
Science for business and society
- Wetenschap
- Opinie
Het lijkt alsof het kwartje bij Europese maar ook Haagse beleidsmakers eindelijk is gevallen. Plotseling worden kennis en innovatie beschouwd als de grote aanjagers van economische groei, productiviteit, behoud van welvaart en strategische autonomie.
In Brussel begon het met rapporten van onder anderen de Italiaanse econoom Mario Draghi, voorheen premier van Italië en president van de Europese Cantrale Bank. Hij schreef over het verbeteren van de Europese concurrentiepositie en arbeidsproductiviteit door vooral te versnellen op het gebied van innovatie en technologie. Zijn rapport maakte indruk en inmiddels werkt de Europese commissie aan een verdubbeling van de investeringen op het gebied van kennis en innovatie (van € 100 mrd naar € 200 mrd) naast een nieuw European Competitiveness Fund met een soortgelijke grootte.
Eerste plaats
Voor Nederland is dit goed nieuws: ons land is al jaren uiterst succesvol in het binnenhalen van Europees geld voor wetenschap en innovatie en staat omgerekend naar hoofd van de bevolking op de eerste plaats als ontvanger van Europees geld hiervoor. Wetenschap is het enige terrein waar Nederland een netto ontvanger is van EU budgetten want voor elke euro die we als land hierin investeren (in totaal ca. € 5 mrd) komt bijna het dubbele terug. In scherp contrast met landen als Frankrijk of Duitsland die meer bijdragen dan dat ze voor wetenschap terugkrijgen.
Het Brusselse enthousiasme voor kennis en innovatie om onze economie en samenleving verder te brengen is inmiddels ook enigszins overgeslagen naar Nederland. In het onlangs gepubliceerde rapport van ex-ASML topman Peter Wennink wordt een soortgelijk pleidooi voor investeren in wetenschap, kennis en technologie gehouden. Het nieuwe kabinet Jetten heeft in het regeerakkoord veel van de door Wennink uitgewerkte voorstellen ondersteund maar hier – in tegenstelling tot de Europese bestuurders – nog nauwelijks concreet geld voor beschikbaar gesteld. Het is spannend om te zien hoe dit kabinet haar ambities op dit punt waar gaat maken.
Internationale positie
Tegelijkertijd moeten we ons afvragen welk type onderzoek we dan het meest nodig zullen hebben om alle doelen op het gebied van productiviteit en concurrentievermogen te behalen. Het ligt voor de hand om dan vooral naar sectoren te kijken waar Nederland al een sterke internationale positie heeft, zoals op het gebied van semiconductor- en microchipindustrie, ontwikkeling van kwantumtoepassingen, artificiële intelligentie en cybersecurity of landbouw- en biotechnologie.
De valkuil is dan niet alleen te focussen op vrijwel direct toepasbare kennis, maar vooral ook te investeren in meer fundamenteel onderzoek dat op de langere termijn aanzienlijk kan bijdragen aan innovatie en nieuwe bedrijvigheid. Sommige bedrijven zien dat zelf ook scherp en daarom investeert een bedrijf als ASML niet alleen fors in research en development om de huidige machines beter te maken, maar ook in fundamentele kennisontwikkeling op het gebied van nano-lithografie en semiconductor technologie om over vijftien jaar nog steeds marktleider en producent van de allerbeste chips-producerende apparaten te zijn.
Fundamenteel onderzoek
Het interessante aan fundamenteel onderzoek is niet alleen dat het een lange termijn investering is, maar ook dat er vaak heel verassende en tevoren nauwelijks voorspelde spin-offs uit voort kunnen komen. Jarenlange research in RNA-vaccinatietechnologie voor kanker betaalde zich tijdens de corona pandemie plotseling terug in snelle ontwikkeling van Covidvaccins. En uiterst fundamenteel onderzoek op het gebied van radioastronomie om sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand te bestuderen, blijkt plotseling ook toepasbaar om heel nauwkeurig satellieten te localiseren of om kennis over 5G en 6G telecom netwerken te versterken. Kortom, fundamenteel onderzoek en nieuwe kennis waarvan niet onmiddellijk duidelijk is ‘waar het goed voor is’ levert juist de meest krachtige impulsen op voor nieuwe technologie en innovatie.
Nu lijkt het net alsof de impulsen voor economische en maatschappelijke ‘winst’ vooral uit de techniek, bètawetenschappen en biomedische hoek gaan komen. Maar dat is een misverstand. Juist ook sociale en geesteswetenschappen – ook al zo een tak van sport waar Nederland internationaal een hele sterke positie inneemt – zijn in staat robuuste bijdrages te leveren aan noodzakelijke transities, versterking van sociale en maatschappelijke netwerken, of gedragsveranderingen die noodzakelijk zijn voor implementatie van nieuwe technologie. Dus het ligt voor de hand ook op deze gebieden grote investeringen in kennis en innovatie te laten landen.
Resultaten
Het is goed te zien dat beleidsmakers het belang van kennis en innovatie voor de toekomst van onze samenleving en behoud van onze welvaart steeds helderder lijken te zien. Maar na alle mooie woorden en plannen is het dan wel zaak de aanstaande jaren te komen tot daadkracht en resultaten.
Abonneer je op ons gratis Journaal:
Gerelateerde artikelen
- Wetenschap
- Bericht
Mercator Sapiens Stimulus voor UvA-hoofddocent pedagogiek Eddie Brummelman
- Redactie WvF
