
Mercator Sapiens Stimulus bekroont onderzoek naar 'Generatie Hoop'
Hoe filantropische krachten de geesteswetenschappen vleugels geven
- Wetenschap
- Verslag
In de statige aula van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW), gevestigd in het monumentale Hodshon Huis in Haarlem, werd de Mercator Sapiens Stimulus 2026 toegekend aan dr Eddie Brummelman. Hij is universitair hoofddocent pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam, voorzitter van De Jonge Akademie en de derde laureaat van deze grootste privaat gefinancierde wetenschapsprijs van Nederland. Met een bedrag van één miljoen euro krijgt hij iets wat in het huidige subsidielandschap zeldzaam is geworden: de ruimte om te doen wat hij wil.
‘Dit is blue-skies research’, zegt Brummelman, zichtbaar beduusd door de omvang van het bedrag. Het gaat om nieuwsgierigheid-gedreven onderzoek, zonder vooraf dichtgetimmerde maatschappelijke of economische rendementseisen. Juist daardoor kan hij risico’s nemen, disciplines verbinden en lang vooruit plannen. Hij wil experimenteren op het grensvlak van pedagogiek, psychologie, economie, sociologie, filosofie en kunst, terreinen die elkaar raken, maar in financieringsland vaak gescheiden worden beoordeeld. ‘Zeker, ik ben echt van plan risico’s te nemen’, zegt hij met een glimlach die vastberadenheid verraadt.
De Mercator Sapiens Stimulus, mogelijk gemaakt door de Hartwig Foundation, is expliciet bedoeld om die ruimte te creëren waar publieke middelen tekortschieten. Het idee ontstond mede onder impuls van prof. dr Alexander Rinnooy Kan, erelid en oud-voorzitter van de KHMW en vicevoorzitter van de jury. ‘Toen de vraag op tafel kwam hoe groot de prijs moest zijn, heb ik toch even diep ademgehaald en gezegd: een miljoen. Dat leek me voor Nederland een passend bedrag.’ Passend, niet alleen als financiële injectie, maar als signaal. Wetenschap mag ook groot durven denken. Brummelman zet die vrijheid in voor een fundamentele vraag: wat doet het met kinderen om op te groeien in een tijdperk van groeiende economische ongelijkheid?
Toekomstverwachtingen
De kloof tussen arm en rijk neemt toe terwijl maatschappelijke discussies over kansenongelijkheid, meritocratie en sociale mobiliteit steeds feller worden. Maar over hoe kinderen die ongelijkheid ervaren, weten we opvallend weinig. Lange tijd leefde het idee dat zulke abstracte verschillen pas relevant worden zodra iemand een baan of bankrekening heeft. Onderzoek laat inmiddels iets anders zien. Kinderen zijn al op jonge leeftijd opmerkzaam voor een ongelijke verdeling van middelen. En belangrijker nog: ze trekken conclusies over zichzelf. Met zijn onderzoeksprogramma Generatie Hoop wil Brummelman begrijpen welke sporen ongelijkheid nalaat in het zelfbeeld en de toekomstverwachtingen van kinderen.
Gedragsexperimenten
Binnen KiDLAB, zijn interdisciplinaire onderzoeksteam rond het ‘ontwikkelende zelf’, combineert Brummelman creatieve gedragsexperimenten met langdurige observaties van het dagelijks leven. Geen steriele laboratoriumopstellingen, maar veldonderzoek, gesprekken en digitale dagboeken. Een belangrijk onderdeel is Lil’Scientist, een platform dat hij samen met De Jonge Akademie en de IMC Weekendschool ontwikkelde. Daarin zijn kinderen niet alleen onderzoeksobject, maar mede-onderzoeker. Hun vragen en perspectieven vormen het vertrekpunt. Dat is volgens Brummelman geen didactisch aardigheidje, maar een principiële keuze. Wie wil begrijpen hoe ongelijkheid wordt beleefd, moet luisteren naar degenen die haar dagelijks ondervinden. ‘We onderschatten kinderen structureel’, zegt hij. ‘Terwijl juist in dat vroege zelfbeeld de contouren van een weerbare samenleving ontstaan.’
De ceremonie krijgt een extra laag wanneer dr Adriana Esmeijer, directeur Algemene Zaken van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, het woord neemt. Zij kiest niet voor een economisch betoog, maar voor een Bijbelse spreuk. ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen,’ citeert zij uit Handelingen. Om daar meteen een vraag achteraan te sturen die de rest van de middag kleurt: geldt dat ook voor de relatie tussen filantropie en de geesteswetenschappen?
Precair proces
Geven en ontvangen, betoogt Esmeijer, is een precair proces. Wat beweegt de gever, puur altruïsme of ook eigenbelang? En wat doet een gift met de ontvanger: dankbaarheid of ongemak? De ideale situatie is er een waarin beiden er gelukkiger van worden. De toekenning van de prijs aan Brummelman is volgens haar zo’n zeldzaam moment waarop dat zichtbaar wordt.
Toch is de verhouding tussen filantropie en alfa- en gammawetenschappen in Nederland minder vanzelfsprekend dan deze feestelijke middag doet vermoeden. Nederlanders geven jaarlijks ruimhartig, meer dan vijf miljard euro, maar minder dan vier procent daarvan gaat naar onderwijs en onderzoek. Wetenschap wordt hier primair als publieke taak gezien, niet als urgent particulier doel. In de VS en het VK is dat anders; daar vloeien honderden miljoenen naar universiteiten, ook naar liberal arts colleges.
Van stiefkind naar lievelingskind
Esmeijer maakt een scherp onderscheid tussen investeringen en filantropie. Investeringen mikken op meetbaar rendement; filantropie wordt gedreven door overtuiging en betekenis, juist waar opbrengsten zich moeilijk laten kwantificeren. Dat maakt de geestes- en sociale wetenschappen bij uitstek geschikt voor filantropische steun. Maar ook kwetsbaar. Opleidingen verdwijnen, studentenaantallen dalen, bescheidenheid slaat om in onzichtbaarheid. Haar oproep aan de sector is helder: stop met jezelf als stiefkind te zien. ‘Wie niet durft te zeggen waarom zijn werk essentieel is, kan moeilijk verwachten dat de ander dat ziet.’ Ontvangen kan ook zalig zijn, besluit zij, mits met trots. Van stiefkind naar lievelingskind: dat is de ambitie.
Ook jurylid prof. dr Ineke Sluiter, universiteitshoogleraar Griekse taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden, benadrukt de symbolische kracht van de Stimulus. ‘Afgezien van het geldbedrag laat deze prijs zien dat het zin heeft om met privémiddelen wetenschap te stimuleren. Het vergroot de zichtbaarheid van onderzoek enorm. Dit trekt aandacht, ook buiten de academie.’ Dat de prijs dit jaar naar de alfa-gammasector gaat, noemt zij veelzeggend. Brummelmans onderzoek raakt direct aan de jonge generatie, die hij niet voor niets ‘Generatie Hoop’ noemt. In onze maatschappij is het narratief dominant dat je kunt worden wat je wilt, als je maar hard genoeg je best doet: meritocratie.
‘Dat is een nuttige mythe’, zegt Sluiter, ‘want ze geeft mensen vertrouwen en ambitie. Maar het is óók een mythe, omdat we weten dat structurele factoren maken dat niet iedereen dezelfde kansen heeft.’ Brummelman wil dat dominante verhaal aanvullen. Hij zoekt naar manieren waarop kinderen zich inzetten voor een hoopvolle toekomst, zonder zichzelf de schuld te geven als het niet onmiddellijk lukt. Slaagt hij daarin, dan helpt hij een veerkrachtige generatie vormen.
Krachtig gebaar
De middag in Haarlem voelt daardoor minder als een prijsuitreiking en meer als een pleidooi voor de lange adem. De missie van de KHMW, wetenschap stimuleren over de volle breedte, krijgt hier tastbare vorm. Met deskundige, onafhankelijke jury’s en prijzen over het hele palet. ‘Je weet nooit precies welke kennis je later nodig hebt’, klinkt het. ‘Als je pas gaat investeren wanneer de crisis zich aandient, ben je te laat.’
In een tijd van bezuinigingen op wetenschap en hoger onderwijs, waarin academische vrijheid onder druk staat en onderzoek steeds vaker wordt gelegitimeerd via economische opbrengst, is een miljoen euro voor nieuwsgierigheid een krachtig gebaar. Het is een herinnering dat wetenschap meer is dan het vergroten van het verdienvermogen van Nederland. Het gaat ook over de vraag hoe je een samenleving zo inricht dat iedereen tot bloei kan komen. En misschien, zo suggereert deze middag in het Hodshon Huis, begint dat niet bij groeicijfers of innovatieagenda’s, maar bij het zelfbeeld van een kind
Zie voor de uitgebreide fotoreportage:
https://khmw.smugmug.com/Uitreiking-Mercator-Sapiens-Stimulus-2026
Abonneer je op ons gratis Journaal:
