Steven van Eijck
Steven van Eijck

Steven van Eijck: 'Men ziet elkaars wereld niet'

Circulariteit: hoe vinden filantropie en overheid elkaar?

Door Annemieke Diekman
  • Duurzaamheid
  • Interview

Nederland wil in 2050 een volledig circulaire samenleving zijn. Steven van Eijck is in 2024 aangesteld als Speciaal Regeringsvertegenwoordiger voor de Circulaire Economie om deze transitie aan te jagen en bruggen te bouwen tussen overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Hij blikt terug en vooruit. Voor filantropie ziet hij een belangrijke rol.

Waar blijft de circulaire economie?

Van Eijck ‘In de afgelopen jaren is geprobeerd om circulaire businessmodellen in te bouwen in een lineaire samenleving, een samenleving gebaseerd op maken, gebruiken en weggooien. Dat werkt niet. Jaren terug is besloten om plastic recyclers te financieren. Er werden fabrieken opgericht, maar die kwamen met een eindproduct dat duurder was dan wanneer je het als nieuw materiaal uit China laat komen.’

‘In dat geval zegt de lineaire samenleving pecunia causa, we kiezen de laatste optie. Met als gevolg geen afzetmarkt. Er werden achttien recyclefabrieken gesloten. Je moet je realiseren dat een circulaire economie alleen bij een circulaire samenleving past. En dat je eerst die circulaire samenleving moet creëren voordat de economie zich circulair kan ontwikkelen.’

Hoe maak je zo’n transitie?

‘Je moet een dynamiek aanjagen, waardoor mensen zich bewuster zijn van het beslag dat ze leggen op deze aarde. Dat is door vorige kabinetten geprobeerd, maar het wijzende vingertje van de overheid vond men betuttelend. Mensen willen zelf bepalen hoeveel vlees ze eten en hoe vaak ze in het vliegtuig stappen.’

‘De circulaire economie moest op een andere manier aangejaagd worden, met meer empathie. Mark Rutte vroeg mij om mij in te zetten op een circulaire economie – als een soort buitenboordmotor die ook toekomstige kabinetten scherp houdt. De overheid schept randvoorwaarden, criteria en uitgangspunten Het belangrijkste deel wordt door het bedrijfsleven en de maatschappelijke organisaties gerealiseerd.’

Welke rol speelt filantropie?

In totaal heb ik een rondgang gemaakt langs 21 filantropen en dat voelde als een warm bad. Als je ziet wat daar gebeurt en op welke vlakken iedereen bezig is, dat is fantastisch. De wereld van filantropie is voor mij vanuit mijn voorgaande functies – voorzitter van de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie en adviseur van fondsen – bekend terrein.’

‘Voor mij voelde deze hernieuwde kennismaking met het veld vertrouwd. Tegelijkertijd riepen de gesprekken met vertegenwoordigers uit de filantropische sector bij mij ook een aha-erlebnis op. Vijftien jaar geleden is het convenant Ruimte voor Geven gesloten tussen overheid en de sector, inclusief fiscale regels, maar naar mijn idee is dat nu oe aan een herziening.’

Iets anders: wat kunnen agrariërs betekenen bij circulariteit?

‘Een aantal boeren is zelf met het idee gekomen om een deel van hun veeteeltareaal in te ruilen voor vlasteelt. Uit het oogpunt van stikstofreductie is dat een no-brainer: als je minder dieren houdt, stoot je minder uit. Daar komt bij dat vezelteelt, onder meer gewild voor duurzame isolatie en bouwmaterialen, de lucht juist schoon maakt en zorgt voor verbetering van de waterkwaliteit.’

‘Bij mij ontstond toen het idee om het op grotere schaal aan te pakken met lichte financiële steun. Dat werd bij de veeteeltsector goed ontvangen, maar stuitte bij de vorige minister van Landbouw op grote bezwaren. Zoals elk voorstel dat riekte naar minder vee. Haar opvolger, Jaimi van Essen, is wel positief. Hij heeft inmiddels akkoord gegeven om de pilot op te schalen. Het landelijk plan beslaat een omzetting van 20% van de landbouwgrond.’

‘Dat vraagt om financiering, omdat de boeren over het stuk land waar ze vlas gaan verbouwen in de eerste twee jaar een vergoeding krijgen. Pas na die tijd wordt het rendabel. Hier kunnen filantropen ook een rol in spelen. Ik weet dat er al verschillende partijen klaar staan om mee te denken over deze ontwikkeling en de manier waarop ze kunnen meefinancieren. Tot voor kort bleven zij hierin steken, wegens het standpunt van de vorige minister. Als het goed is, kunnen ze nu hun rol hierin pakken.’

Uw mandaat loopt af, wat nu?

‘Mijn opdracht om de dynamiek aan te jagen is gelukt. Er is een florerende Nederlandse Vereniging voor Circulaire Economie. Ook is daarvoor aandacht in het Kabinet-Jetten. Helaas gaat die aandacht niet gepaard met financiële toezeggingen. Mijn voorstel voor een budget van € 1,5 mrd heeft het niet gehaald. Er wordt slechts € 56 mln vrijgespeeld. Ik hoop dat de filantropiesector wakker wordt. Dat ze begrijpen dat dit het momentum is om na vijftien jaar het convenant Ruimte voor Geven te herijken. Ga dat gesprek aan met het Kabinet, weet elkaar te vinden.’

Filantropie versus overheid

We moeten op een andere manier weer waardering voor elkaar krijgen en dat geldt beide kanten op. Dat heb ik nadrukkelijk ervaren toen ik met enerzijds de filantropen in gesprek was en anderzijds met leden uit het kabinet en ambtenaren. Men ziet elkaars wereld niet. Ze begrijpen er geen bal van. De gedachte overheerst nog altijd dat de filantropen stervensrijk zijn en wat leuke dingen willen doen met hun opgebouwde vermogen, daarbij gebruik makend van gunstige fiscale constructies. Niets is minder waar. Dat is een volkomen fout beeld van de wereld van de filantropie. Als je in de wet dat soort fiscale mogelijkheden hebt geschapen, dan moet je niet verbaasd zijn dat iedereen daar gebruik van maakt. Ook filantropen. Als je dat niet wilt, moet je die wet aanpassen.’

‘Wanneer die twee werelden elkaar opnieuw zouden ontmoeten, dan kun je de samenwerking op een goede manier herijken en kan het weer de goede kant op gaan, ook met initiatieven in de circulaire economie. Het is helemaal waar dat de filantropiesector zich niet gehoord weet. Er wordt nauwelijks informatie uitgewisseld en er wordt met wantrouwen naar elkaar gekeken. In de één-op-één gesprekken die ik heb gevoerd met de vertegenwoordigers uit het veld heb ik gevraagd waar ze op vastlopen, waarom het niet lukt in contact te komen met het kabinet of waarom de plannen niet van de grond komen. Daar is vervolgens een team mee aan de slag gegaan en dat monitoren we ook. Hopelijk leidt dat tot meer toenadering en samenwerking.’

‘Allereerst zich moet de filantropie zich organiseren. Het lijkt dat dit wel gebeurt, maar mijn ervaring leert dat ze elkaar nauwelijks in georganiseerd verband tegenkomen, waardoor er geen krachtig signaal richting de overheden kan worden gegeven. Van Brussel tot Hengelo. Ten tweede is het belangrijk om met elkaar te inventariseren wat het gezamenlijk doel is dat ze willen bereiken. En in hoeverre ze daar zelf voor kunnen zorgen door de juiste acties te ondernemen, gesprekken aan te gaan en partijen erbij te betrekken. Als derde factor zouden ze de empathie die ze met succes aanwenden richting de samenleving ook moeten laten zien richting politiek en bedrijfsleven. Hoe zit bijvoorbeeld een Kamerlid in elkaar, hoe werkt diegene? De afstand is veel te groot, vanaf beide kanten. Er is onbegrip en onwetendheid.’

Share

Abonneer je op ons gratis Journaal:

Gerelateerde artikelen