Foto Kees de Jong
Kees de Jong - Foto: Dirk Kome

'Alles één keer beetpakken'

Het bureau van: Kees de Jong (Wilde Ganzen)

Door: Floris Kappelle
12-05-2026
  • Buitenland
  • Profiel

Op de zesde verdieping van een modern kantoor in Amersfoort staat een bureau waarop bijna niets ligt. Geen dossiers, geen notitieblok, geen familiefoto’s. Alleen een beeldscherm, een flesje schermreiniger en een toetsenbord. Naast het bureau een kleine archiefkast en een strelitzia in een pot. Verder vooral rust en controle.

‘Je moet alles maar één keer beetpakken’, zegt Kees de Jong, directeur-bestuurder van Wilde Ganzen. Hij glimlacht alsof hij zich realiseert hoe streng het klinkt. ‘Een mail één keer openen. Een document meteen afhandelen. Anders denk je er twee keer over na en ben je dubbel tijd kwijt.’ Het is typerend voor De Jong: praktisch en wars van bestuurlijke opsmuk. Zijn werkkamer oogt bijna ascetisch, maar achter die soberheid gaat een man schuil die al zijn hele leven wordt gedreven door Afrika en gemeenschapsontwikkeling.

Aan de muur hangt het enige object dat aandacht opeist: een monumentale foto van vier bij drie meter. Een Masai-herder uit Samburu in Kenia staat tussen een groep ezels in een stoffig landschap. Het beeld vult de ruimte volledig. ‘Daar kan ik een dag over praten’, aldus De Jong, die Tropische Veeteelt studeerde. ‘Vanuit mijn studie had ik veel affiniteit met pastoralisten, nomadische volkeren. Afrika zit gewoon diep.’ Hij zegt het zonder sentiment, maar zijn blik blijft lang op de foto rusten.

Avontuur in Afrika

De Jong wilde al vroeg naar de tropen. Als jongen las hij Heere Heeresma’s Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp en lag ‘helemaal blauw van het lachen’. Het avontuur trok. Maar ook het idee iets bij te dragen. ‘Eigenlijk wilde ik eerst de zending in’, vertelt hij. ‘Later twijfelde ik: tropenarts of landbouw? Het werd landbouw. Dat ik naar de tropen wilde, stond vast.’

Hij woonde drie jaar in Botswana en ook in Bangladesh. Sinds acht jaar leidt hij nu Wilde Ganzen, de bijna zeventig jaar oude organisatie die ooit vanuit de Raad van Kerken ontstond om Nederlanders via radio- en tv-uitzendingen bij ontwikkelingssamenwerking te betrekken. Nog steeds werkt men vanuit hetzelfde principe: concrete projecten, lokale partners, tastbare impact. ‘Klein project, groot verschil’, luidde jarenlang de slogan. Inmiddels is dat: ‘Concreet project, blijvend verschil.’ Die nuance vindt De Jong

Twintig miljoen

Hij zit zichtbaar goed in zijn vel. Dat komt deels door het voorjaar. ‘Ik vind lente fantastisch. Alles wordt fris en groen.’ Maar vooral doordat Wilde Ganzen groeit, tegen de trend in. ‘Blijkbaar doen we iets wat mensen aantrekkelijk vinden.’ Kort geleden kreeg de organisatie twintig miljoen euro subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Geld voor samenwerking met honderden kleine Nederlandse stichtingen die verbonden zijn aan lokale initiatieven in ontwikkelingslanden.

De Jong praat er bevlogen over. Niet over systemen of beleidslijnen, maar over ‘haarvaten van de samenleving’. Over vrijwilligers die zich soms al dertig jaar inzetten voor een gemeenschap ergens in Oeganda of Bangladesh. ‘Overheidsbeleid wordt snel abstract’, zegt hij. ‘Maar deze kleine stichtingen kunnen precies uitleggen waarom iets belangrijk is.’ Minstens zo bijzonder was een eerdere donatie van 35 miljoen euro van de GSRD Foundation, gelieerd aan modemerk G-Star RAW. ‘Dat geeft vertrouwen’, zegt De Jong. ‘Maar ook verantwoordelijkheid.’ Hij noemt Wilde Ganzen inmiddels een hybridefonds: deels fondsenwervend, deels vermogensfonds. Dat geeft vrijheid om verder te kijken dan klassieke projectsubsidies. ‘Veel fondsen financieren één project en stoppen daarna weer. Wij geloven juist dat je organisaties sterker moet maken met lange relaties en lokale financiering.

‘Shift the power’

Op een whiteboard achter hem hangt een manifest met de titel Shift the Power. Het gaat over gelijkwaardiger samenwerken in ontwikkelingssamenwerking. Minder afhankelijkheid van Westers geld. Meer lokale zeggenschap. ‘Dat hebben wij in Nederland echt mee op de agenda gezet’, zegt hij zichtbaar tevreden. De Jong praat liever over bewegingen dan over macht. Zijn stokpaardje heet Change the Game Academy, een internationaal programma waarmee lokale organisaties leren zelf fondsen te werven in hun eigen land.

‘In Kenia en Zuid-Afrika zitten veel rijke mensen’, zegt hij. ‘Waarom zouden organisaties alleen naar Europa kijken?’ Volgens hem is traditionele ontwikkelingssamenwerking te lang gebaseerd geweest op afhankelijkheid. Buitenlands geld als financieel infuus. Dat model piept en kraakt nu internationale hulp wereldwijd onder druk staat. ‘In een jaar tijd is officiële ontwikkelingshulp wereldwijd met 26 procent gedaald’, aldus De Jong. ‘Dus er moet wel iets anders.’ Zijn oplossing: zorg dat mensen ter plekke mede-eigenaar worden. ‘Als mensen lokaal geld ophalen, al zijn het tientjes, ontstaat er draagvlak. Dan blijft een project bestaan.’

Minder is meer

Met zestig medewerkers leidt De Jong Wilde Ganzen opvallend informeel. Zijn deur staat altijd open. Letterlijk ook: de glazen wand van zijn kantoor oogt transparant, met alleen een matte strook op ooghoogte voor privacy. ‘De deur gaat alleen dicht bij vergaderingen.’ Naast zijn kantoor zit zijn managementassistent, Hester Schimmel. ‘De stille kracht’, noemt hij haar. ‘Keihard nodig.’ Hij gelooft sterk in autonomie. Vertrouwen geven en kijken naar kwaliteiten in plaats van tekortkomingen. ‘Ik hoef niet per se op een podium te staan’, zegt hij. ‘Als iemand anders dat beter kan, prima.’ Dat pragmatisme zie je terug in de ruimte zelf. Geen persoonlijke memorabilia, geen designvertoon. Alleen een bronzen sculptuur van vliegende ganzen en een chromen designlamp naast een dempend tapijt. ‘Less is more.’

Geld volgt idee

Wat hem drijft? Dat dingen lukken. ‘Ik vind het prettig als dingen voor elkaar komen’, zegt De Jong. Zijn overtuiging krijgt gewicht door ervaring. ‘Als je een goed idee hebt, komt het geld vanzelf.’ Hij zegt het alsof hij het empirisch heeft vastgesteld. Net zo overtuigend praat De Jong over Rien van Gendt: ‘De nestor van de filantropie, die weet zoveel. Zijn boek voelt echt als een weg vooruit, hoe filantropie naar een volgend niveau kan groeien.’

De Jong reist nog altijd naar Afrika en Azië, vaak rond lokale filantropie en community funding. Maar tegelijk bewaakt hij zijn grenzen strikt. Woensdag is zijn vrije dag. Werk neemt hij naar eigen zeggen bijna nooit mee naar huis. ‘Ik werk liever in de tuin.’

Dan kijkt hij nog een keer naar de Samburu-foto aan de muur. ‘Ze kunnen mij ook in een betonnen bunker zetten,’ zegt hij. ‘Dan werk ik prima.’ Toch verraadt juist die ene foto wat hem werkelijk gaande houdt: niet de spreadsheets of bestuurskamers, maar de overtuiging dat echte verandering begint bij mensen die zelf ergens in geloven.

Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen