Foto David van Weel
Minister David van Weel (VVD) - Foto: Martijn Beekman

Komen goede doelen eindelijk uit het verdachtenbankje?

Door: Redactie WvF
19-03-2026
  • Politiek en Overheid
  • Analyse

De Eerste Kamer stemt op dinsdag 24 maart over een wetsvoorstel dat in de filantropie en het maatschappelijk initiatief tot kopzorgen en wanhoop leidt. Het voorstel is gebaseerd op de premisse dat non-profit organisaties op grote schaal de rechtstaat zouden ondermijnen. De hoop is dat deze wet niet zal worden aangenomen.

De Eerste Kamer debatteerde op dinsdag 17 maart jl. met minister David van Weel (Jusititie en Veiligheid) over het omstreden voorstel Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo). Dinsdag 24 maart wordt een belangrijke dag. Dan stemt de Senaat over het gewraakte wetsvoorstel.

Van Weel (VVD) benadrukte dinsdag 17 maart tijdens het plenaire debat in de Eerste Kamer dat de Wtmo noodzakelijk is. Deze wet zou het juiste middel zijn om ondermijning van de democratische rechtsstaat door financiering van maatschappelijke organisaties te voorkomen. Een groot deel van de Kamerleden betwijfelt dit echter.

Vraagtekens

Bij veel senatoren rezen vraagtekens over de proportionaliteit van het wetsvoorstel; de uitvoerbaarheid ervan; de relatie tussen voorgestelde maatregelen en het beoogde doel; de rol van de burgemeester en de onderbouwing van het begrip ‘ondermijning’.

Dit alles in navolging van Goede Doelen Nederland en andere (koepel)organisaties op het vlak van kerken, mensenrechten sport en vrijwilligers. Zij vrezen om voor de hand liggende redenen dat de wet leidt tot ‘schending van privacy van donateurs en krimpende ruimte voor maatschappelijke organisaties en burgerparticipatie’. Dit kan geefgedrag ontmoedigen.

Het wetsvoorstel kent een lange geschiedenis en is inmiddels verschillende keren gewijzigd. Wat begon als een instrument om ongewenste buitenlandse beïnvloeding door middel van ontvangen donaties bij maatschappelijke organisaties tegen te gaan, is uiteindelijk uitgegroeid tot een set ingrijpende(re) maatregelen.

Openbaar gezag

Saillant is dat twee hoofdrolspelers in dit wetsvoorstel – de burgemeester en het Openbaar Ministerie – duidelijk hebben gemaakt dat ze met het hun toebedeelde instrumentarium niet uit de voeten kunnen. Te weten respectievelijk het informatieverzoek als onderdeel van de handhaving van de openbare orde en het stakingsbevel bij dreigende ondermijning van de rechtstaat en het openbaar gezag.

De burgemeester – en ook het OM – kan privacygevoelige persoonsgegevens van donateurs (o.a. religieuze en levensbeschouwelijke) opvragen bij een maatschappelijke organisatie met oog op handhaving van de openbare orde. Het betreft hier giften boven € 15.000. En op verzoek kan de rechter een stakingsbevel tot het onthouden, staken en gestaakt houden van bepaalde activiteiten voor maximaal twee jaar – plus bijkomende maatregelen – opleggen.

Tot slot

De wijze waarop de overheid functioneert, heeft de democratische rechtsorde in de afgelopen jaren uitgehold. De commotie rond de Wtmo past in deze twijfelachtige traditie. En dat terwijl maatschappelijke verscheidenheid organiseren en de publieke rechtsgemeenschap handhaven de voornaamste taken zijn van het bestuur in een democratische rechtsorde. Voormalig voorzitter van de Eerste Kamer Herman Tjeenk Willink heeft het treffend geformuleerd: ‘Vertrouwen geven, door de overheid, is een voorwaarde voor vertrouwen krijgen, van de burger.’

Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen