
Museum met lege kamers
Anne Frank en het Achterhuis als antidosis tegen groepshaat
- (Social) impact
- Interview
Nu racistische uitingen vrij spel krijgen, zijn educatie en bewustwording noodzakelijk en urgent. Met meer geld kan de Anne Frank Stichting meer investeren in effectieve programma's. We spreken algemeen directeur Ronald Leopold en voormalig RvT-voorzitter Ernst Hirsch Ballin.
AMSTERDAM – Vóór het Anne Frank Huis drommen de bezoekers samen. Het is een van de drukst bezochte musea ter wereld. Men ontvangt jaarlijks meer dan 1,2 mln bezoekers, van wie bijna 90% uit het buitenland. Het is een plaats met veel zeggingskracht. ‘Virtueel en fysiek bereiken we miljoenen jongeren wereldwijd’, zegt Leopold.
Naast hem zit Hirsch Ballin, rechtsgeleerde, oud-minister van Justitie en hoogleraar emeritus aan Tilburg University en de Universiteit van Amsterdam. Hij is zojuist toegetreden als het eerste member van het Global Membership programma van de Anne Frank Stichting. Zijn bijzondere familiegeschiedenis is nauw met het museum verbonden, waarover later meer.
Hoe formuleert u de missie van de Anne Frank Stichting?
Leopold: ‘De Anne Frank Stichting is een onafhankelijke organisatie die de plaats beheert waar Anne Frank tijdens de Tweede Wereldoorlog was ondergedoken en waar zij haar dagboek schreef. De stichting brengt haar levensverhaal en haar werk wereldwijd onder de aandacht, mede ter bezinning op de gevaren van antisemitisme (de hardnekkigste vorm van haat), racisme, discriminatie en het belang van vrijheid, gelijke rechten en democratie.’
Hoe geeft u invulling aan deze missie?
‘We zijn gespitst op incidenten en zien ook een langere lijn. Haat is een veelkoppig monster dat opduikt in verschillende omgevingen. Onze missie is gericht op de bestrijding van diverse vormen van groepshaat. De kern van onze missie is dat jongeren de diverse vormen van groepshaat ook in hun eigen levens herkennen, zich ervan bewust worden. Het doel daarvan is dat herkenning en bewustwording bijdraagt aan het voorkomen ervan.’
En verder?
‘De Anne Frank Stichting doet onderzoek en biedt educatieve programma’s aan? Groepshaat manifesteert zich onder meer in het sportdomein: bij het amateurvoetbal en het betaalde voetbal. Denk aan die afschuwelijke spreekkoren. Naast voetbal, ’s lands grootste sport, loopt er een educatief project over zondebokken. Ze zijn van alle tijden en treffen allerlei groepen. Het gaat ons om herkenning van patronen als onderdeel van de morele vorming van jongeren.’
Dan: ‘Otto Frank, de vader van Anne en de enige van het gezin en van de onderduikers hier in het Achterhuis die de Holocaust overleefde, was van mening dat je kennis moet hebben van het verleden om een betere toekomst te kunnen bouwen. Jongeren hebben er recht op om die eigenwereld te bouwen waarin zij zullen leven, zei hij. Precies dat is het gedachtegoed dat Otto Frank deze organisatie heeft meegegeven.’
Veel jongeren weten wel wie Anne Frank was, maar daarna houdt het snel op. En naarmate de afstand in de tijd toeneemt, wordt dit probleem niet kleiner?
Leopold: ‘We zien de vierde en vijfde generatie bij wie deze overdracht niet meer automatisch plaats heeft. Ze moeten geholpen worden met kennis en bewustwording. Als museum maken we een drieslag. Dat begint bij de overdracht van herinnering, we herdenken wat weg is. Deze afwezigheid nodigt vervolgens uit om na te denken waarom dat zo is. De derde stap is dat mensen teruggaan naar hun eigen gemeenschappen en iets met dit inzicht doen.’
Otto Frank
Het gesprek komt op de bijzondere familiegeschiedenis van voormalig minister Hirsch Ballin, de andere gesprekpartner in dit interview. Otto Frank, die het dagboek van zijn dochter uitgegeven wilde hebben, kwam regelmatig bij Hirsch Ballin senior, eveneens een overlevende van de Shoah, op bezoek. Deze was als jurist nauw betrokken bij de Amsterdamse uitgeverswereld en zette zich in voor de heroriëntatie van de naoorlogse samenleving, die hard nodig was.
Ernst Hirsch Ballin: ‘Otto Frank heeft mij als negenjarige jongen het Achterhuis laten zien. Dat is een ervaring die in mijn geheugen gegrift staat. Otto Frank zocht de ontmoeting met jongeren en studenten. Dat ken ik ook vanuit mijn ouderlijk huis. Mijn ouders besloten de piano aan het Anne Frank Huis te schenken met oog op de studenten die daar bijeenkwamen. Later werd ik lid en vervolgens voorzitter van de RvT van de Anne Frank Stichting, als opvolger van Wim Kok.’
Wat is voor u de betekenis van de Anne Frank Stichting?
‘Het antisemitisme is niet weg, dat besef was er ook toen ik vanaf 2011 tot 2022 in de raad van toezicht zat. Wat Anne Frank in haar dagboek tot uitdrukking heeft gebracht is het verlangen naar een toekomst waarin we zullen worden erkend als mensen, niet alleen als joden. Dat verlangen naar een toekomst die je kunt delen met anderen is het grondmotief in de educatieve projecten van de Anne Frank Stichting. De ontmoeting met de ander die jou aankijkt, verplicht je die ander te respecteren.’
Hoe heeft het naoorlogse antisemitisme zich ontwikkeld?
‘Het antisemitisme is na 1945 niet als bij toverslag verdwenen, maar steekt nog steeds de kop op. Daar zijn op het eerste gezicht domme, maar niet onschuldige uitingen van antisemitisme bijgekomen. Denk aan de spreekkoren in voetbalstadions. Dat moeten we niet los zien van de racistische uitingen die over spelers van Antilliaanse of Surinaamse afkomst worden uitgeschreeuwd.’
‘Tot slot is er het antisemitisme dat zich op een trieste manier heeft genesteld bij sommige jongeren met een moslimachtergrond. Deze ontwikkeling staat in schril contrast met de verdraagzaamheid en bescherming die gold in de moslimwereld, het Ottomaanse Rijk en de Arabische wereld, en de bescherming die toen aan de Joden is geboden.’
Hirsch Ballin spreekt van ‘een verdrietige Geschichtsvergessenheit’, een historisch geheugenverlies. Na 1492 moesten veel Joden beschermd worden nadat het katholieke koningspaar Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië het Edict tot verdrijving van joden uitvaardigden. Het was kiezen of delen: het land verlaten of zich bekeren tot het christendom. In het Europa van de late Middeleeuwen waren verdrijvingsedicten staande praktijk.
Wat leert onderzoek naar de herkomst van vormen van groepshaat?
Hirsch Ballin: ‘Ze komen voort uit een geblokkeerd zelfrespect, een gemankeerd zelfbeeld. Dat geldt ook voor islamofobie en racistische uitingen jegens mensen van Afrikaanse herkomst. De gemeenschappelijke noemer – het maakt het verhaal dat Anne en Otto Frank ermee hebben willen doen urgent– is dat we jonge mensen moeten helpen die vervorming, die ontkenning van hun eigen waardigheid, in te zien en deze niet te projecteren op zondebokken.’
Hoe ziet u daarbij de invloed social media?
‘De met artificiële intelligentie werkende platforms voor communicatie zijn erop ingericht onze aandacht te trekken, vast te houden, ons volgzaam te maken. Sociologe Eva Illouz spreekt van ‘‘emotionele technologieën’’. AI maakt het mogelijk emoties te imiteren en te simuleren. Het wakkert hardvochtigheid aan. Dat is iets heel anders dan echte liefde, verdriet of boosheid in de ontmoeting met de ander die je in het gelaat ziet.’
De toekomstige ander
In zijn onlangs in mei in Tilburg uitgesproken Willem Witteveen-lezing 2026 sprak Hirsch Ballin, in het spoor van de filosoof Levinas, zich uit als een heraut van de toekomstige generaties. Die toekomst is geen voortzetting van het heden – onder controle te brengen met beleid en wetten –maar een tijd die voorbereid moet worden. Vanuit het perspectief van de toekomst worden vragen en eisen gericht op degenen die hier en nu het beleid bepalen:
‘Juridisch onderzoek kan worden gericht op een verbeelding van een rechtvaardige toekomst – niet alleen klimatologisch, maar ook sociaaleconomisch en cultureel. Als referentiepunt voor stappen in de noodzakelijke rechtsontwikkeling. Het gaat hier om de verantwoordelijkheid toekomstige anderen in staat te stellen aan hun levensplannen vorm te geven.’ Verantwoordelijkheid nemen voor toekomstige generaties vereist dus voorstellingsvermogen.
Iets anders: Anne Frank maakt furore in de VS waar de civil society wordt uitgehold.
Leopold: ‘De tentoonstelling ‘‘Anne Frank. The Exhibition’’ in het Center for Jewish History in New York trok 350.000 bezoekers onder wie circa 70.000 jongeren. De expositie is momenteel te zien in het Griffin Museum of Science and Industry in Chicago. De grondlegger van dat museum, zakenman en filantroop Julius Rosenwald, vestigde tijdens het interbellum vijfduizend public schools voor de zwarte bevolking, destijds gezien als tweederangs burgers.’
‘Otto Frank en Julius Rosenwald – twee geestelijke vaders van hun eigen instituties – waren ieder op hun eigen wijze mannen die vanuit hun eigen jodendom een visie hebben ontwikkeld om een betere wereld te stichten voor alle gemeenschappen. Vanuit hun eigen levensverhalen en idealen voelden ze de verantwoordelijkheid om de wereld te helen. Ze zijn als vuurtorens die ons als bakens dienen. Dat is de kerngedachte van de filantropie.’
Tot slot
Leopold spreekt laatste woorden die resoneren: ‘Het is belangrijk dat we jongeren morele vorming meegeven. Voor de keuzes die ze nu en later in hun leven maken. Als er één organisatie is die dat in het hart van haar missie heeft, is het de Anne Frank Stichting. Dat belang herkennen en erkennen, zich daaraan willen verbinden is de basis voor een relatie met de Anne Frank Stichting. Een relatie die overigens ook een financiële dimensie kan krijgen.’
Het vraaggesprek is afgelopen. Achter de interviewer hangt een portret van Anne Frank. Meer dan tachtig jaar na haar overlijden in het concentratiekamp Bergen-Belsen is haar dagboek actueler dan ooit. Het Anne Frank Huis, een beladen huis, heeft weinig anders te bieden dan lege kamers. De nagedachtenis van Anne Frank nodigt uit om te bedenken waarom die leegte er is. Haar geschiedenis hangt nog altijd als een schaduw boven Nederland.
Anne Frank en haar dagboek
Gerrit Bolkestein – de grootvader van politicus Frits Bolkestein (1933 – 2025) – werd op latere leeftijd minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap. Hij vluchtte in mei 1940 naar Londen, waar hij lid was van de regering in ballingschap. Op 28 maart 1944 riep hij via Radio Oranje Nederlanders op om na de oorlog dagboeken, brieven en ander materiaal beschikbaar te stellen, materiaal dat een beeld kon vormen van het leven onder de bezetting.
Anne Frank (1929 – 1945) was al begonnen aan haar dagboek. Koningin Wilhelmina – in mei 1940 ook uitgeweken naar Londen – werd later alsnog een symbool van het verzet tegen de bezetter. Haar toespraken via Radio Oranje en de onverzettelijkheid die ze daarbij aan de dag legde, werden er uitdrukking van. Anne Frank schreef over deze radioredes van Wilhelmina dat die er ‘met haar wonderstem’ voor zorgden dat ze de moed niet verloor.
Het dagboek van Anne Frank behoort met zijn hoge getuigenisgehalte tot de meest vertaalde en internationaal hoogst gewaardeerde boeken uit het Nederlandse taalgebied. Het Achterhuis is in de loop der jaren meer en meer als jeugdboek gaan functioneren. Het bevat een belangrijke les: de herinnering aan het leven van één individu kan waarde hebben in zichzelf, maar ook symbool staan voor het leven van – miljoenen – anderen.
Naoorlogs Nederland
Twee jaar na de bevrijding gaf de vader van oud-minister Hirsch Ballin – de Nederlands-Duitse rechtsgeleerde Ernst Denny Hirsch Ballin (Wiesbaden 1898 – Amsterdam 1975) –zijn eerste college in het Academiegebouw van de Utrechtse universiteit. Het was een memorabele voordracht. In een paar zinnen maakte Hirsch Ballin sr. duidelijk waarom dat wat de Nazi’s hem en zo vele anderen hadden aangedaan, erger was dan onrecht:
‘Onrecht is nog altijd onrechtvaardig recht, maar daar, in de concentratiekampen, was het recht uitgebannen uit een vacuüm van enkele vierkante kilometers. Degenen die de poort waren binnengegaan, werden niet meer als mens beschouwd, maar enkel nog als een nummer – ook al is de menselijke persoon aan zijn wezensrelatie tot het recht niet te onttrekken.’
De oorlog leek aanvankelijk een krachtig wapen tegen populisme. Sinds de millenniumwisseling begon het taboe op populisme te wijken – een proces dat zich volgens historicus Henk te Velde onderhuids voltrok en zeer omstreden was. Dit proces kwam in het volle licht te staan dankzij een geruchtmakend interview met Pim Fortuyn in de Volkskrant van 9 februari 2002. Het leidde van links tot rechts in het politieke spectrum tot felle kritiek en grote woede.
Abonneer je op ons gratis Journaal:
Gerelateerde artikelen
- Filantropie
- Interview
Toegenomen druk op maatschappelijke organisaties baart aanzienlijke zorgen
Door Bert Koopman



