Foto: Eunice de Asis
Auteur Eunice de Asis

‘Erbij horen begint met geteld en gezien worden’

Ongedocumenteerd verzet: acties van mensen zonder papieren

Door Redactie WvF
  • (Social) impact
  • Profiel

Ongedocumenteerde mensen en hun bondgenoten komen al jarenlang in verzet. Het boek 'Ongedocumenteerd verzet' onthult de kracht van stemmen die weigeren onzichtbaar te blijven. Vandaag publiceren we een hoofdstuk geschreven door Eunice de Asis, sociaal werker, onderzoeker en activist.

Elke ochtend komt Nederland op gang en begint weer een nieuwe dag. Kinderen fietsen naar school, trams zetten zich in beweging, cafés openen hun deuren. Duizenden mensen zonder geldige verblijfspapieren wonen en werken hier – en stichten gezinnen. Ze bewegen zich stilletjes en onopgemerkt door de dag.

Mensen zonder papieren maken gebouwen schoon, bereiden eten en zorgen voor Nederlandse kinderen en ouderen. Ze wonen hier, maar hebben geen officiële identiteit of gedocumenteerd verleden en kunnen hun aanspraak op een verblijfsvergunning niet staven. Omdat ze niet ingeschreven zijn bij een gemeente, kunnen ze geen bankrekening openen, huis huren of zelfs hun adres verifiëren. Ze worden niet officieel erkend als staatsburger.

Wat kan Nederland leren van andere EU-landen zoals Spanje en Portugal als het gaat om het legaliseren van voormalig ongedocumenteerde arbeidsmigranten?

Spanje: erbij horen begint met geteld worden

In Spanje begint het gevoel erbij te horen met erkenning. De gemeentelijke registratie (empadronamiento)telt alle stadsbewoners mee, ongeacht hun nationaliteit of immigratiestatus. Na de registratie ontvangen bewoners een certificado de empadronamiento, een eenvoudig document dat hun adres aantoont. Het biedt geen recht op verblijf maar wel een bevestigingdoor de gemeente, en dat is al een forse erkenning.

Dankzij deze simpele erkenning kunnen Spaanse steden effectief beleid maken voor de behoeften van hun inwoners – scholen, klinieken, huisvesting – op basis van het daadwerkelijke aantal inwoners in plaats op het officiële aantal mensen met een verblijfsvergunning. Het neemt een constante zorg weg voor mensen die voorheen ongedocumenteerd waren. Want nu kunnen ze gezondheidszorg aanvragen, een woning vinden en een beroep doen op de sociale dienst zonder zich zorgen te hoeven maken te worden afgewezen. Het is vergelijkbaar met Nederland vóór de invoering van de Koppelingswet in 1998, toen toegang tot basisvoorzieningen nog niet gekoppeld was aan verblijfsstatus.

Sinds de hervorming van de gezondheidszorg in 2018 hebben alle inwoners van Spanje toegang tot de publieke gezondheidszorg, ongeacht hun status. Deze combinatie van universele toegang en inclusieve registratie is zowel effectief als ethisch verantwoord gebleken en heeft geleid tot lagere kosten voor spoedeisende medische zorg en een betere preventieve zorg.

Vertrouwen is een belangrijk kenmerk binnen het Spaanse model. Steden delen geen registratiegegevens met immigratieambtenaren en dat draagt bij aan het opbouwen van vertrouwen. Mensen kunnen zich met een veilig gevoel inschrijven, omdat ze weten dat ze bijdragen aan de ontwikkeling van de stad en geen arrestatie hoeven te vrezen. De erkenning is geen juridische stap, maar een gemeentelijke aangelegenheid. Het herinnert ons eraan dat goed bestuur begint met een begrip van wie onze mensen zijn, niet met een oordeel over wie er recht op heeft.

Portugal: inclusie als beleid, niet als liefdadigheid

Portugal ziet inclusie anders dan Spanje, maar deelt de vaste overtuiging dat veiligheid en waardigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Toen in 2020 de coronapandemie uitbrak, nam de Portugese regering een ongebruikelijke stap. Ze verleende alle migranten van wie de verblijfsaanvraag nog in behandeling was een voorlopige wettelijke status, waardoor ze toegang kregen tot gezondheidszorg en werk. Deze maatregel (Despacho nr. 3863-B/2020), uitgegeven op 27 maart 2020, verleende alle migranten met een lopende aanvraag een ‘reguliere verblijfsstatus’, waardoor ze volledige toegang kregen tot gezondheidszorg, werk en sociale bescherming.

Het was zowel een praktisch als een barmhartig beleid. ‘Niemand mag buiten het systeem vallen’, aldus Eduardo Cabrita, de Portugese minister van Binnenlandse Zaken. Tijdens de pandemie was het in ieders belang om oog te hebben voor de gezondheid van elke burger, met of zonder papieren. Aangezien het virus overal kon opduiken, niet alleen in officiële dossiers, waren artsen verplicht om voor iedereen te zorgen.

Ook na covid handhaafde Portugal veel van deze inclusieve maatregelen. De redenering was simpel: mensen uitsluiten brengt de volksgezondheid en maatschappelijke stabiliteit in gevaar. Ongedocumenteerde migranten en migranten in afwachting van behandeling toegang geven tot essentiële diensten vergrootte het vertrouwen, stimuleerde de participatie en ondersteunde de veiligheid en samenhang binnen gemeenschappen. Erkenning voorafgaand aan wettelijke status bleek goed te werken.

Voortbouwend op deze aanpak introduceerde Portugal het Manifestação de Interesse, waarmee migranten een wettelijke status konden aanvragen als zij in het land werkten of moesten integreren. In Portugal verstrekken gemeenten ook verklaringen van verblijf waarmee iemands adres wordt bevestigd. Het zijn geen officiële identiteitskaarten, maar ze geven mensen wel toegang tot basisvoorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg. Net als in Spanje is het idee simpel: gezien worden biedt veiligheid. Wanneer mensen erkend worden, gaan ze ook meewerken, participeren en erbij horen.

Nederland: orde boven eerlijkheid

Laten we terugkeren naar Nederland, een land met een lange traditie van orde en efficiëntie.Anders dan de inclusieve aanpak van Spanje en Portugal heeft Nederland een andere aanpak gekozen. Ons systeem is gestoeld op controle en precisie, maar helaas leidt die drang naar orde voor mensen zonder papieren en hun kinderen vaak juist tot uitsluiting. Het Nederlandse beleid heeft ertoe geleid dat mensen worden uitgesloten. En die uitsluiting tast steeds meer de eerlijkheid aan waar we zo trots op zijn.

De eerder genoemde Koppelingswet, die in 1998 van kracht werd, heeft bijna alle publieke diensten gekoppeld aan rechtmatig verblijf. Dit betekent dat mensen zonder burgerservicenummer belemmerd worden in hun basisbehoeften, zoals een bankrekening openen, een huurcontract tekenen of volledig online deelnemen.

Een BSN is noodzakelijk om het digitale overheidssysteem DigiD te kunnen gebruiken. DigiD – een soort digitaal paspoort – is een systeem waarmee Nederlandse overheidsorganisaties iemands identiteit op internet kunnen verifiëren. Van toeslagen, het zorgstelsel en schoolsysteem tot ziekenhuis- en GGD-gegevens: essentiële onderdelen van het dagelijks leven worden lastig zonder DigiD. De regels die het systeem moeten beschermen, sluiten tegelijkertijd mensen uit.

De gevolgen van de Koppelingswet worden versterkt door andere instituties, zoals gemeenten, banken en ziekenhuizen. Gemeenten houden persoonsgegevens van inwoners bij in de Basisregistratie Personen (het bevolkingsregister, BRP) en kunnen geen ongedocumenteerde inwoners registreren. Banken moeten transacties weigeren, omdat ze gebonden zijn aan de wetgeving ter bestrijding van witwassen en identiteitsfraude. En hoewel spoedeisende hulp wettelijk is toegestaan, moeten ongedocumenteerden vaak bedelen voor basisbehandelingen of vertrouwen op de welwillendheid van individuele artsen. In de praktijk verliezen velen de toegang tot noodzakelijke zorg, waardoor sommigen zelfs om het leven komen.

Kinderen in Nederland hebben wettelijk recht op onderwijs. Een recht dat consequent wordt beschermd, zelfs wanneer zij of hun ouders geen verblijfsvergunning hebben. Hun ouders genieten echter geen formeel recht op werk, huisvesting of sociale zekerheid. In de praktijk zijn sommige autoriteiten, met name de lokale politie, wel soepeler zolang de kinderen nog op school zitten. In die gevallen weegt mededogen zwaarder dan procedures, wat gezinnen een (broos) gevoel van stabiliteit geeft.

Maar zodra deze kinderen meerderjarig worden, verdwijnt die informele tolerantie. Jongeren die in Nederland zijn opgegroeid en soms zelfs hier geboren, worden dan opeens ongedocumenteerd. Het systeem dat hen eerst beschermt en naar school laat gaan, behandelt hen nu alsof ze er niet meer bij horen.

Amsterdam, Utrecht en andere steden zetten zich in om deze vraagstukken aan te pakken. Ze financieren opvangcentra, delen prepaidkaarten uit en werken samen met NGO’s om daklozen in kaart te brengen en te helpen. Maar dit zijn lapmiddelen, geen duurzame oplossingen.

Hoe kan een land waarin alles en iedereen wordt geteld rechtvaardigen dat duizenden buiten beschouwing worden gelaten? De orde die heerst in een land dat niet al zijn inwoners erkent is een onrechtvaardige – het toont een gebrek aan menselijkheid.

Uitsluiting maakt ons niet veiliger, maar kweekt slechts angst, wrok en uitbuiting. En elk geval van uitsluiting tast de eerlijkheid waar Nederland zo trots op is verder aan.

De moed om te zien

Nederland kan van Spanje leren dat het erkennen van een eigen (regionale) identiteit en centrale aansturing elkaar niet uitsluiten. Gemeentelijke registratie verzwakt de immigratiewetgeving niet, maar ondersteunt die juist. Het helpt gemeenten bij hun stadsontwikkeling en de ondersteuning van de mensen die er wonen.

Portugal laat zien dat inclusief bestuur goed werkt. Je bent beter bestand tegen crises zoals een economische recessie of een gezondheidscrisis wanneer mensen toegang hebben tot gezondheidszorg en sociale ondersteuning.

Nederland zou net als Spanje en Portugal een lokaal registratiesysteem kunnen ontwikkelen – een systeem beheerd door gemeenten in samenwerking met NGO’s en beveiligd door een strenge privacybescherming, onafhankelijk van de immigratiedienst. Niet een systeem dat nieuwe rechten bedenkt, maar dat de mensen erkent die al samenleven en deelnemen aan het dagelijkse leven in Nederland.

Zo’n lokaal registratiesysteem kan parallel functioneren aan de Basisregistratie Personen. Het aanpassen van landelijke wetgeving zoals de Koppelingswet kost tijd, maar lokale registratie biedt een praktisch startpunt, een manier voor gemeenten om inwoners te erkennen en te ondersteunen binnen de grenzen van hun huidige bevoegdheid. En bovendien weerspiegelt het een typisch Nederlandse eigenschap: praktische en humane antwoorden bedenken op complexe problemen.

Erkenning is geen gunst, het is simpelweg behoorlijk. Spanje en Portugal hebben hun veiligheid niet verzwakt door mensen zonder papieren te erkennen – ze zijn gewoon eerlijker geworden over wie er binnen hun grenzen woont.

Dit is een eerste hoofdstuk uit het recente boek ‘Ongeducumenteerd verzet. Acties van mensen zonder papieren’. Een selectie van andere hoofdstukken volgt in onze nieuwsbrieven van 16 juli, 13 augustus en 27 augustus.

https://www.walburgpers.nl/nl/book/9789464566680/ongedocumenteerd-verzet


Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen