
Papieren schenking in verdachtenbankje
- Fiscaliteit
- Analyse
De papieren schenking is door ambtenaren van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën toegevoegd aan de lijst met opmerkelijke belastingconstructies. Daarmee is een instrument dat jarenlang tot het standaardarsenaal van de estate planner behoorde, een politiek beladen onderwerp geworden. Fiscalist Limar Pieters van HVK Stevens belicht de achtergronden.
De papieren schenking houdt in dat de schenker een bedrag aan de begiftigde schenkt, zonder dat dit bedrag daadwerkelijk wordt uitbetaald. In plaats daarvan blijft de schenker het bedrag schuldig, waardoor een schuld aan de begiftigde ontstaat en de begiftigde een vordering op de schenker verkrijgt.
Het voordeel van een papieren schenking is tweeledig. Het eerste voordeel van de papieren schenking is gelegen in de jaarlijkse rentebetalingen. Op grond van de Successiewet 1956 moet de schenker over de schuld rente betalen van minimaal 6%. Omdat deze rentevergoeding niet als schenking kwalificeert, vindt de vermogensoverdracht buiten het bereik van de schenkbelasting plaats. Ter illustratie: bij een schenking op papier van € 100.000 vloeit jaarlijks € 6.000 onbelast naar de begiftigde.
Het tweede voordeel betreft het progressievoordeel. Door jaarlijks te schenken tot aan de bovengrens van het 10%-tarief van € 158.669 (2026), wordt een groter deel van het vermogen tegen het laagste tarief overgedragen, terwijl de liquide middelen nog bij de schenker achterblijven.
De papieren schenking in de huidige praktijk
In de praktijk wordt de papieren schenking veelal ingezet door ouders ten behoeve van hun (klein)kinderen. Wanneer gedurende meerdere jaren op papier wordt geschonken, loopt de cumulatieve renteverplichting van ouder aan kind aanzienlijk op. De rentebetaling is daarbij geen vrijblijvende aangelegenheid, maar een dwingend vereiste. Schenkt een ouder bijvoorbeeld vijf jaar achtereen € 100.000 op papier, dan bedraagt de jaarlijkse renteverplichting, die overigens ook daadwerkelijk betaald moet worden, in het vijfde jaar reeds € 30.000. Die verplichting kan behoorlijk zwaar drukken en is niet voor iedere schenker draagbaar. Het gaat hier dan ook om een constructie die met name voor meer vermogenden lucratief is. Dat juist deze groep langs deze weg de grondslag van de erfbelasting kan verkleinen, wordt als maatschappelijk onwenselijk beschouwd en draagt bij aan de politieke aandacht voor papieren schenkingen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat papieren schenkingen nu als opmerkelijke constructie worden aangemerkt. Volgens het ministerie kunnen zij 'de grondslag van de erfbelasting uithollen', waardoor de schatkist dit jaar naar schatting € 275 miljoen misloopt. De lijst 'opmerkelijke belastingconstructies' wordt jaarlijks samengesteld door het ministerie van Financiën in samenwerking met de Belastingdienst en maakt als bijlage deel uit van de voorjaarsnota.
Wat stelt de overheid voor?
In de voorjaarsnota worden twee maatregelen geschetst die erop gericht zijn de papieren schenking minder aantrekkelijk te maken. Indien beide maatregelen daadwerkelijk worden doorgevoerd, is de verwachting dat het gebruik ervan aanzienlijk zal teruglopen.
De eerste maatregel heeft betrekking op de rekenrente. Op grond van de huidige renteverwachtingen wordt de gemoderniseerde rekenrente per 1 januari 2028 geschat op 3%, een forse daling ten opzichte van de huidige 6%. Hierdoor neemt het voordeel van papieren schenkingen af. Via rentebetalingen kan er dan immers minder vermogen onbelast worden overgedragen. Tegelijkertijd kan de lagere rente papieren schenkingen paradoxaal genoeg ook aantrekkelijker maken: schenkers met beperkte liquide middelen kunnen in totaal een hoger bedrag op papier schenken.
De tweede en meer ingrijpende maatregel introduceert een fictieve verkrijging. Bedragen uit papieren schenkingen die tijdens leven worden afgelost of die bij overlijden opeisbaar worden, zullen op dezelfde (progressieve) wijze worden belast als wanneer de vermogensoverdracht of het overlijden zonder voorafgaande papieren schenking had plaatsgevonden. Ter voorkoming van dubbele heffing kan eerder betaalde schenkbelasting worden verrekend. Het progressievoordeel wordt hiermee grotendeels tenietgedaan.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Vermelding op de lijst van opmerkelijke constructies houdt niet automatisch in dat een constructie wordt afgeschaft, dat blijft uiteindelijk een politieke afweging. Wijzigingen in de erf- en schenkbelasting liggen bovendien van oudsher politiek bijzonder gevoelig, mede door de invloedrijke lobby op dit terrein.
Wat betreft de planning: de staatssecretaris voorziet een internetconsultatie in het derde kwartaal van 2026, gevolgd door indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in het tweede kwartaal van 2027, met een beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028.
Vooralsnog is het dan ook afwachten of en in welke vorm de voorgestelde maatregelen daadwerkelijk zullen worden doorgevoerd. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de vraag of de wijzigingen uitsluitend zullen gelden voor toekomstige papieren schenkingen, of dat zij ook van toepassing zullen zijn op reeds gedane schenkingen op papier. Die kwestie, onmiddellijke werking versus eerbiedigende werking zal voor veel bestaande gevallen van groot praktisch belang zijn. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.
Limar Pieters is fiscalist bij HVK Stevens.
Abonneer je op ons gratis Journaal:
Gerelateerde artikelen
- Politiek en Overheid
- Bericht
Instellingen voor algemeen nut en sociaal belang onder de loep
- Redactie WvF
