatschappelijke rol als musicus. Hoe kunnen ze bruggen slaan naar de wereld buiten de concertzaal. Hoe bereiken ze ouderen die slecht ter been zijn, kinderen of mensen die een concertkaartje niet kunnen betalen? Zeker bij de jongere generatie kwartetspelers leeft de vraag naar de betekenis van hun kunstenaarschap enorm. Welke keuzes maken ze? Ons programma helpt hen daarbij.’
Baten en lasten
Het gesprek komt op de zakelijke aspecten van de Strijkkwartet Biënnale. Uit een tweejaarlijkse kosten-batenanalyse (tot 2028) blijkt dat het festival ruim € 1,6 mln kost. De biënnale biedt namelijk ook langer lopende residenties aan alsook programma’s voor talentontwikkeling en faciliteiten voor mensen met een visuele beperking. Grote kostenposten zijn productie, programmering en marketing. Er worden 15.000 bezoekers verwacht.
Tegenover de kosten zijn er de baten zoals recettes, subsidies van de Europese Unie, publieke en private fondsen, particuliere donaties en bijdragen uit sponsoring, uitwisseling goederen of diensten in natura en coproducties met andere partijen. Corporate funding zou een grotere rol kunnen spelen, maar het punt is dat de kern de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam om het jaar slechts acht dagen in het middelpunt van de belangstelling staat.
Waar zit de toekomstmuziek?
Hilberdink: ‘Onze financiën zijn op orde. We zijn in staat om een tiental compositieopdrachten uit te zetten wat bijzonder is voor een festival van deze schaalgrootte. We kunnen in de komende jaren nieuwe stappen proberen te zetten door met grote componisten te werken, denk aan de Britse toondichter George Benjamin die nog niet eerder een strijkkwartet componeerde. Daarnaast willen we grote solisten uit nodigen.’
Tot slot
Het is bijna zover. Mooi om te zien dat in deze hypernerveuze samenleving – met haar online prikkelcultuur en de kicks van het moment – ook draagvlak en ruimte is voor het hechte verbond van het strijkkwartet. En daarmee voor de intrinsieke waarde van een kunstvorm die concentratie en toewijding vereist van musici en publiek. De wisselwerking tussen jonge en gevestigde kwartetten, oud en nieuw repertoire vindt weerklank aan het IJ.
