
Wat is van ons samen?
Een politiek van de commons vraagt om bestuurlijke moed
- (Social) impact
- Opinie
Maatschappelijke vraagstukken worden vaak gepresenteerd als een keuze tussen overheid en markt. Als huizen onbetaalbaar worden, kijken we naar Den Haag of naar projectontwikkelaars. Als de zorg onder druk staat, vragen we wat de overheid moet doen en wat de markt kan bijdragen. Maar wie is de derde speler?
Dat zijn alle burgers die zich organiseren rond wat zij samen belangrijk vinden. Voor die werkelijkheid bestaat het mooie begrip ‘commons’. Naast staat en markt vormen commons de derde weg om maatschappelijke waarde te organiseren. Zij vullen het werk van overheid en markt aan en krijgen daarvoor nog te weinig ruimte. Een commons is een voorziening of hulpbron die door een gemeenschap gezamenlijk wordt beheerd op basis van gedeelde rechten en afspraken. Denk bijvoorbeeld aan natuur en cultuur, aan kennis en sociale samenhang alsook aan collectieve voorzieningen zoals zorg en wonen. De waarde van een commons ontstaat doordat mensen er samen zorg voor dragen. Haar kracht ligt in gedeeld eigenaarschap.
Een voorbeeld is Austerlitz Zorgt. In 2012 richtte Jan Smelik met vier dorpsgenoten een zorgcoöperatie op in het Utrechtse dorp Austerlitz. De inwoners organiseren daar samen een collectieve voorziening voor zorg en welzijn waarvoor ze zelf de (financiële) verantwoordelijkheid dragen. Het begon met de wens dat ouderen in het dorp kunnen blijven wonen en groeide uit tot onder meer een vervoersdienst en een daghap waar iedereen kan aanschuiven. Later richtte de coöperatie Woonstichting NuVoorStraks op, die acht zorggeschikte woningen in het centrum verhuurt. Hier is de commons het sociaal kapitaal van alle dorpsbewoners.
Het neoliberale denken van de afgelopen decennia heeft vooral aandacht gehad voor markt en staat, waardoor collectieve vormen van burgerschap vaak buiten beeld bleven. Het begrijpt de wereld vanuit individuele keuzes en economisch rendement. De burger is vooral een consument. Energie-coöperaties, zorgcoöperaties, bewonersbedrijven en voedselcollectieven passen niet in dat beeld. Zij werken vanuit de logica van gedeeld eigenaarschap en daarom voelen ze zo vernieuwend.
Een gemeenschapsfonds is binnen dit denken een instrument. Het brengt middelen van bewoners, bedrijven en andere partijen bij elkaar en laat vervolgens de bewoners zelf beslissen waar dat geld naartoe gaat. De kracht zit in de structuur die het biedt. Het is namelijk een plek om zowel vermogen op te bouwen als om afspraken te maken over de zeggenschap erover. Alle verbindende ideeën en energie komen van de bewoners. Zo’n fonds zorgt voor continuïteit.
Er is meer. Een gemeenschapsfonds kan de kenmerken van een commons krijgen wanneer bewoners volledige zeggenschap hebben over het vermogen. Ze zijn dan mede-eigenaar van de ontwikkeling, in plaats van uitsluitend ontvanger van middelen. Het gaat daarbij om de feitelijke zeggenschap, die trouwens ook mogelijk is als het vermogen juridisch in een stichting zit. De meerwaarde van het fonds groeit naarmate de gemeenschap een grotere rol krijgt in de besluitvorming. Hier vullen beide elkaar aan. De commons leveren de betrokken gemeenschap en de zorg voor wat van iedereen is. Het gemeenschapsfonds levert vermogen en een democratisch ingerichte manier om keuzes te maken.
Austerlitz laat zien waar een commons tegenaan loopt. Voor de woningen was kapitaal nodig dat via crowdfunding werd gerealiseerd. Een gemeenschapsfonds had een vaste plek kunnen bieden voor zulk vermogen plus voor alle afspraken wie waarover beslist. Een commons zonder zo’n structuur heeft moeite om middelen te beheren en om door te gaan wanneer enthousiaste vrijwilligers afhaken. Een fonds zonder commons heeft geen draagvlak en geen aanleiding om te bestaan. Daarom zie ik gemeenschapsfondsen als de maatschappelijke infrastructuur van commons.
Voor bestuurders in de filantropie ligt hier wellicht een concrete opdracht. Filantropie wordt vaak gezien als een geldstroom naar goede doelen. Zij kan ook gemeenschapsfondsen helpen opzetten en voeden zodat bewoners de verantwoordelijkheid voor hun eigen commons kunnen dragen. Dat vraagt om de bereidheid macht te delen en ruimte te laten voor uitkomsten die vooraf niet vastliggen. De vraag voor elk bestuur is dan: hoeveel zeggenschap over vermogen en besluitvorming geven wij uit handen? Het antwoord begint met bestuurlijke moed.
Dr. Jos Rath is socioloog, marketeer en pionier in datagedreven fondsenwerving.
Abonneer je op ons gratis Journaal:


