Foto Elise Kant
Elise Kant - Fotografie: Dirk Kome

'Mijn motto: zoek de urgentie en ga wat doen'

Het bureau van: Elise Kant, directeur van de Haëlla Stichting

Door: Floris Kappelle
01-03-2026
  • Filantropie
  • Profiel

We gaan op bezoek bij Elise Kant. Een rustige straat in Den Haag, een statig herenhuis. Couperus is niet ver weg. Op de tweede etage wacht Elise Kant, directeur van de Haëlla Stichting. Hartelijke ontvangst, thee op tafel. Haar werkkamer is ruim, warm en open. Veel geel. ‘Geel is de kleur van licht en leven’, zegt ze. ‘Een corporate uitstraling willen we hier niet.’

Dat is gelukt. Gele gordijnen van plafond tot vloer. Gele muren. Gele lampen. Gele briefjes op de deur. Een kanariegele driezitsbank. Grote groene planten, een yucca en een vijgenboompje, verzachten het palet. Glazen deuren zorgen voor licht. Het uitzicht: binnentuinen en fraaie Haagse huizen. ‘Als stichting en vermogensfonds kun je kiezen hoe je je omgeeft’, zegt Kant. ‘Wij willen dat mensen zich hier thuis voelen. Een huiskamergevoel. Professioneel gezellig.’

Het bureau is geordend, maar niet steriel. Een stapel documenten. Boeken. Laptop met stickers. Kleine persoonlijke objecten: de trouwfoto van haar ouders, een tekening van Rembrandt. Aan de muur hangt de ingelijste cover van het decembermagazine van platform Wereld van Filantropie. Portret van Kant als nummer 1 in de ranking DDB 100 van 2024. Daarnaast het getuigschrift. ‘Een enorme verrassing’, zegt ze. ‘Je bent ineens een bekend iemand in de filantropie.’

Nieuwe status

Ze was al zichtbaar, als voorzitter van het Landelijk Fondsenoverleg en als directeur van een fonds dat stevig aanwezig is in de sector. ‘Maar na zo’n prijs krijg je een andere status. Je wordt overal uitgenodigd. Door fondsen, banken, andere spelers.’ Die zichtbaarheid zette Kant strategisch in. ‘Veel lezingen gegeven. Dagvoorzitter geweest. En altijd spreken over wat wij doen. Over de rafelranden van Europa. Daar moet de filantropie meer aandacht aan besteden.’ Calais noemt ze het afvoerputje van Europa. Daar steunt Haëlla ngo’s die water, eerste hulp en juridische bijstand bieden aan mensen op drift. ‘Veel jonge mensen zetten zich daar in. Die jongeren zijn goud waard.’

Verbinder en bestrijder

Haëlla financiert van oudsher kleine projecten voor mensen aan de rand van de samenleving. Initiatieven met veel vrijwilligers. Mensen met een goed idee dat verschil maakt. ‘Wij financieren en geven morele support, soms technische. En we helpen bij het vinden van duurzamere financiering.’ Kant ziet zichzelf als verbinder, en als bestrijder van bureaucratie. ‘Wat ik niet wil, is met twintig mensen om de tafel zitten om een probleem dood te analyseren. Tijdens corona waren er mensen met honger. Dan moet je geld organiseren. Partners zoeken. Bellen. Organisch bouwen aan samenwerking.’

Bijzondere verdiensten

Op een wand prijkt een metershoge Haella Family Tree in Oeganda. Daar werkt de stichting met diverse partners. Kant is er vaak geweest. ‘We hebben daar sterke banden.’ Naast de stamboom leunt een Afrikaanse boodschappentas. Op een plank staat een keramieken olifantje. De kamer vertelt haar verhaal. Een poster ‘Peace Now’. Een bord met briefkaarten en krantenknipsels. Een foto van Kant met twee Oegandese mensenrechtenactivisten.

Voorts: een antiek ogend icoon. Een diploma dat haar benoemt tot kolonel in de Kentucky Commonwealth. Een Oscar-achtig beeldje van het Rode Kruis, voor bijzondere verdiensten. En, subtiel maar betekenisvol: een vredesduif met olijftakje uit Lesbos. Haar favoriete item. “Dat raakt precies datgene waar we mee bezig zijn.”

Haar belangrijkste prestatie? ‘Onze manier van werken.’ Haëlla krijgt veel kleine aanvragen. ‘Wij kijken: wat is eigenlijk een heel groot probleem, dat niemand ziet? Tijdens corona was dat acute armoede. Nu zijn het de grenzen van Europa. Daar zie je het kruispunt van democratische afbraak en rechtsstatelijke problemen. Wat daar gebeurt mag gewoon niet.’

Nooit bang zijn

Terug naar de kamer. In een hoek staat een gitaar. Drie hoog-laagbureaus verraden aandacht voor ergonomie, al relativeert ze dat. ‘Ik doe alles op de fiets.’ Soms wordt er gedanst. Even achter het bureau vandaan. Ruimte voor beweging. Kant werkt een paar uur per dag achter het bureau. Is veel buiten de deur. Loopt rond, denkt, analyseert. ‘Ik doe graag tien dingen tegelijk. En denk dan nog na over het elfde. Dan ben ik gelukkig.’ Haar leiderschap noemt ze zowel professioneel als gezellig. ‘Ik ben geen micromanager. Ze zeggen dat ik een lieve baas ben en ik heb een fijne relatie met de Haëlla’s … vraag het ze maar!’

Even pauze. Dan: ‘Maar soms ben ik ook streng. In mijn werk ben ik lekker duidelijk.’ Dat heeft ze geleerd van Jet Kraemer, haar eerste baas bij het toenmalige ICCO (Interkerkelijk Coördinatie Commissie Ontwikkelingshulp). ‘Zij durfde alles te zeggen. Grote mond, klein hartje. Van haar leerde ik nooit bang te zijn voor mensen met macht.’ Een ander voorbeeld is Musimbi Kanyoro, feministisch theologe, mensenrechtenadvocaat en CEO Global Fund for Women. ‘Mijn motto? Zoek de urgentie en ga wat doen.’

Vrije vogels

Aan de muur hangt een koekoeksklok. ‘Als je bezoek hebt krijg je wel eens een interessante wisselwerking’, zegt ze met een glimlach. Kant leunt achterover op de gele bank. De zon valt door de hoge ramen naar binnen. ‘De filantropie moet oppassen dat we niet onze eigen gevangenis bouwen’, zegt ze. ‘Wij zijn de vrije vogels in de markt. We kunnen doen wat anderen niet doen. Wat eigenlijk niet kan.’ In deze kamer, vol licht en leven, krijgt die vrijheid kleur. Geel.

Dit is de eerste aflevering van onze rubriek ‘Het Bureau van’. Professionals in de filantropie vertellen over hun stijl van leiden.

Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen